Met 'Java' neemt Internet functie van pc over

De traditionele met software volgestopte personal computer lijkt over zijn hoogtepunt heen. De Internet-gebruiker die gebruik maakt van de nieuwe programmeertaal Java kan met een simpel apparaat volstaan. De software is niet meer opgeslagen in de pc maar op het Internet. Het Internet zelf wordt dus de computer.

Stel, u pakt 's avonds NRC Handelsblad en u heeft een speciaal programma nodig om de tekst te lezen, een ander programma om foto's te bekijken en een derde om statistieken te begrijpen. Daarna zet u de televisie aan om met een speciale 'NOS-viewer' Nova te zien of met een 'Tros-kijker' Crime Time te kunnen volgen. Om evenals uw vrienden 'bij' te blijven, schaft u zo om de twee tot drie jaar een nieuwe opgewaardeerde 'viewer' aan. En om er zeker van te zijn dat die kijker optimaal kan werken, komt u snel in de verleiding ook een nieuwe televisie te kopen. Hoewel de oude nog jaren mee zou kunnen.

Niet echt een toestand om naar te verlangen. Toch is dit zo ongeveer de dwaze situatie die sinds jaar en dag de computerwereld beheerst. Oorzaak: de wijze waarop daar de software wordt gemaakt, verspreid en gebruikt. Programma's - van tekstverwerking en spellingcontrole tot spreadsheet of allerhande spelletjes - worden geschreven voor een bepaald type 'hardware'. Dus werkt, pakweg, het Windows Excell-spreadsheet-programma niet op een computer van Macintosh. Zelfs als verschillende programmamakers hun programma's schrijven voor dezelfde computer, laten die zich vaak moeizaam verenigen. Sterker nog, verschillende soorten software-programma's van dezelfde programmeurs werken niet altijd soepel samen omdat de data voor elk van hen op een speciale wijze moeten worden gearrangeerd.

Om de chaos te ontstijgen zoeken de software-makers hun toevlucht tot zogeheten bloatware - letterlijk: gezwollen waar - dus tot steeds vettere en duurdere software-programma's waarmee de gebruiker steeds meer kan doen, ook al heeft hij maar een fractie van de geboden opties en mogelijkheden nodig. De achterliggende gedachte is natuurlijk dat de consument dan steeds minder bij de concurrentie hoeft te winkelen en tegelijk minder zal kampen met het gebrek aan compatibiliteit in computerland.

Bovendien blijkt 'bloatware' uiterst lucratief voor de producenten van computerchips en software. Immers, de explosieve vraag ernaar drijft die naar steeds krachtiger en megabytes vretende computers weer op. Neem de succesvolle lancering het afgelopen najaar van Microsofts zeer uitgebreide Windows 95-pakket. Alleen al in de eerste twee maanden werden zeven miljoen kopieën verkocht, waarvan er vier miljoen werden geïnstalleerd in nieuwe, krachtiger personal computers.

Waarom doen de consumenten dat? Waarom kopen ze overdadige software-pakketten waarvan ze maar een fractie gebruiken? En waarom voelen ze zich genoodzaakt om zo snel nieuwe pc's aan te schaffen terwijl de oude nog jaren hadden meegekund? Het antwoord is simpel: zij hebben weinig keus. De zogenaamde 'Wintel'-standaard - personal computers die Windows-software gebruiken van 's werelds grootste software-producent Microsoft en op chips draaien van 's werelds grootste chip-producent Intel - beheerst 80 procent van de pc-wereldsmarkt. 'Wintel' is dus het 'standaardplatform' voor honderden pc-producenten geworden. Microsoft van Bill Gates en Intel van Andy Grove dicteren daarmee de vooruitgang in pc-land. En natuurlijk de prijs die de consument daarvoor betaalt. Gates is dan ook de rijkste man op aarde en Grove volgt niet lang daarna.

Is deze vicieuze cirkel te doorbreken? Komt er ooit een moment dat de klant à la carte en just in time het stukje gewenste software op het scherm kan zetten van een pc die niet om de paar jaar met nieuwe ladingen megabytes moet worden opgefokt en daardoor vervangen?

Tot voor enkele maanden was het antwoord negatief. Binnenkort niet meer. Op dit moment voltrekt zich in de werelds van computers en cybernetica namelijk een revolutie die de bedrijfstak onherkenbaar kan veranderen. Het is waar: in dezelfde wereld plegen hype en fata morgana ook uitstekend te gedijen. Toch komen er steeds duidelijker aanwijzingen dat de bovengenoemde barrières tegen de vrije informatiestromen tussen de verschillende soorten hard- en software gaan afbrokkelen. Kortom, het tijdperk van de traditionele personal computer, volgepakt met 'bloatware' en beheerst door de 'Wintel'-standaard, lijkt eind vorig jaar met de lancering van Windows 95 zijn absolute hoogtepunt te hebben bereikt en nadert nu z'n herfsttij.

Deze verwachting steunt vooral op de verbluffende opkomst van het Internet, een wereldwijde verzameling computernetwerken, en van zijn multi media-dependence World Wide Web. Tot voor kort probeerde de oppermachtige Bill Gates het Internet af te doen als een hoogst interessante maar nog onvoorspelbare en commercieel nog weinig levensvatbare aangelegenheid. “De snelheid van Internets ontwikkeling is zo hoog dat een omschrijving van zes maanden geleden nu al achterhaald kan zijn”, aldus Gates in zijn recente boek 'The Road Ahead'. “Dat draagt bij aan de verwarring. Het is moeilijk om op de hoogte te blijven van iets dat zo dynamisch is.” De Microsoft-topman beklemtoonde verder dat het 'Net' nog vele beperkingen heeft die eerst moeten worden overwonnen.

Medio vorig jaar bracht het Californische bedrijf Sun Microsystems de opmars van 'Net' en 'Web' echter in een stroomversnelling met de lancering van 'Java', een nieuwe op Internet gerichte programmeertaal die zogenaamd 'platform-onafhankelijk' is. Dat wil zeggen programma's die met Java worden geschreven, kunnen op het 'Net' met elke hard- en software worden gebruikt en zijn niet afhankelijk van het Wintel-platform van Microsoft en Intel dat de klassieke pc-wereld zo domineert.

Het afgelopen najaar probeerde Gates' adjudant Paul Maritz de lancering van Java nog te bagatelliseren: “Die jongens van Sun zijn op een zandbank gestoten en ze denken dat ze een nieuw continent hebben ontdekt.” En Microsofts chef-technoloog Nathan Myhrvold omschreef Java als een 'matig interessante taal'.

Intussen bestormden nieuwe software-aanbieders met hulp van Java en daarop geënte programmeertaalvarianten het Internet. Daarom en omdat het 'Net' met zo'n 200 procent per jaar blijft groeien - er zijn nu al 40 à 50 miljoen gebruikers - gooide Bill Gates het roer vorige maand radicaal om. Hij nam Java van Sun Microsystems in licentie, liet weten dat de bestaande Microsoft-produkten ook op het Internet worden toegesneden en lanceerde en passant een reeks nieuwe Internet-programma's.

Zoals de Internet Explorer, software om op Internets World Wide Web-sectie te kunnen 'browsen' of bladeren, al houden anderen het liever op 'surfen'; Gibraltar, een programma dat loopt op 'server'-computers en dat Internetinformatie leidt; Blackbird, een programmeerinstrument om multi media-informatie over het Internet te sturen; en Catapult, veiligheidssoftware om Internetprogramma's tegen 'inbrekers' te beschermen. Microsoft licentieerde vorige maand behalve Suns Java ook technieken en software van nieuwe bedrijven als Oracle en Netscape die razendsnel sterke posities opbouwen op het Internet. Met dit alles erkende Gates dat zijn Microsoft-programma's door de populariteit van het Internet dreigden te worden ingehaald. En hij toonde daarmee een pragmatisme dat zelden voorkomt bij industriële leiders.

Tegelijk wekt alleen al de omvang van al deze initiatieven in de computerwereld de argwaan dat laatkomer Microsoft met zijn massa en merkbekendheid wil proberen de stormachtig oprukkende, maar nog prille concurrentie van Internet-aanbieders alsnog de nek om te draaien. Dat zal de gigant uit Seattle - geschatte marktwaarde: 50 miljard dollar - niet meevallen. Wat te maken heeft met de aard van de nu ook door Microsoft omhelsde Java-programmeertaal. Een bondige explicatie:

het Internet is nu nog een tamelijk statisch medium, nauwelijks interactiever dan de telefoon. Het blijft merendeels bij het doorgeven van tekst en plaatjes in antwoord op vragen. Wat het Internet tot nu toe niet bood, was de 'software-capaciteit' dat wil zeggen functionerende 'on line'-instrumenten die de gebruikers zelf kunnen hanteren en controleren, net zoals zij dat op hun conventionele pc's kunnen doen. Die optie biedt Sun nu met z'n Java, die in twee cruciale opzichten afwijkt van andere computertalen.

Allereerst is Java speciaal ontworpen om op het Net te functioneren. Ten tweede spot Java met de conventionele software-technologie die programma's en data strikt gescheiden houdt. Voorbeeld: de financiële informatie die u via de pc wilt achterhalen en het programma dat het cijferwerk opknapt, blijven strikt gescheiden van elkaar. Bij Java is dat anders. Daar vloeien informatie en programma in elkaar over. De informatie komt op de voorgrond en het programma dat 't op uw scherm bracht, trekt zich als het ware terug.

Een simpele druk op de toets en de Java-gebruiker plukt in seconden de gewenste 'applet', een klein programma voor het uitvoeren van een specifieke taak, van het Internet, gaat daarmee aan de slag op zijn terminal, bergt het na afloop op of gooit het gewoon weg. Intussen bestaan er al meer dan 400 van die Java-applets voor allerhande functies, van tekstverwerking tot spelletjes. Dus anders dan de overdadige, megabytes vretende en kostbare pc-softwarepakketten van Microsoft, biedt Java via het Internet in de vorm van applets een lange reeks 'just in time' en 'à la carte' software die niet meer is opgeslagen in de pc maar op het Internet. Het Internet zelf - en daarin schuilt de revolutie - wordt dus dé computer.

Dat gegeven schokt de traditionele computerwereld en daarmee de 'Microsoft-dictatuur'. Want Java is niet alleen goedkoop vergeleken met de gebruikelijke 'bloatware', maar ook onafhankelijk van specifieke besturingssystemen of processors. Wat inhoudt dat een Java-applicatie overal kan draaien en niet meer uitsluitend op de Wintel-standaard. Waarmee tegelijk één van de grootste problemen van computergebruikers wordt opgelost: de dwaze, ongemakkelijke en geldverslindende incompatibiliteit tussen programma's en computers.

Verder biedt de komst van Java en varianten daarop de concurrenten van Microsoft het voordeel van een snelle en goedkope entree op de Internet-softwaremarkt. Op de conventionele softwaremarkt spenderen de software-aanbieders (voor 80 procent Microsoft) reusachtige bedragen om disks te produceren, die aantrekkelijk te verpakken en via grossiers in de winkelétalages te brengen. Daarnaast moeten zij kapitalen uittrekken om de consumenten via advertenties naar de winkels te lokken.

Op het Internet hebben software-aanbieders zo'n duur marketing- en distributie-apparaat niet nodig. Daar koopt de consument gewoon z'n benodigde software door een paar toetsen van z'n terminal in te drukken waarna die software/informatie op zijn scherm verschijnt. Sommige software wordt op het Internet zelfs gratis verspreid. Behalve met Microsofts monopolie op de markt kunnen deze veranderende distributiepatronen ook korte metten maken met de vette winstmarges van de softwaregigant. En natuurlijk met het gebruikelijke distributie-apparaat zelf. De computerwinkel op de hoek kan het nog zwaar krijgen.

Zelfs de conventionele personal computer komt door de Blitzkrieg van Internet en Java op de tocht te staan. Zo beweert Steve Jobs, de visionaire schepper van Apple's Macintosh-computer: “De desktopcomputer wordt verleden tijd.” Larry Ellison, de veel geciteerde chef van Oracle, een leidende database-onderneming noemde de pc eind vorig jaar tijdens een conferentie in Parijs een 'belachelijk over-engineered apparaat'. Ellison: “De toekomst ligt niet meer bij het afzonderlijke apparaat, maar bij het globale netwerk van met elkaar verbonden apparaten. Wij verschuiven van de pc of de desktop naar de worldtop.”

Het waarheidsgehalte van deze bewering is waarschijnlijk op korte termijn te testen. Want al dit jaar worden de eerste Internetcomputers of Internetboys op de markt verwacht, een soort uitgeklede pc's die alleen Internet-software draaien. Zij kunnen Microsoft en Intel desgewenst negeren, zijn uitgerust met een geheugencapaciteit van 1 megabyte, terwijl een traditionele pc al snel het tienvoudige verslindt, en zullen minder dan 500 dollar kosten, een kwart van de gebruikelijke pc-prijs.

Of dat ook zal leiden tot de definitieve ondergang van de door Microsoft en Intel gedomineerde klassieke pc - een vurige wens van het anti-Bill Gates kamp - blijft voorlopig een vraag. Het is enerzijds goed mogelijk dat er veel vraag zal ontstaan naar die goedkope Internetcomputers, maar dat hoeft aan de andere kant niet te betekenen dat de klassieke pc zal verdwijnen. “Met een gewone pc heb je alle programma's direct op je bureau en met een Java-terminal zit 't ergens ver weg op een gedeeld netwerk wat het kwetsbaar maakt voor vertraging en storing”, verzekert Graig Mundie, hoofd van Microsofts divisie consumentensystemen. “Bovendien hebben de verbindingen naar veel huizen nog onvoldoende bandbreedte om optimaal van het Internet te kunnen profiteren.”

Net zoals er in de wereld nog steeds massa's spelcomputers worden verkocht naast normale pc's, is het dus goed mogelijk dat er ook massa's Internetcomputers zullen worden verkocht, eveneens naast pc's. Er zou dan eerder sprake zijn van een toevoeging dan van een vervanging.

Vast staat dat de huidige door het Internet en Java geleide revolutie helemaal past in het proces van radicale technologische innovatie en creatieve destructie van de laatste decennia. IBM maakte in de na-oorlogse jaren een fortuin door de hardware van grote mainframe computers te verkopen. Dat succes verdampte toen een groep jeugdige ingenieurs begin jaren tachtig ontdekte dat personal computers uitgerust met steeds krachtiger chips mainframes konden vervangen.

Deze digitale rebellen werden op hun beurt weer verrast door het feit dat de fortuinen niet zozeer waren te verdienen bij de bouw van deze pc's alswel bij het schrijven van pc-software ervoor. Bill Gates van Microsoft realiseerde zich dat het eerst en is nu 's werelds rijkste man. Een half jaar geleden was iedereen er nog van overtuigd dat de volgende rijkste man op deze planeet degene zou worden die de software voor de volgende generatie pc zou ontwikkelen. En vrijwel niemand betwijfelde dat dit opnieuw Bill Gates van Microsoft zou worden. Nu wint in sneltreinvaart de opvatting terrein dat het Internet de plaats is waar de nieuwe fortuinen worden gemaakt. En Bill Gates is geen eigenaar van het 'Net'.