De familie Njava uit Madagascar; Aan het maaiveld ontstegen

Concert: de groep Njava met muziek uit Madagascar. Gehoord: 13/1 Witte Theater IJmuiden. Verder: 19/1 Willem II, Den Bosch, 20/1 Beest, Goes, 21/1 Soeterijn, Amsterdam (15u), 25/1 Paradox, Tilburg, 27/1 RASA, Utrecht.

De staat Madagascar, gelegen ten zuidoosten van het Afrikaanse vasteland, is een groot (15x Nederland) en wonderlijk eiland. De bewoners noemen zich Malagasy, met een L dus in plaats van de D en zo heet ook de taal, die klinkt of hij niet uit Afrika komt maar uit de buurt van Sulawesi, bij velen bekend onder de naam Celebes. Madagascar heeft als veel eilanden een smeltkroes-geschiedenis en dat is af te horen aan de muziek. Althans wat er van doorgesijpelend is, want tussen 1970 en '92 zat het land als gevolg van een nationalistische koers bijna potdicht voor in- en uitgaand verkeer.

Sterren met het gewicht van Youssou N'Dour, Manu Dibango of Miriam Makeba heeft men nog niet, zoveel is inmiddels wel duidelijk. Zij die wel uitstegen boven het maaiveld, Rossy en Freddy de Majunga bijvoorbeeld, kwamen altijd via Parijs dat ook na de onafhankelijkheid van 1960 de culturele hoofdstad van Madagascar bleef, ook voor Euroburgers van buiten Frankrijk.

Dat de echte hoofdstad Antananarivo heet, weet hier bijna niemand, ook al is die groter dan Amsterdam en Brussel.

In die laatste stad is momenteel de familie Njava woonachtig, drie broers en twee zussen, opgevoed door een muzikale vader die geloofde in de vredestichtende kracht van muziek. Zijn kinderen doen in het IJmuidense Witte Theater die gedachte alle eer aan want Njava heeft niets met house, heavy metal of andere agressieve genres. Gitarist en informele leider Dozzy speelt op zijn gitaren uitsluitend lieflijke lijnen, het uit de hele wereld afkomstige slagwerk van Pata ondergaat slechts een voorzichtige massage, de basgitaar van broertje Max zoemt bescheiden.

De aandacht gaat hierdoor onvermijdelijk en terecht vooral naar de zingende zusjes Monika en Lala. De eerste steelt met haar heldere eerste stem en sierlijke bewegingen gemakkelijk de show. De tweede zit, uitgerust met een 'Madonna-microfoon' op een stoel terzijde, van waar ze niet alleen een prachtige onderstem toevoegt maar ook uiterst effectief percussie speelt. In langzame stukken is dat meestal de wrijfkalebas, in snellere een door haar zelf vervaardigde schudbus met steel. Ze noemt het ding 'katsa' en zo klinkt het ook, tenminste als men het woord syncopisch uitspreekt, dus met de klemtoon aan het eind. Het doet de muziek lopen als een luxe stoomtrein op een vriendelijk traject, zonder hinderlijke horten en stoten.

Soms verdwijnen de broers in de coulissen en stopt ook de percussie even omdat Lala zich van haar zetel verheft. De meisjes doen een stukje samen waar die knullen toch niets van begrijpen, een 'girl-story' met de titel Belima bijvoorbeeld. Wat een prachtige tweestemmige zang, wat een onbedorven raffinement, wat zoeken ze in hemelsnaam in het kille noorden?

Het motief is als meestal bij emigratie zo plat als een muntje, in het geval van Njava de Malagasische franc, die voor een groot deel drijft op de export van vanille. Dat ruikt wel heel lekker maar je kunt er niet van leven, tenzij het is nagemaakt door een chemische fabriek met hi-tech processors en een al even westers loonpeil.

    • Frans van Leeuwen