Martine Bijl over schrijven voor toneel; Wrange komedie van een wandelende baal faalangst

Sinds Martine Bijl geen theaterprogramma's meer maakt brengt zij veel tijd door achter de tekstverwerker. In stilte schreef ze haar eerste toneeltekst, Walters hemel. Het stuk, met Ingeborg Elzevier in de hoofdrol en geregisseerd door echtgenoot Berend Boudewijn, gaat zaterdag in de Haarlemse Stadsschouwburg in première.

Martine Bijl had Walters hemel op het aankondigingsaffiche willen aanprijzen als 'een treurige komedie', maar haar impresario, theaterbureau Hummelinck Stuurman, achtte 'een wrange komedie' een betere omschrijving. Wrang is de situatie in het stuk, ondanks alle luchtigheid, zeker. Zo wrang zelfs dat het publiek tijdens een try-out van de voorstelling in De Meervaart in Amsterdam aandachtig maar stilletjes toekijkt hoe het huwelijk van Marga, succesvol schrijfster en regisseuse van televisiesoaps, en Theo, een literair auteur wiens werk in de ramsj ligt, door een dramatische gebeurtenis onder vuur komt te liggen en later op de klippen loopt.

“Het is goed dat de acteurs dit een keer hebben meegemaakt, dan hebben ze dat vast gehad,” constateert Martine Bijl droogjes, een paar dagen na de voorstelling. “Erger kan niet, heb ik ze gezegd. Het was een moeilijk publiek, ik merkte dat de spelers er uit balorigheid een schepje bovenop deden. Het stuk zit vol met mijn dingetjes, zoals opmerkingen over hoe het bij de televisie toegaat. Dat spreekt mij aan omdat ik er zelf mee te maken heb, maar iemand die er buiten staat vindt er misschien niets aan. Toch kun je er ook ernstig naar kijken, dat is prettig aan dit stuk. De grapjes staan tussen de regels. Ik vind iets leuk als die uit een situatie voortkomen - ik schrijf geen oneliners.”

Op haar zestiende stond Martine Bijl voor het eerst op een podium met liedjes van Anne Sylvestre. In de jaren daarna maakte ze met haar toenmalige begeleider, de tekstschrijver, componist en producent Henk van der Molen platen, televisieprogramma's en vier theatersolo's waarmee ze vanaf 1983 door het land trok. Eind jaren tachtig kwam de ommezwaai. Ze wilde niet wéér beginnen aan een nieuw programma dat al was verkocht voordat er een letter op papier stond. Na een maand spitten in de tuin besloot ze te gaan schrijven. Ze begon tv-series te vertalen en te bewerken. In één ervan, Het Zonnetje in huis, is ze wekelijks te zien naast onder anderen John Kraaykamp.

Na een repetitiedag voor een aflevering van de serie in een studio in Utrecht stelt Martine Bijl met voldoening vast dat ze voor het eerst van haar leven rust heeft door de routine van het werk. “Ik denk nu altijd: het komt wel goed. Met die shows had ik ook wel routine maar toch was het elke avond weer alsof ik eindexamen moest doen. Na die laatste show was ik moe. Ik had even geen zin maar ik dacht niet eens: ik houd ermee op. Nu denk ik dat wel. Ik vind het leuker om andere dingen te doen. Met die shows had ik nergens tijd voor, nog geen radio-interview kon er af als ik die avond moest optreden.

“Ik verbaas me erover dat ik het optreden geen dag heb gemist. Dat betekent niet dat ik er geen plezier aan beleefde, de opwinding na een geslaagde avond duurde alleen nooit lang. Ik was opgelucht, maar na een minuut begon dat al te zakken. Het euforische gevoel dat collega's na een voorstelling hebben, heb ik als ik 's ochtends beneden kom en de tekstverwerker zie staan.”

Achter die tekstverwerker begon ze op een dag aan haar eerste toneelstuk. De twaalf minuten durende eenakters die ze eerder in haar conferences had verwerkt hadden haar doen beseffen dat ze eigenlijk niets liever wilde dan toneelschrijven.

“Van te voren had ik geen idee wat voor stuk het zou worden. Ik heb van m'n leven nog nooit een synopsis geschreven. Ik ga zitten met een blank papier voor me en ik zeg tegen mezelf: het doek gaat op, 't zal mij benieuwen wat ik te zien krijg. Ik wil niet beweren dat ik in zijn gezelschap verkeer, maar Pinter zegt ook: er is een deur en ik ben benieuwd wie er straks binnenkomt.

“Toen Walters hemel af was heb ik het opgestuurd naar Hugo Heinen, een dramaturg die ik goed vind. Hij stuurde het terug met complimenten en een pak papier met adviezen. Dat heeft me nog een maand gekost. Ik denk altijd dat iets beter kan, maar toen ik het stuk na een half jaar terug las merkte ik dat er niets aan veranderd hoefde te worden. Nu de première nadert groeit de onzekerheid. Het leuke is dat de spelers loyaler zijn aan de tekst dan ik. Je hoort vaak van stampvoetende acteurs die de hele tekst omgooien, maar dat heb ik niet meegemaakt.

“De eerste weken van de repetities ben ik niet gaan kijken. Later, toen er vragen kwamen over het stuk, ben ik erheen gegaan. Ik betrapte me er weleens op dat ik de acteurs iets op mijn manier wilde laten zeggen. Dat kan natuurlijk niet. Mijn intonatie is niet hun intonatie. Zo ontdek je dat de toon van een dialoog soms totaal anders is dan ik dacht toen ik 'm opschreef.”

Aanvechtingen om zelf op het toneel te gaan staan had Martine Bijl niet. Als ze een rol speelt is dat voor televisie: in comedy's en in het overbekende reclamespotje waar ze temidden van parende konijnen of tussen hoog opschietend gewas jaar in jaar uit laat weten dat we de groe(n)ten van Hak moeten hebben.

“Die spotjes doe ik graag. Na tien jaar is het me zo eigen geworden, er is geen acteur die al zo lang voor één produkt werkt. Met zo'n opname ben ik een dag bezig. Dan zit ik op het veld tussen al die vreselijke insekten waar ik een fobie voor heb. In de koffiepauze mag ik niet weg omdat ik anders de spinazie plat trap. Maar ik klaag niet hoor. Ik krijg er veel geld voor en het zijn leuke, ironische teksten.

“Ik kan niet buiten ironie. Alles begint met een goeie tekst, ook voor zo'n reclame is dat de basis. Dat wordt wel eens vergeten. Als ik schrijf moet ik zoeken naar elke zin. Ik doe er lang over om het vanzelfsprekend te laten klinken. Schrijven vind ik niet makkelijk. Ik vind niks makkelijk. Ik ben een wandelende baal faalangst. Als ik pretenties had was ik vast gelukkiger, maar ik leerde vroeger dat je nooit tevreden mocht zijn. Mijn vader gaf weinig complimentjes, hoewel ik die graag krijg. Daarom doe ik zo m'n best.”