Staat kleineren is niet liberaal

De markt hoort een grote rol te spelen in de samenleving, maar niet als plaatsvervanger voor de staat, meent H. Vonhoff. Afkeer van de overheid behoort ook helemaal niet tot het liberale gedachtengoed.

De afgelopen jaren zijn onder begeleiding van organisatiedeskundigen tal van overheidsactiviteiten kritisch beschouwd. Voor zover dat ten doel had om bureaucratische procedures te vereenvoudigen of op andere wijze de efficiency te bevorderen, kon daar geen bezwaar tegen worden ingebracht. Integendeel, de overheid als dienaar van de burgerij en uit dien hoofde belast met de uitoefening van gezag en de uitvoering van taken dient dat zo sober mogelijk en met inachtneming van individuele rechten ter hand te nemen en bedrijfsmatige adviezen, die dit bevorderen, zijn welkom. De overheid is daarmede echter geen bedrijf geworden. Hier zijn nogal wat bestuurders en hun deskundigen het spoor bijster geraakt.

In de eerste plaats komt dat tot uiting door een overschatting van de bedrijfsorganisatie in de marktsector vergeleken met die van de overheden. Het gras in de wei van de buurman leek soms groener dan het was.

In de tweede plaats werd een aantal begrippen geïntroduceerd dat haaks staat op het wezen dat de overheid behoort te kenmerken. Het meest pregnant vind ik in dat verband woorden als 'klant', 'klantvriendelijker'. De burger wordt niet gezien als de uiteindelijke bepaler, maar als de afnemer van diensten. Ondanks de zegswijze: 'De klant is koning' is dat geen soevereine positie.

Het is meer dan een relatie van afhankelijkheid, waarbij over en weer wordt gecalculeerd om het uiterste nut deelachtig te worden. Die attitude miskent de eigen plaats van de overheid.

In de derde plaats is men zich gaan afvragen of de overheid zich geen taken heeft toegeëigend dan wel opgedragen gekregen als gevolg van politieke besluitvorming die niet tot het publieke domein behoeven te worden gerekend. Het is zinnig dat ontvlechting, verzelfstandiging of privatisering wordt toegepast teneinde de omvang van de overheidssector te beperken. Daarmede wordt de beheersbaarheid gediend en kunnen de verhoudingen in onze samenleving en vooral ook in de marksector evenwichtiger worden.

Bij het verwijderen van het badwater moet het kind echter wel worden ontzien. De overheid, ik bedien mij van dit verzamelbegrip omdat mijn stellingname meer algemene geldigheid beoogt te hebben, blijft een speciale positie vervullen. Gelijkstelling aan andere marktpartijen kan niet aan de orde zijn. Duidelijk geldt dit waar de overheid, namens ons, is geroepen om regels te handhaven en op die grond en met grote zorgvuldigheid inbreuk maakt op het privéleven.

Wordt daarbij dwang uitgeoefend, ook al is dit een milde vorm, dan kan er geen sprake van zijn dat dit wordt overgelaten aan de markt. Zo acht ik de privatisering van parkeertoezicht al uit den boze. De overheid mag boete-opleggend, mobiliteitsbeperkend optreden met het doel de verkeerssituatie te verbeteren. De winstmaximalisatie die de belastingpachter, de tollenaar zo men wil, nastreeft kan die doelstelling mogelijk ook bevorderen, zeker is dat niet.

De ooit geopperde gedachte om het gevangeniswezen te privatiseren is ondanks de ernstige organisatorische gebreken bij de justitiële afhandeling van zaken volstrekt onacceptabel. Daarmee is de kous nog niet af. Op het gebied van sociale rechtvaardigheid, economische organisatie, veiligheidsbeleid, cultuur, onderwijs, ruimtelijke ordening heeft de overheid posities in te nemen. Rechtsgelijkheid, consistent beleid, het scheppen van een klimaat waarin de maatschappelijke spelers, zoals de sociale partners, tot hun recht kunnen komen zijn de uitkomsten waaraan wij de overheid mogen beoordelen.

Veel van de discussies over de positie van de overheid worden gevoed door wantrouwen en onderschatting. Dat is geen liberale visie op de overheid. Liberalen hebben zich nimmer - zoals socialisten - uitgelaten over de staat die “verdrukt” of de wet die “logen” is. (Voor jonge leden van de Partij van de Arbeid, ik citeer hier de Internationale in de versie van Henriëtte Roland Holst.)

Liberalen willen de staat op zijn eigen belangrijke plaats zien, niet als onze wederpartij maar als de door ons in het leven geroepen institutie. Dat betekent dat de overheid niet op de markt staat, maar op eigen wijze structuurbepalend is voor het publieke domein. De markt is daarvan niet los te denken, maar kan niet plaatsvervangend zijn.

    • H. Vonhoff