Brief

Beste meneer Winsemius. U bent veel in mijn gedachten. Dat komt omdat u niet uit de media bent weg te branden. Ik zag een flits van u bij Lenferink, u werd aangekondigd bij Nova en ik genoot van uw hoorspelletje bij Vroege Vogels. Ik vertel het laatste kort na.

Heer konijn-van-de-wereld en schuw ventje egel zitten langs de snelweg. Heer Konijn vertelt van de sappige weiden vol insecten aan de andere kant. ''Steek 's-nachts over'', zegt hij, ''dan is het stiller. Maar wees voorzichtig. Als er een auto aankomt, en je redt het niet meer tot de overkant, blijf dan stil zitten. Je ziet twee koplampen op je afkomen. Ga zó zitten dat de ene koplamp links en de andere rechts voorbijgaat. Duik in elkaar en er zal je niets gebeuren.'' Ventje egel volgt de raad maar sterft op de snelweg. ''Nooit gedacht dat er nog driewielers rondrijden,'' verzucht het konijn.

Ja, u bent een mens met vele petten. Voorzitter van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, vroeger milieuminister, prominent VVD-lid, werkzaam in het bedrijfsleven en nu dus auteur van een milieuvriendelijk boekje. Daarom verzoek ik uw oordeel - nee, eigenlijk daag ik u uit.

Een paar maanden geleden vroeg ik mij op deze plek af, wat ik moest schrijven over energie en milieu in een schoolboek voor de vierde klas VBO en Mavo, eenvoudige kinderen. Er zijn commissies met belangrijke mensen die nadenken over de opvoedkundige aspecten van het onderwijs, over waarden en normen. Dat soort commissies bakt hete lucht die onmiddellijk zonder een spoor achter te laten opstijgt naar waar zich andere grote gedachten bevinden. Maar schoolboeken worden door kinderen gelezen. Het is van belang wat daar in staat. Daarom piekerde ik.

Weet je wat, dacht ik, ik schrijf over windmolens, dat die tegenwoordig windturbines heten, dat het probleem van mestoverschotten is op te lossen door de produktie van biogas, een vrolijk stukje over milieuvriendelijke poederkoolcentrales, het gebruik van zonnecellen en kooktoestellen met spiegels in ontwikkelingslanden en andere hoopgevende uitvindingen, met andere woorden er-is-niks-aan-de-hand-leugens van de bovenste plank waarmee in schoolboeken en allerhand voorlichtingsmateriaal de wereld grotelijks besodemieterd wordt. Nee, dat dus toch maar niet, dacht ik toen.

Uit de tekst die ik tenslotte schreef leg ik u een schema voor.

U bent een opinieleider in de moderne wereld van broeikaseffect, uitstervende vlinders, econologie, Brent Spar, afvalverwerking, GFT-bakken en honderd andere trefwoorden die allemaal over hetzelfde gaan. Toch ben ik bang dat u het met dit schema niet eens bent. Omdat u zo opgewekt bezorgd bent. U vindt vast dat de economie moet groeien, dat we harder moeten werken, meer moeten verdienen om meer schoon te maken. Is dat omdat een andere boodschap niet te verkopen is? Moeten we onze kinderen niet vertellen dat de boel in de soep loopt als we zo doorgaan?

Ten zuiden van Breda stroomt een mooi riviertje: de Mark. Het is er fijn wandelen. Daar waar de snelweg, de welvaart, over de Mark, de natuur, raast is er voor wandelaars en fietsers een tunneltje. In dat tunneltje heeft een graffiticus geschreven: ''Het probleem is niet dat sommige mensen in de wereld niets hebben, maar dat sommige mensen alles willen''. Moest ik toch weer aan u denken.