'Leuk dat het nog steeds een zooitje is bij de KNSB'

Zijn sponsor zorgde ervoor dat menige drogist een levensgrote foto van hem in de etalage heeft hangen. In zijn woonplaats Lemmer vragen de toeristen bij het binnenrijden van het dorp aan de brugwachter naar het huis van Rintje Ritsma. Dit weekeinde verdedigt de Fries voor het eerst als 'kleine zelfstandige' zijn Europese allroundtitel.

Als je het doet, moet je het goed doen en zelfs beter. Onder dit motto begon Rintje Ritsma in de zomer van vorig jaar voor zichzelf. Hij verzamelde een fysiotherapeut (Gert Greveling), een coach (Wopke de Vegt) en een ervaren organisator (Egbert van 't Oever) om zich heen. De honoraria liet hij bepalen door zijn zaakwaarnemer Patrick Wouters van het bureau Topsport Marketing. “Ik wilde me bewust niet met die bedragen bemoeien, want dat zou niet goed zijn voor de samenwerking.” Hij ziet wel wat hij aan het einde van dit seizoen overhoudt. “Het eerste seizoen moet je behoorlijk veel investeren. Bijvoorbeeld in kleding. Ik heb, voordat ik hier aan begon, gezegd: 'Ik hoef in het begin geen salaris'. Al mijn sponsorgeld gaat waarschijnlijk op aan onkosten. Aan trainingskampen ben je zo vijftigduizend gulden per persoon kwijt. Ik zal genoegen nemen met de premies die ik bij de schaatsbond verdien.”

Daarmee is een misverstand uit de wereld. Dat Rintje even snel binnen wil lopen en dat zijn solo-actie vooral was bedoeld om munt te slaan uit z'n populariteit. Op langer termijn zal moeten blijken of het bedrijf dat hij is begonnen voor meer winst kan zorgen. Hij had het zich gemakkelijker kunnen maken; bijvoorbeeld door te bezuinigen op een fysiotherapeut of een organisator. Maar de Fries heeft lering getrokken uit het verleden. Van Ard Schenk tot Hans van Helden en Leo Visser. “Zij hadden het niet goed voor elkaar. Visser liet zelfs tijdens de trainingskampen rondom de World-Cupwedstrijden zijn eigen ploeg stikken. Dan sloot hij zich aan bij de kernploeg. Je moet je duidelijk afscheiden. Tot onze verrassing heeft coach Henk Gemser zelf aangegeven dat hij mij pas op het laatste moment voor de grote toernooien terug wil in de kernploeg. Wij dachten dat die optie helemaal niet bespreekbaar zou zijn.”

Aanvankelijk werd hij door collega's en bestuurders argwanend bekeken. “Ik werd kritisch gevolgd. Inmiddels ziet iedereen dat ik het goed voor elkaar heb. Mensen op straat zeiden: 'Je had het veel eerder moeten doen'. Ik verwacht dat het publiek komend weekeinde enthousiaster op mij zal reageren dan andere jaren. Alleen sommige ex-schaatsers begrijpen het kennelijk niet. Het is toch belachelijk dat wij helemaal niets terugzien van een lucratief toernooi als het EK? De hotels in de wijde omgeving van Heerenveen puilen uit, de mensen betalen voor een zitplaats negentig gulden per dag en het toernooi levert urenlang tv-exposure op. Mag je dan een keer met je vuist op tafel slaan als schaatser?”

Is er nog een weg terug? Dat is onwaarschijnlijk, zeker als Ritsma dit seizoen aantoont dat hij als kleine zelfstandige is gegroeid. Toch zet Ritsma de deur naar de KNSB op een kier. “Er zal heel wat moeten veranderen binnen de bond wil ik nog terugkeren. Ik vind niet dat een toenaderingspoging van mij moet komen. Op dit moment heeft de KNSB mij minder zekerheid te bieden. Maar een terugkeer is op termijn wel bespreekbaar als het budget wordt vergroot of als er ruimte komt voor meer sponsors. Voorlopig ga ik echter vanuit dat ik deze ingeslagen weg voortzet tot de Winterspelen van Nagano in 1998. Ik vind het leuk dat het nog steeds een zooitje is binnen de KNSB. Dat bevestigt alleen maar de juistheid van mijn beslissing.”

Als de KNSB niet met een antwoord komt op de verzelfstandiging van Ritsma zullen mogelijk ook andere rijders de verleiding van een commercieel avontuur niet kunnen weerstaan. Ritsma kon afgelopen zomer kiezen uit zes grote sponsors. Al betreft het hier natuurlijk wel de wereldkampioen. “Als de toppers zich goed verdelen over enkele ploegen is er zeker een markt voor navolging. De sponsors met het meeste geld zullen straks de beste schaatsers kunnen aantrekken. Dat vind ik geen slecht systeem. De KNSB moet om te beginnen maar eens voor een beter topsportklimaat zorgen. Eén directeur op het bondsbureau en dan per ploeg een manager die verantwoordelijk is voor de organisatie.”

Met zijn huidige coach Wopke de Vegt is de samenwerking optimaal. Ofschoon ook Rintje afgelopen zomer een brief ondertekende waarin de kernploeg aangaf dat er in ieder geval tot de komende Winterspelen een nieuwe coach moest komen. “Wopke kreeg taken die niet voor hem waren weggelegd. Er was een te grote groep en dat leverde organisatorische problemen op. Daarom heb ook ik gezegd: 'Als het niet mogelijk is voor een andere constellatie te zorgen, kan er beter een nieuwe coach komen'. En liever nu dan een jaar voor de Winterspelen. Maar toen ik voor mezelf begon, was alleen Wopke voor mij interessant. Hij is behalve coach ook een trainingsmaatje, iemand die zich makkelijk aanpast en qua ideeën op dezelfde lijn ligt. Aanvankelijk dacht ik in de kernploeg net als Falko Zandstra dat hij op technisch gebied tekort kwam. Maar daar ben ik van teruggekomen. Als Wopke je meer aandacht kan geven, heeft hij wél oog voor alle details.”

Op het Nederlands kampioenschap spaarde Ritsma zijn krachten. Maar vanaf morgen moeten de resultaten zichtbaar worden van zijn nieuwe aanpak. Uiteindelijk was het toch allemaal te doen om betere voorwaarden te scheppen. Het vertrouwen is maximaal. Mentale druk is hem vreemd. “Achteraf blijkt dat ik in het begin van het seizoen te veel krachttraining heb gedaan. Daardoor ben ik nóg iets zwaarder geworden. Maar nu zijn de spieren weer op het oude peil. Ik merkte het in Davos, waar ik veel gelopen heb toen er een paar dagen geen ijs lag. Ik had geen spierpijn, terwijl ik normaal na zo'n duurtraining de volgende dag niet eens naast mijn bed kan staan. Ik denk dat ik op de lange afstanden op het zelfde niveau zit als andere jaren. Op de 500 en 1.500 meter moet ik steeds sneller gaan. En verder is het belangrijk dat ik me in deze situatie gewoon veel lekkerder voel.”

Ritsma zoekt voor het komend seizoen eerder een sprintmaatje dan een allrounder wanneer hij zou besluiten zijn team uit te breiden. “Ik wil mijn basissnelheid kunnen verhogen. Het moet ook iemand zijn die prettig is in de omgang. Ik denk in dit opzicht zelfs aan een aantal jongens in het gewest Friesland.”

De mannen allrounders treden vanaf dit seizoen bij alle grote evenementen gelijktijdig aan met de vrouwen. De wereldkampioenschappen worden voortaan volgens dezelfde formule afgewerkt als de EK. Dat heeft consequenties voor het programma. De mannen dienen vrijdag al de 500 en 5.000 meter af te werken. Op het WK in Inzell gebeurt dat ver buiten prime time, vanaf 11.30 uur 's ochtends. “Op zich is het wel goed dat de vrouwenkampioenschappen gelijktijdig met die van de mannen worden georganiseerd. De mannen hebben het vrouwenschaatsen gered. Het probleem is alleen dat de vrouwen het zo niet zien. Ze denken dat ze voor dezelfde exposure zorgen, dezelfde commerciële waarde vertegenwoordigen en dus dezelfde inkomsten mogen verdienen. Ook bij de verdeling van de budgetten bij de KNSB levert dat problemen op. Terwijl er naar een EK voor vrouwen geen hond komt kijken. Dat de mannen op zaterdag alleen nog een 1.500 meter rijden is niet in mijn nadeel. Dan heb ik alle tijd te herstellen voor de tien kilometer van de volgende dag.”

Het WK afstanden, dit jaar voor het eerst, vormt in de ogen van Ritsma nog niet het probate middel om de mondialisering van het hardrijden te bevorderen. “Gevoelsmatig zeg ik ik dat er op dat evenement te veel titels zijn te verdelen. Dat werkt een devaluatie van de status van wereldkampioen in de hand. Er is bij de allrounders wél maar één de beste. En wat heeft het verder voor zin om het WK afstanden volgend seizoen in Warschau te houden? Zo'n evenement moet je op een baan organiseren waar snelle tijden gerealiseerd kunnen worden. Je kunt de organisatie van een WK beter in handen geven van een land dat het seizoen ervoor de kampioen heeft geleverd. Voor mij ligt de prioriteit toch bij de allroundkampioenschappen.”

    • Erik Oudshoorn