Alex d'Électrique's Systeem; Met haatdragend sperma de wereld naar je hand zetten

Voorstelling: Het Periodiek Systeem der Elementen, door Alex d'Electrique. Tekst: Ko van den Bosch. Spelers: Rayman Spannet, Martin Hofstra, Ko van den Bosch, Raymonde de Kuyper, Pauline Kalker, e.a. Regie: Paul Vermolen. Gezien: 17/1 in theater Frascati, Amsterdam. Aldaar t/m 3/2; tournee t/m 12/4.

“We moeten opschieten vóór de wereld uit elkaar valt,” roept de vader. “We móeten het systeem in stand houden.” Hij is stervende en wil zijn chemisch wereldconcern nog op tijd in goede handen overdragen, zodat het Systeem - dat immers volgens wetenschappelijke logica het gedrag der elementen bestiert - niet gaat haperen. Als zijn opvolger ziet hij zijn jongste zoon Hamlet, want Hamlet is nu eenmaal een publiekstrekker. Met hem brengt hij dan ook menig uur door in het penthouse in de hoge wachttoren die het toneelbeeld bepaalt. Maar terwijl de labiel ogende zoon twijfelt en ijsbeert, azen de andere leden van het gezin op de erfenis.

Het is een dolgedraaid troepje familieleden dat Ko van den Bosch voor de nieuwe voorstelling van Alex d'Electrique heeft geschapen, met een zekere Adolf als kwaaiste. Hij draagt zijn beladen voornaam niet voor niets, want zijn visioen riekt naar machtswellust. Met haatdragend sperma kan hij de wereldorde voorgoed naar zijn hand zetten. En waar haal je haatdragend sperma vandaan? Van mannen die worden gewurgd. Daarna kun je ze het nekschot geven. Hij houdt de vader voor, dat Hamlet niet de geschikte kandidaat is. Hamlet is maar toneel, daar heb je niks aan, die kan niet eens besluiten of de kunst nu vóór- of achteruitloopt.

Met losse steken, dubbelzinnige dialogen, hardhandige grappen, rare zinnen ('je denkt toch niet dat ik stil heb gezeten tijdens mijn coma?') en haast niets dan amorele types schreef Van den Bosch een moralistische vertelling met méér tekst en minder spektakel dan in vorige voorstellingen van zijn groep. Mooi zijn de multifunctionele ladenkasten die het bedrijf symboliseren, de in het rond spattende nagels die de moeder van haar tenen knipt, en een sierlijke pas de deux van twee pratende heren in clubfauteuils op wieltjes. Mooi zijn ook de spelers, in de karikaturale, maar volstrekt vanzelfsprekende manier waarop ze hun verderfelijkheid ten toon spreiden.

Maar het water, het vuur, het bloed, de rook (waar rook is, is Alex d'Electrique) en de rest van de smeerboel doen deze keer een beetje plichtmatig aan - alsof ze eigenlijk vergeten waren en pas op het laatste moment, toen het script al was geschreven, werden ingevoegd. Daarom is er ditmaal wel veel om te lachen en iets om over na te denken, maar niets om lijfelijk bang van te worden.

    • Henk van Gelder