VN-tribunaal rekent - nog - niet op hulp van Ifor

IFOR-troepen houden zich nog niet actief bezig met het aanhouden van oorlogsmisdadigers. Volgens het VN-tribunaal hoeft dat ook nog niet. Pas wanneer de vredesmacht in Bosnië zich heeft geïnstalleerd zal ze verdachten moeten aanhouden wanneer ze hen tegenkomt.

Was het tot de Franse soldaat doorgedrongen dat hij oog in oog stond met een gezochte oorlogsmisdadiger? En wat had hij dan moeten doen, samen met zijn maat met wie hij min of meer toevallig tegenover de Kroatische generaal was komen te staan die door het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden is aangeklaagd? De man ten overstaan van een regiment zwaar bewapende Kroatische militairen die hem begeleidde arresteren?

In de gebouwen van het tribunaal wordt fijntjes gelachen als de voorbeelden ter sprake komen van IFOR-militairen die gezochte oorlogsmisdadigers zijn tegengekomen, maar hen in weerwil van de verwachtingen ongemoeid hebben gelaten en - in enkele gevallen - zelfs vriendschappelijk hebben bejegend. Voor verreweg de meeste van deze ontmoetingen is een geldig excuus: de IFOR-militairen in kwestie wisten eenvoudigweg niet dat de persoon die voor hen stond te boek staat als oorlogsmisdadiger. “Op het hoogste niveau van de IFOR-macht”, zegt een medewerker van het tribunaal, “is geen enkel moment met een verdachte van oorlogsmisdaden gesproken. De soldaten, korporaals en een enkele officier die dat wel hebben gedaan, wisten gewoon niet beter. Er is nog geen enkele beschrijving rondgedeeld onder IFOR-troepen, geen enkele foto van een gezochte oorlogsmisdadiger. Er circuleert geen enkele lijst met namen.”

En ook wanneer dat wel het geval is - naar het zich nu laat aanzien volgende maand - dan zal het volgens woordvoerder Ch. Chartier van het tribunaal nog “een godswonder” zijn als de IFOR-troepen daadwerkelijk een oorlogsmisdadiger in de kladden grijpen en op transport zetten naar Den Haag. “IFOR heeft nooit gezegd op jacht te zullen gaan naar oorlogsmisdadigers. De priotiteit ligt bij het toezien op de uitvoering van de akkoorden van Dayton: het handhaven van de vrede. De NAVO heeft er in toegestemd een oorlogsmisdadiger te zullen aanhouden wanneer IFOR-troepen in de loop van hun werkzaamheden op iemand stuiten. En verder verlenen zij onderzoekers van het tribunaal logistieke steun: transport, communicatie, onderdak, voeding. Meer doen ze niet niet. Dat zij in de eerste weken dat zij in Bosnië zijn niet onmiddellijk oorlogsmisdadigers oppakken is niet onbegrijpelijk, gezien hun eerste prioriteit, een taak waarmee zij nog maar net begonnen zijn. Gun ze de tijd posities in te nemen.”

Maar ook daarna zullen zij geen onnodige risico's nemen om oorlogsmisdadigers aan te houden. De verwachting dat IFOR het allemaal wel even regelt is volgens Chartier onrealistisch. “Er komt veel meer kijken dan je denkt als je iemand staande wilt houden die wordt verdacht van oorlogsmisdaden. Welk gezag heeft de commandant ter plekke eigenlijk om zo maar iemand aan te houden? Beschikt hij op dat moment wel over genoeg middelen en mensen om eventueel geweld te weerstaan? Welke tekst moet hij de verdachte voorlezen? Aan wie moet de verdachte worden uitgeleverd? Op al deze vragen is een antwoord gegeven.”

De eerste verantwoordelijkheid voor de arrestatie van oorlogsmisdadigers ligt volgens het tribunaal bij de oorlogvoerende partijen die de akkoorden van Dayton hebben ondertekend. Het tribunaal probeert met stille diplomatie Kroatië, Bosnië en Servië te houden aan de passages in het akkoord, dat het tribunaal alle gewenste medewerking zal worden verleend. Als er niet wordt geluisterd naar de verzoeken en aanwijzingen uit Den Haag, dan zullen de aanklagers en rechters niet aarzelen de hulp van hogere machten in te roepen om hun doel te bereiken: de Europese Unie (met invloed op Kroatië), de Verenigde Staten en de Verenigde Naties, waaronder het tribunaal nog altijd ressorteert. “Het Nederlandse televisiejournaal”, zegt een mederwerker van het tribunaal, “kwam onlangs met een reportage uit Vitez, waar een gezochte oorlogsmisdadiger in het comité van wederopbouw zit. Voor de camera verklaarde de burgemeester niet te zullen meewerken aan de uitlevering van deze man aan het tribunaal. Daar moet dus verandering in komen. Zo'n burgemeester moet begrijpen dat er geen alternatief voor hem is dan meewerken aan het tribunaal.” Geen tot weinig hulp verwacht het tribunaal van de internationale politiemacht die volgens de akkoorden van Dayton de plaatselijke politie moet bijstaan. In de akkoorden staat slechts dat de politie ernstige schendingen van mensenrechten zal rapporteren aan het tribunaal.

Het tribunaal zoekt intussen naar verdere bewijsmiddelen voor oorlogsmisdaden. De begroting van het tribunaal voor 1996, die enkele weken geleden bij de Verenigde Naties in New York werd ingediend, is bijna 44 procent hoger dan de vorige. Dat komt onder meer doordat het Tribunaal vermeende massagraven wil afgraven voor onderzoek, onder andere bij Srebrenica. Chartier: “Die leveren natuurlijk slechts informatie over de wijze waarop de slachtoffers om het leven zijn gebracht en in welke aantallen, hoewel het juridisch niet uitmaakt of slechts acht mensen zijn vermoord of achtduizend. Geen enkel lichaam zal het visitekaartje van de moordenaar dragen. Niettemin is het belangrijk onderzoek en zal het bijdragen tot de veroordeling van verdachten, die het volgens velen bij het tribunaal met de dag moeilijker krijgen, bij het zien van zoveel buitenlandse troepen die de sfeer in het gebied langzaam maar zeker doen veranderen. Wij zijn er dan ook van overtuigd dat nog dit jaar een aantal verdachten naar Den Haag zal worden gebracht voor berechting.”

    • Z.C.A. Luyendijk