Van Gogh Museum wil aankoopsubsidie

AMSTERDAM, 17 JAN. Het Van Gogh Museum in Amsterdam wil een jaarlijkse rijksbijdrage van een miljoen gulden om aankopen te doen. Het voormalige rijksmuseum is één van de weinige grote kunstinstellingen die op dat punt geen structurele overheidssubsidie krijgen. Het is onmogelijk beleid te maken op basis van incidentele bijdragen, meent Ronald de Leeuw, directeur van het Van Gogh Museum.

Dit museum kan geen aanspraak maken op aanvullende subsidies van de Mondriaan Stichting, want die steunt alleen hedendaagse aankopen. Daarom is het voor zijn aankopen aangewezen op de inkomsten uit de museumwinkel. De opbrengst bedraagt jaarlijks zeven á acht ton. Dat bedrag is volgens De Leeuw voor aankopen ontoereikend. “Het verzamelgebied van het museum behoort tot de allerduurste categorieën.” Het museum krijgt ook nauwelijks schenkingen, omdat er weinig Nederlandse verzamelaars van 19de-eeuwse kunst zijn, aldus De Leeuw.

De komende jaren wil het museum een beeldenverzameling aanleggen, bestemd voor zowel het huidige museumgebouw als ook voor de nieuwbouw rond de verzonken watertuin. Deze uitbreiding, die eind 1998 klaar moet zijn, is mogelijk door een Japanse donatie van 37,5 miljoen gulden. De opening van het paviljoen zal samenvallen met het 25-jarig bestaan van het museum. Dat wordt gevierd met een tentoonstelling over Theo van Gogh, broer van Vincent, en kunsthandelaar en -verzamelaar.

Het museum, dat nu zo'n tien jaar verzamelt, richt zich op Franse 19de-eeuwse kunst. De komende jaren wil het zich meer bezighouden met niet-Franse kunstenaars. Op het moment is het werk van de Duitse kunstenaar Von Stuck te zien en binnenkort opent een expositie met schilderijen en tekeningen van de Duitse romantici Friedrich en Runge. Voor 1997 staat een grote tentoonstelling over Weense kunst rond 1900 op het programma.

Tot voor kort had het museum nauwelijks beelden. Behalve een keramische vaas van Gauguin, omvat de verzameling een dubbelportret van Vincent en Theo van Gogh, gemaakt door Zadkine, en een beeld van Van Gogh van Joseph Mendes da Costa. De Leeuw zou graag een groot werk van Rodin willen kopen, maar “een goede gieting is een kapitale aangelegenheid.”

Onlangs verwierf het museum tijdens een veiling van Sotheby's in Londen een bronzen beeld van een agrariër van de Franse kunstenaar Aimé Dalou (1838-1902). Het afgelopen jaar kocht het ook een tweekleurig terracottabeeldje van Etienne Prosper d'Epinay (1836-1914). De Leeuw zag de Medusa bij toeval in een Newyorkse galerie. Later bleek dat koning Willem III dit werk had verzameld. (ANP)