Mapnduma? Dominee Van der Bijl aan de lijn

JAYAPURA, 18 JAN. “Mapnduma? Mapnduma? Hier Wamena.” De stem aan de radio klinkt glashelder. Na enkele minuten ruisende stilte herhaalt hij zijn oproep. Dan komt er een antwoord, zwak en bijna onverstaanbaar door het gekraak op de lijn: “Wamena, hier Mapnduma.” Het is de stem van Jacobus, een van de gijzelaars die worden vastgehouden door een strijdgroep van de Organisatie Vrij Papua (OPM) in het centrale bergland van Irian Jaya.

Het antwoord komt uit de buurt van Mapnduma, het dorpje waar vorige week maandag ruim twintig volwassenen en een baby werden ontvoerd. Zijn gesprekspartner, in wiens perfecte Indonesisch nog een licht Nederlands accent doorklinkt, is dominee Adriaan van der Bijl. Hij is een lidmaat van Kingmi, een protestants kerkgenootschap in Irian Jaya dat is opgericht door Amerikaanse zendelingen, en is al ruim dertig jaar zielzorger in Mapnduma. Hij bedient de radio in Wamena, een stadje in de Baliemvallei waar de militairen die verantwoordelijk zijn voor de afwikkeling van de gijzelingszaak hun hoofdkwartier hebben opgeslagen.

Toen de ontvoering plaatshad, op maandag 8 januari, vertoefde Van der Bijl elders. De OPM'ers namen zijn radio mee en maken nu al een week dagelijks radiocontact met het legerhoofdkwartier in Wamena. Ergens in Jayapura, de hoofdstad van Irian Jaya, worden die gesprekken op de voet gevolgd door een select gezelschap. Rond de kortegolfontvanger verzamelen zich iedere dag een Duitse beroepsofficier, een Britse diplomaat, stafleden van het Wereldnatuurfonds die zich het lot aantrekken van hun collega's in OPM-gevangenschap, en een lid van de Biological Science Club uit Jakarta. Vier van zijn kameraden worden vastgehouden in het bos.

Deze radioverbinding is het enige kanaal waarlangs de onderhandelingen worden gevoerd tussen het militaire commando van de 'Operatie Bevrijding' in Wamena en de ontvoerders. Dat proces wordt tactisch en strategisch minutieus voorbereid door de militairen, die zelf niet aan de radio komen. Voor de dagelijkse contacten maken zij gebruik van de diensten van dominee Van der Bijl, die niets zegt zonder groen licht van het leger.

Maandag vlogen Van der Bijl, de Irianese dominee Johannes Gobay en de rooms-katholieke bisschop van Jayapura, mgr. H.F.M. Münninghof, per zendingshelikopter naar Mapnduma, waar zij vier uur spraken met een woordvoerder van de OPM-groep, een zekere Daniel. In ruil voor medicijnen lieten de ontvoerders Frank Momberg (31), een Duitse antropoloog in dienst van het Wereld Natuurfonds, 'voorwaardelijk' vrij. Hij moest met de hand op de bijbel beloven dat hij zou terugkomen als de ontvoerders een beroep om hem zouden doen. Dat deed Momberg en vervolgens vloog hij met de drie geestelijken naar Wamena, waar hij medisch werd onderzocht en uitvoerig werd ondervraagd door de militairen.

Hij had een brief bij zich van Kelly Kwalik, de OPM-commandant in het gebied, waarin sprake is van twee hoofdeisen: bewijsbare publiciteit in de wereldpers over de doelstellingen van de OPM en een vrije aftocht voor de ontvoerders. Momberg, die vertelde dat de gijzelaars het relatief goed maken, verblijft op dit moment in een huis in Wamena, samen met de Duitse defensie-attaché en dominee Van der Bijl.

Maandagavond lieten de ontvoerders via hun gijzelaar Jacobus, een Irianese gids en begeleider van de ontvoerde expeditieleden uit Jakarta, weten dat diens echtgenote, mevrouw Ola Jacobus Mindepa, en hun zes maanden oude baby “vrij zijn in Mapnduma”. De strekking van die mededeling was de onderhandelaars in Wamena niet meteen duidelijk en sindsdien is er sprake van een helikoptervlucht naar Mapnduma om de vrouw en het kind op te halen. De OPM-groep op haar beurt eist voedsel en onbelicht filmmateriaal. Gisteren kondigde 'Wamena' aan dat er vandaag een helikopter zou landen met aan boord Van der Bijl en een medewerker van de Amerikaanse zending in Jayapura, Paul Burkhart. Van der Bijl drong er opnieuw op aan om vrouw en kind mee te geven. Daarop kwam niet meteen instemmend antwoord en vanochtend werd de vlucht “wegens slechte weersomstandigheden” afgelast.

Vandaag, rond het middaguur, was er opnieuw radiocontact. 'Wamena' repte van een vlucht morgenochtend, “als het weer het toelaat”. De dominees zouden, behalve de boodschappen, ook een pakket “belangrijke kranteberichten uit de wereldpers” meenemen. Van der Bijl repte onder andere over artikelen uit Australische kranten. Hij kan hebben gedoeld op recente uitlatingen van OPM'ers in ballingschap over de ontvoeringsactie. Deze aankondiging kan worden beschouwd als inwilliging van de publiciteitseis van de ontvoerders. Verder suggereerde Van der Bijl om alle gijzelaars naar de landingsstrip van de zending in Mapnduma te brengen om met behulp van een groepsfoto duidelijkheid te krijgen over hun toestand.

Vanmorgen om elf uur plaatselijke tijd keerde brigade-generaal Prabowo Subianto, commandant van het Korps Speciale Troepen (Kopassus) en leider van 'Operatie Bevrijding', terug op zijn post in Wamena na een tweedaags verblijf in Jakarta. Daar sprak hij onder anderen met zijn schoonvader, president Soeharto. De in Wamena verblijvende militaire attachés, onder wie de Nederlandse kolonel Ben de Mars, hebben van Prabowo de verzekering gekregen dat het probleem zal worden opgelost via de weg van de onderhandelingen. De veiligheid van de gijzelaars zou prioriteit hebben boven een snelle afloop. Voorstanders van een hardere aanpak, zoals de militaire commandant van Irian Jaya en de Molukken, de twee-sterren-generaal Dunedja D., hiërarchisch gezien Prabowo's meerdere, hebben zich hier kennelijk in geschikt. Dezer dagen zei Dunedja tegen een diplomaat dat “het terrein ginds geen militaire operatie toelaat”. Prabowo heeft intussen gezelschap gekregen van twee generaals en een admiraal uit het hoofdkwartier van de strijdkrachten in Jakarta.

De eis van publiciteit in de wereldpers lijkt te worden ingewilligd, als de ontvoerders hun goede wil tonen door vrijlating van kwetsbare gijzelaars. Of vrije aftocht van de OPM-groep eveneens in de militaire kraam te pas komt is twijfelachtig. De laatste week hebben Herculesvliegtuigen grote aantallen commando's ingevlogen via Wamena, maar vooral via Timika, het goed geoutilleerde vliegveld van PT Freeport-Indonesia, dochter van een Amerikaanse mijnbouwfirma die in het gebied koper en goud delft. Voor korte vluchten in het gebied maakt het leger gebruik van het maatschappijtje Airfast, waarin Freeport een aanzienlijk belang heeft.

De Indonesische kranten, radio en televisie zijn voor hun berichtgeving over de ontvoeringszaak goeddeels aangewezen op de periodieke communiqués van het leger. Daarin wordt een hardere toon aangeslagen dan in Prabowo's contacten met de diplomaten. Maar dat alles is bedoeld voor binnenlands gebruik. Het Indonesische leger moet straks de zege wegdragen en wil de indruk vermijden dat het handelt onder buitenlandse druk. De negen dorpelingen van Mapnduma die vorige week werden vrijgelaten door de OPM-groep zouden door het leger zijn “bevrijd”. De tot wachten veroordeelde generaals hadden behoefte aan een kleine overwinning.

    • Dirk Vlasblom