Politiek en voorkennis

HET OPENBAAR MINISTERIE heeft voor de tweede keer in korte tijd een smadelijke nederlaag geleden in processen tegen Joep van der Nieuwenhuyzen, eertijds een gevierd saneerder van noodlijdende bedrijven en tegenwoordig een hoofdrolspeler in juridische procedures op grond van beschuldiging van misbruik van voorwetenschap. Binnenkort zal de voormalige bedrijvendokter, wiens vermogen inmiddels drastisch geslonken is, ongetwijfeld genoegdoening eisen in schadeprocessen tegen de Nederlandse staat. Daarbij zal het gaan om claims van miljoenen guldens.

Van den Nieuwenhuyzen werd in twee processen beschuldigd op grond van een wet die beurshandel met voorkennis strafbaar stelt. Deze week ging het om de RDM-affaire, vorig jaar om de HCS-affaire. Naar aanleiding van de vernietiging van het vonnis door de Hoge Raad in het HCS-arrest verklaarde minister Zalm (financiën), die verantwoordelijk is voor het wettelijke toezicht op de effectenhandel, afgelopen zomer dat de wet voorkennis zo snel mogelijk zal worden aangescherpt. De Nederlandse kapitaalmarkt dreigt anders “de internationale risee” te worden, zei de minister in de Kamer. Nederland kon volgens Zalm de positie van zijn kapitaalmarkt slechts behouden als het aan de internationale normen wat betreft strafbaarstelling van handel met voorkennis voldoet.

SINDSDIEN IS ER niets veranderd. Ambtenaren van Financiën en van Justitie werken wel aan de aanscherping van de wet, maar erg opschieten doet het niet. Nu zal niemand met droge ogen willen beweren dat zich op de Nederlandse beurs nooit een affaire met voorkennis heeft voorgedaan. Maar het resultaat van zeven jaar ervaring met de wet die dit strafbaar stelt, is tot op heden nihil: geen enkele veroordeling heeft plaatsgehad. Dat kan liggen aan de beperkingen van de wet, het ligt ongetwijfeld ook aan het gebrek aan deskundigheid bij het openbaar ministerie. Elkaar snel opvolgende officieren van justitie moeten het opnemen tegen de beste advocaten die in Nederland te koop zijn.

In de genoemde HCS-zaak was het pijnlijk hoe de verdachte zich minachtend uitliet over de financiële kennis van de officier van justitie. Bij de RDM-affaire die deze week voor de Amsterdamse rechtbank diende heeft de officier bij voorbaat de handdoek in de ring geworpen door vrijspraak te eisen. Op het ogenblik loopt er nog één zaak, de verdenking van gebruik van voorkennis bij de overname van het handelshuis Borsumij Wehry.

DE TWEEDE KAMER heeft zich vanmiddag opnieuw beziggehouden met het ministeriële geklungel bij het ontslag van de hoogste magistraat van het openbaar ministerie in Amsterdam. Dat is een bestuurskwestie die politiek en publicitair veel aandacht trekt, temeer omdat het om veel geld in een individueel geval ging. In de voorkennisaffaires gaat het om aanzienlijk grotere bedragen en gaat het om de handhaving van de wettelijke regels die de gelijkheid van mogelijkheden en van de beschikbaarheid van informatie voor deelnemers aan de effectenbeurs moeten garanderen.

Helaas valt in het parlement geen enkele opwinding te bespeuren als het over beursfraude en handel met voorkennis gaat. Op het Binnenhof trekt dit onderwerp buiten een kleine groep specialisten geen aandacht. Ten onrechte. Niet alleen is de reputatie van de Nederlandse kapitaalmarkt in het geding; een gevecht tegen beursfraude kan wel degelijk stemmen opleveren. Zoals blijkt uit de verkiezing van Rudolph Giuliani tot burgemeester van New York. Giuliani was, in zijn vorige functie als officier van justitie, eind jaren tachtig verantwoordelijk voor het oprollen van de beursfraude op de New-Yorkse effectenbeurs.