Alle 3488 Nederlandse soorten compleet; De paddestoelenbijbel

Overzicht van de paddestoelen in Nederland. E. Arnolds, Th. W. Kuyper en M.E. Noordeloos (red.). Uitg. Nederlandse Mycologische Vereniging, 1995. 872 pag. ill. Prijs ƒ 55,-. (excl. ƒ 12,50 verzendkosten).

ISBN 90 802818 1 6.

Inl. dr. E.J.M. Arnolds, Biologisch Station Wijster, tel. 0593-562441.

Kent u het wissewasje, het elfendoekje en het gul Sinterklaasschijfje al? En wanneer zag u voor het laatst een roestbruine gordelsteelgordijnzwam?

De afgelopen vijf jaar is hard gezocht naar passende Nederlandse equivalenten voor de Latijnse namen van onze inheemse paddestoelen. Dat bevordert de popularisering van de paddestoelenkennis en is handig voor terreinbeheerders en natuurbeschermers. Hypomyces rosellus klinkt nu eenmaal lang niet zo intrigerend als 'hangende zwameter'. De Ciboria mag u voortaan mummiekelkje noemen en tegen de Alnicola kunt u gewoon zompzwam zeggen.

Het gul Sinterklaasschijfje dankt zijn nieuwe roepnaam aan het feit dat deze zakjeszwam of Ascomyceet een zak vol schijfvormige sporen produceert, waarmee hij tamelijk gul is: hij verspreidt enkele honderden sporen per paddestoel. Namen als sombere grauwkop, toverchampignon en witte waaszwam spreken voor zich. Ze zijn allemaal te vinden in het 'Overzicht van paddestoelen in Nederland', dat afgelopen zaterdag in het Rijksherbarium in Leiden werd gepresenteerd.

Het gaat om een turf van 872 pagina's. Alle 3488 Nederlandse paddestoelen staan erin. Alleen al vanwege het gewicht, enkele kilo's, is dit geen boek om mee te nemen op een boswandeling. Daar is het ook niet voor bedoeld. Het is geen flora of determinatiewerk, maar een complete soortenlijst bestemd voor deskundigen. De soorten worden op alfabetische volgorde behandeld. Elke paddestoel is voorzien van een soortnummer. Daardoor heeft het geheel wel wat weg van een telefoonboek, al staan er ook enkele mooie aquarellen en pentekeningetjes en zo'n 80 verspreidingskaartjes in. Literatuurverwijzingen, beknopte informatie over verspreiding en frequentie van voorkomen, eventuele voor- of achteruitgang en standplaatsbeschrijvingen maken het geheel compleet.

Uitgever is de Nederlandse Mycologische Vereniging. Deze is opgericht in 1908 en telt zo'n 550 leden, die al dan niet beroepsmatig van paddestoelen houden. De oudste spreker op de studiedag afgelopen zaterdag, oud-biologieleraar dr. A.F.M. Reijnders, is bijna even oud als deze eeuw. Hij stak een wervend verhaal af over twee bijzondere, voor ons land nieuwe paddestoelen uit de kleibossen.

De jongste spreker was de Tilburgse student Geert de Cock, die recent bij het inventariseren van de vliegbasis Gilze-Rijen de meest spectaculaire ontdekkingen deed. Zo trof hij diverse zeldzame korstzwammen aan en vele polletjes van het piekhaarzwammetje - dat hij tot nog toe alleen uit de duinen kende. Onder de bomen van een roekenkolonie, waar veel jonge vogels tragisch uit het nest waren gevallen, groeide zelfs het vogelveerzwammetje op de roekelijkjes. Oorzaak van deze onvermoede paddestoelenrijkdom op de vliegbasis Gilze-Rijen is het drie jaar geleden ingevoerde verschralend beheer, gericht op maaien en afvoeren van het maaisel, om het terrein voedselarmer te maken.

Net als Reijnders en De Cock brengen honderden andere paddestoelenliefhebbers hun vrije tijd met een opschrijfboekje door in het veld. De Werkgroep Paddestoelenkartering Nederland, die in 1980 werd opgericht, kreeg al snel behoefte aan uniforme naamgeving. Betrouwbare karteringsnummers zijn onmisbaar voor het veldwerk. In 1984 verscheen een eerste voorlopige Standaardlijst. Sindsdien is de kennis over onze paddestoelen exponentieel toegenomen. Zelfs nadat dit boek naar de drukker ging, zijn er al weer allerlei nieuwe soorten ontdekt en andere juist geschrapt als zijnde uitgestorven. Sommige soorten of geslachten zijn samengevoegd tot één geheel en andere juist gesplitst. “De naamgeving weerspiegelt de verwantschap. De taxonomische inzichten daarin veranderen voortdurend”, zegt dr. Eef Arnolds van het Biologisch Station Wijster. Hij voorziet dat de mycologen nog zeker tot hun volgende verenigingsjubileum in het jaar 2008 bezig zullen blijven met het goed in kaart brengen van de Nederlandse paddestoelen, en misschien komt er wel helemaal geen eind aan het werk. Doelstelling is ook, om elke tien jaar een Rode Lijst van bedreigde soorten uit te brengen. De eerste Voorlopige Rode Lijst verscheen in 1989.

Eind vorig jaar verscheen ook de Atlas van Nederlandse Paddestoelen van Marijke Nauta en Else Vellinga. Dat boek is bedoeld voor een wat breder publiek, het behandelt alleen de bekendste soorten (zo'n 375 stuks) en besteedt daar per soort veel meer aandacht aan.

Gezamenlijk brachten de mycologen vorig jaar maar liefst 16.000 veldwaarnemingen bijeen. Dat brengt het totaal op 1.760.000. Dat leverde een papierberg op, waarbij zelfs ambtenaar Dorknoper zou verbleken. 24 specialisten hebben de diverse hoofdstukken geschreven. De eindredactie was in handen van dr. Eef Arnolds en dr. Thom Kuyper van het Biologisch Station Wijster en dr. Chiel Noordeloos van het Rijksherbarium in Leiden. Zij dragen het boek op aan hun gezamenlijke leermeester, dr. Kees Bas, nestor en erelid van de Nederlandse Mycologische Vereniging. Arnolds: “Spijtig is alleen, dat we straks al weer van alles moeten veranderen vanwege de nieuwe spellingsregels. Paddestoel blijft paddestoel, maar berkezwam wordt berkenzwam...”

    • Marion de Boo