'De school aan de ouders'

Ouders worden steeds belangrijker in het onderwijs. Sommigen hebben op school een dienstverband als overblijfmoeder, of 'luizenmoeder'. 'De trend is: ouders zijn overal goed voor.'

'Je moet ze achter hun broek aan zitten. Uit zichzelf zullen ouders niet vragen hoe het gaat met hun kind op school', zegt Roeland Teerink. 'Je ziet hier ook weinig ouders de schoolkrant in elkaar typen' Teerink (42) is 22 jaar leerkracht op de Berlage, een basisschool in de Rivierenbuurt in Amsterdam. De school telt 88 uitsluitend allochtone leerlingen, overwegend van Marokkaanse en Turkse afkomst. Een klein deel is Surinaams.

Een half jaar geleden werd Margreeth Borst (39) als directeur ad interim aangesteld. Een jaar eerder was zij ook al interim geweest op een 'blanke' school in dezelfde buurt. 'Dat waren hele andere ouders. Heel erg kritisch. Maar deze ouders hebben een afwachtende houding. Van hen heeft 98 procent geen of slechts twee of drie jaar lager onderwijs gevolgd. Ze kijken erg tegen leerkachten op en leggen de verantwoordelijkheid bij ons neer', zegt Borst. Een medezeggenschapsraad ontbreekt. Borst moet ervoor zorgen dat die er komt. Zij is hoopvol gestemd: 'Op de laatste vergadering waren 54 ouders aanwezig. Zeven ouders hebben zich spontaan gemeld. Daaruit moet een MR van de grond komen.'

Het onderwijsbeleid is er de laatste jaren op gericht ouders meer invloed te geven op de school van hun kinderen. Niet alleen moeten ouders als 'kritische consumenten' bewuster gaan kiezen voor de school van hun kind, maar ze moeten ook veel meer 'participeren'. 'De school aan de ouders', deze oude kreet van het CDA is nu overgenomen door PvdA-staatssecretaris Netelenbos. De staatssecretaris wil zelfs dat ouders desnoods betaalde 'schoolhulpen' moeten kunnen worden, zo zei ze vorig jaar in de Tweede Kamer.

Onvoldoende voorbereid

De werkelijkheid is nog ver verwijderd van dat ideaal. De meeste ouders en scholen zijn onvoldoende voorbereid op de nieuwe samenwerking die de overheid voor hen in petto heeft. Uit een rapportage van de Onderwijsinspectie van eind vorig jaar blijkt dat dat de informatie over de gang van zaken op school die aan ouders wordt verstrekt veel te wensen overlaat. En uit een onderzoek van het bureau Regioplan in 1995, verricht in opdracht van het ministerie van onderwijs, blijkt dat leerkrachten over het algemeen vinden dat de meeste ouders te weinig kennis hebben om op school mee te kunnen praten. En belangrijker: eigenlijk hebben de ouders volgens de leraren ook geen behoefte aan meer informatie.

Toch gebeurt er al veel op school. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek uit 1993 laten zien dat elf procent van het vrijwilligerswerk wordt verricht op school. Een derde daarvan komt voor rekening van oudercommissies en schoolbesturen, de rest gaat op aan andere vormen van 'schoolwerk'. Uit een onderzoek van de Vereniging voor openbaar onderwijs (VOO), eveneens uit 1993, blijkt dat bijna 160.000 ouders actief zijn op de ruim 3.000 openbare basisscholen. Dat komt neer op 2.400 volledige arbeidsplaatsen van veertig uur per week, zo berekende de VOO. Past men die gegevens ook toe op het bijzonder onderwijs, dan zouden naar schatting 400.000 ouders actief zijn op de in totaal ongeveer 7.500 basisscholen in Nederland.

Sommige scholen zijn er - vooruitlopend op de toekomstvisie van Netelenbos - al toe overgegaan ouders te betalen voor hun inzet. 'Want het zijn altijd dezelfden die zich inspannen. In sommige klassen kun je geen ouders vinden voor activiteiten', zegt Karin Veldman (35). Ze stelt zich voor als 'overblijfmoeder'. Twee kinderen heeft ze op de Groningse Schoolvereniging. Sinds kort krijgt ze voor haar 'overblijfmoederschap' betaald. 'Er zijn ouders die nooit iets willen doen. Ze hebben geen tijd of geen zin. Er komen steeds meer werkende moeders', legt ze uit. De basisschool ligt in het zuidelijke deel van Groningen waar de villawijken zijn. De school heeft 450 leerlingen, verdeeld over twintig groepen. Omdat bleek dat weinig ouders bereid waren op de kinderen te passen tijdens het overblijven, werd een oproep gedaan in de regionale pers. Achttien studenten en uitkeringsgerechtigden en een paar ouders werden aangenomen. 'Gek genoeg heeft niemand van de ouders tegen het betaald overblijven geprotesteerd. We betalen al een forse ouderbijdrage', zegt ze.

Ook Nannie Scheltens (43), die evenals Veldman twee kinderen op Groningse school heeft, is een actieve ouder. Soms stoort zij zich aan het gedrag van andere ouders. 'Sommigen droppen hun kinderen 's ochtends gewoon voor het schoolplein en rijden dan weer weg. Het interesseert ze niet. Ik heb meegemaakt dat je ouders voor iets probeert te porren en dat je dan wordt uitgescholden.' Zelf 'doet' ze - onbetaald - de documentatieruimte, maar is ook 'excursiemoeder'. Verder helpt ze met Sint-Maarten bij de lampionnenoptocht, met Sinterklaas, schaatsen en sportdag. 'Vroeger was ik leesmoeder. En ik heb nog in de verkeerscommissie gezeten', zegt ze.

Frederik Smit promoveerde in 1991 op onderzoek naar ouderparticipatie in het onderwijs. Volgens Smit zijn leerprestaties van kinderen beter naarmate ouders meer bij de school betrokken zijn. 'Een school met een beetje pretentie kan niet zonder ouders.' Op het Instituut voor Toegepast Sociaal-wetenschappelijk onderzoek (ITS) in Nijmegen onderzoekt Smit wat ouders zoal op school doen: van hand- en spandiensten tot bestuurlijke taken. Of, in de termen van Smit: van geïnstitutionaliseerde tot niet-geïnstutionaliseerde vormen van ouderparticipatie. 'De trend is: ouders zijn overal goed voor. Ze worden overal voor opgetrommeld. Ze zijn zo'n beetje stopverf geworden, soort vrijwilligers die op afroep beschikbaar zijn', zegt Smit.

Decorum

Maar volgens Smit worden ouders niet echt serieus genomen. 'Ze vormen meer een soort decorum. Echte gelijkwaardigheid is er niet. Leerkrachten zijn professionals en die willen hun macht niet kwijt. In de concurrentiestrijd tussen scholen fungeert ouderparticipatie als een soort uithangbord, een visitekaartje. En dat gaat onder het mom dat het goed is voor het kind.'

Toch hebben sommige ouders het redelijk voor het zeggen op de school van hun kind. Dat geldt zeker voor Frederike Braat (43), een moeder die twee kinderen van negen en twaalf op de Vrije School in Meppel heeft zitten. Omdat een school nu eenmaal verplicht is een directeur te hebben, is Braat zelfs officieel - voor een tiende weektaak - aangesteld als directeur van de school. Ze onderhoudt contacten met inspectie en gemeente. Ze leest de vakbladen en incidenteel valt ze ook in bij ziekte. 'Bij de Vrije Scholen is het al jaren de traditie dat ouders contact hebben met leerkrachten. Medezeggenschap is bij ons overbodig, want er is overleg in negen zogeheten 'mandaatgroepen' ', legt Braat uit. Zelf is zij secretaris van de 'mandaatgroep bestuurlijke contacten'. Maar er zijn ook mandaatgroepen voor financiën, personeel en cultuur. 'Het is allemaal onbetaald werk. Soms krijgen we voor de mandaatgroepen te weinig ouders. Ze hebben of maken geen tijd of vinden dat de school de dingen zelf moet regelen. Maar soms hebben ouders ook drempelvrees', zegt Braat.

Haar school in Meppel telt 224 leerlingen en tien leerkrachten,. Elke klas heeft twee onbetaalde klasse-ouders die de leerkracht ondersteunen. 'Ze fungeren als een soort vraagbaak. Ze weten net iets meer dan andere ouders', zegt Braat. Er is een schoonmaakrooster, maar soms hebben ouders voor corvee geen tijd. Braat: 'Dan betalen ze een ouder die wel een tientje kan gebruiken. Daar hebben we geen moeite mee, als het lokaal maar schoon wordt.'

Schoolmoeder Wilma Eisenga (40) houdt op de Vrije School de personeels- en leerlingenadministratie bij. Als er leerkrachten ziek zijn, zorgt ze dat 'invalouders' met lesbevoegdheid worden gebeld. 'Het is leuk om te doen. Je voelt je verantwoordelijk, het wordt een beetje jouw school', zegt ze. Met luie ouders heeft Eisenga 'geen moeite'. 'Als ze maar geen kritiek hebben.'

Een vader, voormalig bouwvakker, is vanuit de banenpool als conciërge aangetrokken. 'Ik ben hier vrij man', zegt Fred Bakkenes (48). Hij zorgt dat de tuin en het schoolplein 'netjes' zijn. 'Ik ben een verlengstuk van de leraren.' In het handarbeidlokaal zaagt en timmert Bakkenes opbergkasten en smeedt oude fietsvelgen om tot kandelaars. 'Ik heb hier zo mijn eigen winkeltje. Kinderen komen naar mij voor reparaties in de klas, of voor een lekke band', aldus Bakkenes.

Tijdens haar rondleiding somt Braat andere vormen van ouderparticipatie op: er zijn 'luizenmoeders' die de kinderen op hoofdluis controleren, moeders die achter de mineralen- en de boekentafel stenen en boeken verkopen - de winst vloeit naar de schoolkas - een moeder die de notulen tikt voor de vergaderingen en een moeder die binnenhuisarchitect is en adviseert over de inrichting van de school. Braat: 'Alleen de verwarmingsmonteur en de onderhoudstechnicus voor het kopieerapparaat komen nog van buiten.'