Reality-tv, het valt reuze mee

Vele bezorgde krantekolommen en forumdiscussies werden er vorig jaar aan gewijd. De morele verontwaardiging was groot, zoals het in domineesland hoort. Wat mij in al die opgeklopte onrust van meet af aan frappeerde, was de onwil tot een scherpe definiëring van het begrip. Wat verstaan we er precies onder? Dat kon niemand mij duidelijk maken.

Gemakshalve werd rijp en groen op één hoop gegooid. Je kon het zo gek niet verzinnen of het had wel iets met reality-tv te maken. Zeer verschillende programma's als 06-11 weekend, Bureau Bijlmer, Taxi, De bevalling en De tandeborstelshow werden over die ene kam van de reality-tv geschoren. Het ontbrak er nog maar aan dat ook het NOS Journaal tot reality-tv werd gebombardeerd.

Zo ontstond er een heilloze begripsverwarring waarin iedereen naar hartelust - en daar ging het vermoedelijk ook om - zijn morele nobelheid kon uitleven. De televisie is nu eenmaal een gemakkelijk doelwit, een oude, vertrouwde kop van Jut waarop we onze schuldgevoelens pletten. Dat de uitwassen in de schrijvende pers nog altijd vele malen smakelozer zijn dan die op de televisie, daar hoor je zelden iemand over.

Voordat de grote verwatering van het begrip begon, werd met reality-tv vooral bedoeld: het zo direct mogelijk betrappen van de werkelijkheid, zonder rekening te houden met de betrokken personen en hun privacy. Als je die definitie consequent hanteert, vallen er al meteen een aantal programma's af.

Neem Taxi en De kapper: dat zijn programma's volgens het oeroude recept van de 'candid camera', varianten op Poets en Bert Haanstra's Alleman. De mensen worden weliswaar zonder voorafgaande toestemming gefilmd, maar kunnen na afloop van de opnamen al of niet hun fiat hechten aan de uitzending ervan. De resultaten varieerden van flauw tot ontroerend, maar onfatsoenlijk waren ze hoogst zelden. Ik herinner me uit beide programma's maar enkele mensen die beter tegen zichzelf beschermd hadden moeten worden.

Zo kan ik nog even doorgaan: De tandeborstelshow was een moderne versie van de losse alles-moet-kunnen-stijl waarmee Willem Ruis - wat dat betreft de grote voorloper van Paul de Leeuw - in Nederland is begonnen, en programma's als De bevalling en De camping waren brave, voorspelbare inkijkjes in het leven van gewone mensen - met hun volledige instemming overigens.

Met reality-tv had het allemaal niets van doen.

Echte reality-tv werd slechts in een handvol programma's gemaakt, niet meer dan enkele procenten van de totale zendtijd. En dat gebeurde dan ook nog vooral bij obscure stations als RTL 5 en SBS. De kijkdichtheid was doorgaans zeer laag en de meeste programma's - zoals Foute mannen, foute vrouwen - werden dan ook snel afgevoerd.

De publieke omroepen bedienden zich slechts incidenteel van de strategie van reality-tv: enkele ongeoorloofde fragmenten in Deadline en in documentaires als Bureau Bijlmer en Surveillance, die verder volgens de beste traditie van het documentaire-filmen vervaardigd werden.

Het tv-seizoen is inmiddels over de helft, en het aanbod van reality-tv is volstrekt verwaarloosbaar geworden. Je hebt nog Breekijzer van Pieter Storms - wat ik overigens nog altijd, in tegenstelling tot het ook al beëindigde De deurwaarder, een zeer heilzame vorm van reality-tv vind. Verder zijn er nog O6-11 weekend en Highway Patrol, marginale programmaatjes bij marginale commerciële zenders.

Dat de bezorgdheid over reality-tv allang achterhaald is, is nog niet tot iedereen doorgedrongen. Eind vorig jaar liet minister Dijkstal op Kamervragen van J. Nijpels (Senioren 2000) al weten dat de hulpdiensten van ambulance, politie en brandweer géén hinder ondervinden van cameraploegen. Dat weerhoudt de Amsterdamse advocaat mr. P.J. Plasman er niet van de publieke verontrusting aan te wakkeren. Plasman zag een gat in zijn markt, maar het dreigt voor hem een wel erg zwart gat te worden.

Voor vijftig gulden biedt Plasman juridische bescherming tegen ongewenste tv-opnamen. Je krijgt van hem een 'reality-tv-codicil' dat je moet tonen als je ongevraagd met een draaiende camera wordt geconfronteerd. In dit codicil - dat Plasman ook naar de omroepen stuurt - staat dat iemand op voorhand geen toestemming verleent voor opname en uitzending.

Twintig mensen hebben zich inmiddels bij Plasman gemeld. Twintig! De verontrusting is kennelijk nog niet op het hele Nederlandse volk overgeslagen. Van die twintig - en nu wordt het ècht treurig voor Plasman (ook voor die twintig trouwens) - heeft nog niemand te maken gehad met ongewenste opnamen.

Enfin, Plasman heeft toch nog duizend piek aan zijn handeltje in loze bezorgdheid overgehouden. Maar de geringe belangstelling voor zijn plan illustreert vooral dat het gedoe rond reality-tv een stormpje in een glas water was. Het glas is omgevallen, het water weggevloeid.

    • Frits Abrahams