2,1 Procent blijkt voldoende; Huurstijging valt lager uit dan verwacht

DEN HAAG, 18 JAN. De huurstijgingen voor de sociale woningen zullen dit jaar veel lager uitvallen dan staatssecretaris Tommel (volkshuisvesting) eind 1995 jaar nog dacht.

De bewindsman zei vanmiddag in de Tweede Kamer dat de corporaties wat hem betreft kunnen volstaan met een huurstijging van gemiddeld 2,1 procent.

Voorwaarde is wel dat een corporatie aantoont niet in financiële problemen te komen door de lagere huurstijging. De 2,1 procent is de optelsom van de inflatie, die volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek vorig jaar 1,6 procent bedraagt, en een half procent dat de corporatie daar van Tommel bij moeten tellen voor hun gemiddelde huurverhoging. Tommel hield wat betreft de hoogte van het inflatiepercentage overigens nog een slag de arm, omdat de minister van financiën hem nog niet heeft gemeld dat dit inderdaad 1,6 bedraagt.

In november ging Tommel er nog vanuit dat de corporaties per 1 juli 1996 een minimale huurverhoging van 3,5 procent voor hun totale bezit moesten hanteren en een maximale verhoging van 6,5 procent per woning. Deze percentages zijn wettelijk vastgelegd en zijn gebaseerd op meerjarenafspraken die Tommels voorganger als staatssecretaris, Heerma, in 1993 met de corporaties maakte. Toen werd nog gedacht dat de inflatie jaarlijks drie procent zou bedragen.

Om een lagere gemiddelde huurverhoging dan 3,5 procent te mogen vragen, moeten de corporaties formeel toestemming vragen aan de staatssecretaris. Tommel beloofde vanmiddag dat hij dit fiat “ruimhartig” zal verlenen.

In het debat bleek dat een meerderheid in de Tweede Kamer eigenlijk woningcorporaties helemaal niet meer wil verplichten jaarlijks een huurverhoging door te voeren. De VVD herhaalde vanochtend deze suggestie en kreeg daarvoor de steun van D66 en PvdA.

De Kamer steunde in meerderheid het voorstel van Tommel om de huurstijging per woning aan een maximum van 6,5 procent te binden. De PvdA kreeg van haar coalitiepartners VVD en D66, en ook niet van het CDA, geen steun voor suggesties dit maximum te verlagen tot 5,5 procent.

Met de uiteenlopende percentages voor de huurverhogingen, die gebaseerd zijn op de eerdere afspraken met de corporaties, maakt Tommel het ook dit jaar mogelijk dat de verhuurders hun huurverhogingen per woning of per woningcomplex variëren of zelfs achterwege laten, zolang ze er maar voor zorgen dat ze aan een bepaalde gemiddelde huurstijging komen - vermoedelijk dus 2,1 procent - en per woning niet meer dan een verhoging van 6,5 procent vragen. De grootste organisatie van woningcorporaties, de Nationale Woningraad, sprak deze week de verwachting uit dat de huurverhoging in de sociale sector dit jaar op een gemiddelde van 3,9 procent uitkomt. In de particuliere sector zijn de huurstijgingen in het algmeen hoger omdat particuliere verhuurders eerder geneigd zijn te kiezen voor de maximaal toegestane huurverhoging.

De PvdA-fractie kreeg geen steun van haar coalitiepartners, en ook niet van het CDA, voor haar suggestie om deze maximale huurverhoging dit jaar op een lager percentage vast te stellen dan 6,5 procent. Staatssecretaris Tommel zou daartoe in overleg moeten treden met de overkoepelende organisaties van de woningcorporaties. Wel vindt de VVD dat dat de maximale huurverhoging niet in een percentage moet worden uitgedrukt, maar in geld. Het Kamerlid Hofstra becijferde een maximum van 41,91 gulden per maand. PvdA'er Duivesteijn liet weten deze suggestie in overweging te zullen nemen. Op die manier wil de VVD voorkomen dat het verschil tussen de lage en de hoge huren elk jaar steeds groter wordt.

De huurstijgingen zijn de afgelopen jaren gedaald. In 1994 gingen de huren met gemiddeld 5,2 procent omhoog en in 1995 met 4,7 procent. “De daling is fors ingezet”, meende Tommel vanmiddag “en moet doorgaan voorzover dat financieel verantwoord is.”