Je kunt het niet / wel leren

Stichting LIFT heeft in de 'LIFT Literaire Almanak 1996' zo volledig mogelijk het aanbod aan cursussen, activiteiten, tijdschriften etcetera bijeen geraapt. Deze almanak is à ƒ 25,- plus porto te bestellen bij Stichting LIFT, Herengracht 418, 1017 BZ Amsterdam. Inl 020-6254141, fax 020-6383153.

Als het aan de Stichting LIFT ligt en aan al de andere instellingen die zich sterk maken voor het schrijfonderricht, dan is onderstaande dialoog in de nabije toekomst volstrekt normaal in Nederland: “Hé hallo, wat doe jíj hier. Volg jij hier ook een cursus?” “Ik ben onderweg naar Spaanse les. En jij?” “Oh, ik doe een cursus 'Schrijven en schrappen'. Ik leer proza schrijven.” “Geinig. Laten we volgend semester dan maar samen op rock 'n roll-les gaan.”

Zo terloops spreken over onderwijs in literair schrijven is echter nog verre van normaal. Men klampt zich in Nederland, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in Amerika, angstvallig vast aan een het romantische imago van het schrijverschap. Tekstuele schoonheid, zo luidt het vooroordeel, kan alleen ontstaan in de afzondering van een koude zolderkamer, geïsoleerde kelder, verbouwde garage of na middernacht aan de ontruimde eetkamertafel. Schrijven geschiedt in eenzaamheid en als gevolg van een onbedwingbaar talent. Hoe hardnekkig dit idee in onze cultuur is verankerd, demonstreerde Aad Nuis, staatssecretaris van OCW in het januari-februarinummer van LIFT, tijdschrift over schrijven. “Dat er nauwelijks schrijversvakscholen bestaan, is niet erg,” liet Nuis blijmoedig optekenen. “Voor schrijven heb je geen opleiding nodig. Dat is het grote voordeel boven andere kunstdisciplines. (...) Over het leren van elementaire schrijftechnieken heb ik mijn twijfels.”

Heeft Nuis zich inmiddels gerealiseerd dat hij met open ogen in een valstrik is gelopen? Het tijdschrift LIFT is een uitgave van Stichting LIFT, landelijk steunpunt voor schrijvers in het vrije circuit. Deze instelling beoogt niet alleen het stimuleren van een bloeiende literaire subcultuur, het verhogen van de kwaliteit van alle activiteiten die (kunnen) worden ontplooid voor de individuele amateurschrijver en het bieden van voldoening en plezier in het schrijven; LIFT voert ook campagne tegen snobisme van schrijvers en niet-schrijvers, die menen dat schrijven slechts een kwestie van talent is. Met enig leedvermaak plaatste de redactie van het tijdschrift het citaat 'Schrijversvak valt niet te leren' van Nuis dan ook op de cover van het laatste nummer. “Nee, we hebben nog geen reactie gehad,” antwoordt medewerkster publikaties-manifestaties Roeline Ruules geamuseerd. En, “ja, de tekst is vantevoren geautoriseerd.”

De vele amateurschrijvers die zich laten inwijden in de kunst van het schrijven, zal deze polemiek op institutioneel niveau een zorg zijn. Na decennia van eenzaam geploeter maken ze graag gebruik van het groeiende aanbod aan schrijfcursussen, met name op de Schrijversscholen (van de landelijke, gesubsidieerde Kunstzinnige Vormingscentra), schrijfvakanties, schrijfmanifestaties, literaire wedstrijden en andere activiteiten schrijven in de vrije tijd stimuleren. Ze laten zich in de ambachtelijke kant van het vak scholen, al dan niet bij de enige particuliere schrijversvakschool 't Colofon in Amsterdam, en proberen daarnaast een eigen stijl te ontwikkelen.

Ze houden hun sisyphusarbeid vol door de stille ambitie ooit nog eens tot de 'samenzwering van de grachtengordel' (zoals dat in het amateurcircuit heet) door te dringen. Dat wil zeggen door een van de grote uitgeverijen te worden gepubliceerd. Ook daarin, in het temmen van die vaak te hoog gegrepen ambities heeft het schrijfonderwijs zich een taak gesteld. “We proberen de amateur-schrijvers te wijzen op andere mogelijkheden om hun werk te publiceren, zoals kleine literaire tijdschriften of in eigen beheer uitgeven,” aldus Ruules. Op de opleidingen is het de delicate taak van de docenten om hun leerlingen inzicht in het niveau van de eigen creativiteit te geven. “Schrijven en technieken zijn te leren,” zegt neerlandica en privé-docente Anneke Reitsma vanuit het Friese Idsegahuizum, “maar talent kan ik niet aanbrengen. Dus op een gegeven moment geef ik dan als indicatie: bij mij komt u niet verder.”

    • Florence van Berckel