Commissie onderzoekt crisis kinderziekenhuis

UTRECHT, 18 JAN. Een commissie van drie onafhankelijke deskundigen op medisch, organisatorisch en bestuurlijk terrein gaat op verzoek van de raad van toezicht van het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht onderzoeken hoe het vertrouwen kan worden hersteld tussen de medische staf en de raad van bestuur. De commissie moet half februari met een advies komen.

Eerder had het dagelijks bestuur van de medische staf in een brief aan de raad van toezicht het vertrouwen in de directie opgezegd. Eergisteren gingen de in het ziekenhuis werkzame artsen in meerderheid akkoord met de handelwijze van het dagelijks bestuur. Hun belangrijkste grief is dat de directie geen visie ontwikkelt op de verhouding tussen wat er in de toekomst medisch-technologisch mogelijk is en wat daarvan in de behandelingen tot uitdrukking zal kunnen komen, aldus voorzitter A. van Vught van het bestuur van de medische staf.

In een kort geding voor de Utrechtse rechtbank eiste een kindercardioloog vanmorgen dat hem niet langer de toegang tot het Wilhelmina Kinderziekenhuis wordt ontzegd. Deze maatregel werd vorige maand door de directie genomen. De advocaat van de directie van het ziekenhuis verklaarde vanmorgen voor de rechtbank dat de cardioloog een deskundig arts is, maar dat kenmerken van zijn persoonlijkheid een goede samenwerking met collega-artsen in de weg staan. Hij zou naaste collega's achter hun rug om “zwart maken” door hun medische reputatie ter discussie te stellen. Ook heeft de cardioloog volgens de directie onnodig en veel te vroeg alarm geslagen over slechte resultaten bij complexe hartoperaties. Volgens de directie heeft de cardioloog het ziekenhuis met zijn uitlatingen onnodig schade toegebracht. Dat klemt des te meer omdat binnenkort minister Borst (volksgezondheid) het aantal kinderhartcentra in Nederland wil terugbrengen van zes naar drie. Ook staat het aanblijven van de cardioloog de vervulling van vacatures op zijn afdeling in de weg. Verschillende kindercardiologen willen volgens de directie alleen in het Utrechtse ziekenhuis komen werken als de betreffende cardioloog definitief vertrekt. Volgens de advocaat van de cardioloog is er geen sprake van een langdurig arbeidsconflict met de directie en collega's, maar heeft hij alleen zijn verantwoordelijkheid genomen door zijn bezorgdheid over de operaties tot uitdrukking te brengen tegenover de juiste autoriteiten.