Nipo gekocht door personeel

ROTTERDAM, 17 JAN. Het marktonderzoeksbureau Nipo is gekocht door de eigen werknemers. Met terugwerkende kracht tot 1 januari 1995 heeft het personeel de aandelen overgenomen van de twee oprichters W. de Jonge en J. Stapel.

Het Nipo (Nederlands Instituut voor de Publieke Opinie) is in 1945 van start gegaan. Het bureau, gespecialiseerd in marktonderzoek voor bedrijven, maar bij het grote publiek vooral bekend van de politieke enquêtes, behaalde vorig jaar een omzet van circa 44 miljoen gulden. Bij het Nipo zijn 225 medewerkers in vaste dienst.

Bij de transactie is het volledige personeelsbestand betrokken. Het grootste deel van het aandelenpakket (90 procent) is gekocht door een groep van 25 werknemers. Daaronder bevinden zich de drie directeuren, vijftien bestuurders van de business units en zeven projectleiders. De overige tien procent is via een personeels-BV bestemd voor de rest van het personeel.

Dat de aandeelhouders gekozen hebben voor een management buy-out, hangt volgens directeur Th. Hess samen met de aard van de werkzaamheden bij het Nipo. “Het is een people's business. In de kennisindustrie wordt het produkt niet gemaakt door machines, maar door mensen. Bij bedrijven zoals het onze zijn aandelenbelangen voor het personeel heel gebruikelijk.”

Hoewel het management vanaf het begin de voorkeur heeft uitgesproken voor een management buy-out, leek de transactie in eerste instantie niet door te gaan. Twee buitenlandse ondernemingen toonden veel belangstelling toen bleek dat de oprichters hun aandelenbelang wilden verkopen. “Er waren een paar kapers op de kust. Hun voorstellen zagen er op zich aantrekkelijk uit”, aldus Hess. De overnamepogingen stuitten echter af op tegenstand van het management. “Die bedrijven moeten er wel op kunnen vertrouwen dat er een commitment is van het management. Het risico dat goede mensen snel vertrekken, is anders heel groot.”

Ook een beursgang werd even overwogen. Deze strandde op het feit dat het Nipo, met een jaaromzet van 44 miljoen gulden, bij lange na niet voldoet aan de eis dat beursgenoteerde bedrijven ten minste 100 miljoen omzet moeten behalen. Directeur Hess sluit niet uit dat het Nipo in de toekomst toch een beursnotering zal aanvragen, om op die manier kapitaal binnen te halen voor expansieplannen.

Door de werknemers zelf aandeelhouder te maken is hun betrokkenheid bij het Nipo aanzienlijk vergroot, stelt Hess. Wie binnen tien jaar vertrekt, krijgt alleen de oorspronkelijke inleg en een nominale rente terug. Werknemers die langer dan tien jaar bij het Nipo werken delen mee in de opgebouwde goodwill. Hoeveel geld er met de overname door het personeel is gemoeid, wil Hess niet zeggen. “De buitenlandse kandidaten waren bereid zo'n 25 miljoen gulden te betalen. Laat ik zeggen dat het nu om een aanzienlijk lager bedrag is gegaan.”