Olieprijs omlaag door aanbod Irak hervatting export

ROTTERDAM, 17 JAN. De olieprijzen op de internationale markten zijn gisteravond met 1 tot 2 dollar gedaald als gevolg van een aanbod van Irak aan de secretaris-generaal van de Verenigde Naties om te onderhandelen over verkoop van een beperkte hoeveelheid ruwe olie.

Op de spotmarkt in New York ging de prijs van de toonaangevende Amerikaanse oliesoort West Texas Intermediate met 1 dollar omlaag, nadat de Iraakse ambassadeur bij de VN, Nizar Hamdoon, collega's van een groep niet-gebonden landen die lid zijn van de Veiligheidsraad had meegedeeld dat zijn land bereid is tot onderhandelingen.

Op de termijnmarkt in Londen daalde de notering voor de Noordzee-olie Brent met ruim 2 dollar tot 16,59 dollar per vat van 159 liter. Vanochtend was er een kleine opwaartse correctie tot 16,80 dollar, nadat uit Bagdad berichten kwamen dat de Iraakse autoriteiten ontkenden dat ze op de voorwaarden van de VN voor verkoop van olie zouden willen ingaan. Maar marktanalisten houden toch rekening met een spoedig besluit tot verkoop. “Waar rook is, is vuur”, zei een Amsterdamse handelaar in termijncontracten vanochtend.

Ambassadeur Nizar Hamdoon zou in een aanbod namens de regering in Bagdad aan secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali van de VN geen voorwaarden voor de onderhandelingen hebben gesteld. Woordvoerster Sylvana Foa van de VN bevestigde gisteravond laat dat er een brief “van Irak” gericht aan Boutros-Ghali is binnengekomen, maar over de inhoud wilde zij niets bekendmaken. Volgens mevrouw Foa had de secretaris-generaal, die vandaag in New York terugkeert van een reis naar Oost-Timor, al een boodschap uit Bagdad verwacht waarin het regime zijn “bereidheid aangeeft” tot onderhandelingen over verkoop van olie onder de voorwaarden die de VN in resolutie 986 van 1991 heeft gesteld.

Irak heeft sinds de Golfoorlog, vijf jaar geleden - toen het land door een internationaal handelsembargo werd geïsoleerd - consequent geweigerd in te gaan op de strenge condities van deze VN-resolutie, die verkoop van een beperkte hoeveelheid olie voor humanitaire doeleinden mogelijk maakt. Het gaat daarbij om de export van een maximale waarde van 4 miljard dollar. Daardoor zou een aanzienlijke extra hoeveelheid olie op de markt komen: zo'n 500.000 vaten per dag gedurende een half jaar. De opbrengst moet in een speciaal fonds van de VN worden gestort. Een deel van het geld mag besteed worden voor de aankoop van voedsel en medicijnen, een ander deel is bestemd voor herstelbetalingen aan Koeweit en ter dekking van de kosten die de VN in Irak heeft gemaakt voor inspecties.

De regering in Bagdad is onder toenemende druk komen te staan door de armoede onder de Iraakse bevolking die het gevolg is van de VN-sancties. De inflatie is met duizenden procenten gestegen en er zijn ernstige tekorten aan voedsel en medicijnen. Als gevolg daarvan zijn volgens de VN miljoenen mensen ondervoed. Van de sterfgevallen onder kinderen beneden de vijf jaar is 39 procent toe te schrijven aan ondervoeding.

Waarschijnlijk zal de Iraakse ambassadeur bij de VN in de onderhandelingen opnieuw pleiten voor opheffing van het handelsembargo. Maar de Veiligheidsraad heeft op 5 januari besloten de sancties tegen het land te verlengen omdat Irak nog steeds niet volledig voldoet aan de eisen van de VN om zijn programma voor produktie van massa-vernietigingswapens volledig te ontmantelen.