Schipperen in de sfeervolle bossen des onheils

The Cold Light of Day. Regie: Rudolf van den Berg. Met: Richard E. Grant, Lynsey Baxter, Perdita Weeks, Simon Cadell, Thom Hoffman, Gerard Thoolen, Boudewijn de Groot. In: 12 theaters.

De carrière van regisseur Rudolf van den Berg is niet bepaald een succesverhaal. Na een veelbelovend speelfilmdebuut (Bastille, 1983) en twee andere overwegend goede literatuurverfilmingen (Zoeken naar Eileen en De avonden) slaagde hij er niet meer in om eigen projecten te realiseren. Voor een scenario op basis van het leven van Jacob Israël de Haan wist hij geen enkele producent in Nederland te interesseren, en de opnames voor een andere film onder zijn regie werden twee jaar geleden op het laatste moment afgeblazen omdat de financiering in elkaar stortte. In de periode 1987-1993 kon hij maar één keer als regisseur optreden: als vervanger van Ruud van Hemert, die plotseling geen zin meer had in de slappe griezelfilm De Johnsons.

“Als je niet tot enig schipperen bereid bent, dan kom je in de filmwereld nergens,” zegt Van den Berg deze maand in een interview in De Filmkrant. En dus nam hij in een laat stadium de regie op zich van de internationale coproduktie The Cold Light of Day, een psychologische thriller op basis van een door de Zwitser Friedrich Dürrenmatt geschreven filmscenario, dat twee keer eerder verfilmd werd (waaronder in 1958 met de Duitse komiek Heinz Rühmann in een zeldzame serieuze rol). Het gegeven van The Cold Light of Day - later door Dürrenmatt nog bewerkt tot de novelle Das Versprechen - is sterk: een politie-inspecteur maakt jacht op een kindermoordenaar en gebruikt daarbij een klein meisje als levend aas. In Van den Bergs verfilming wordt dit goed uitgewerkt: de hoofdpersoon, gespeeld door Richard E. Grant, is een eenzame, sympathieke fanaticus die niet inziet dat je voor een goed doel ook te ver kunt gaan; zelfs zijn relatie met de moeder van het meisje (Lynsey Baxter, bekend als The French Lieutenant's Woman) offert hij op aan het waanidee dat hij de seriemoordenaar te slim af kan zijn.

The Cold Light of Day komt moeizaam op gang, wat grotendeels te wijten is aan de Eurohutspot van de produktie: het verhaal speelt zich af in een niet nader omschreven Oosteuropees land (de opnamen waren in Tsjechië), de hoofdrolspelers spreken Oxbridge-Engels, en de niet-Engelse bijrolspelers (onder meer Gerard Thoolen en Thom Hoffman) worden nagesynchroniseerd - op Boudewijn de Groot na, die kennelijk zijn talen goed genoeg beheerste. Pas als de inmiddels ontslagen inspecteur zich vestigt in een verlaten benzinestation langs de weg waar de moorden plaats vinden, vergeet je dit soort trivialiteiten en wint de film aan spanning.

Van den Berg heeft zijn werk goed gedaan: de beelden van de weg en de bossen des onheils zijn sfeervol, op de acteursregie is weinig aan te merken, en sommige scènes hebben werkelijk suspense. Vooral de optredens van de moordenaar (Simon Cadell) zijn memorabel: wie hem vanachter een handpop de 'Teddybears' Picknic' tegen het blonde engeltje Perdita Weeks heeft horen zingen, houdt zijn dochter de eerste weken binnen.

Dat The Cold Light of Day uiteindelijk toch geen geslaagde film is, ligt dan ook niet aan de hoofdrolspelers of aan Rudolf van den Berg, maar aan de scenarioschrijver die Dürrenmatts script bewerkte. Ik heb de film uit 1958 niet gezien, maar ik kan me niet voorstellen dat de psychologie van de ex-inspecteur er net zo slecht in is uitgewerkt als in The Cold Light of Day. Om maar niet te spreken van de zeldzaam stuntelige ontknoping en het ongeloofwaardige happy end: zelfs de best gestructureerde thriller zou die minpunten niet hebben overleefd.

    • Pieter Steinz