Keramiek van vijf Chinese dynastieën in Leeuwarden; Licht op het Yuan-tijdperk

Tentoonstelling: Het Mongoolse Rijk tijdens de Yuan dynastie (1279-1368). Museum het Princessehof, Leeuwarden. T/m 25/2, ma-za 10-17, zo 14-17. Catalogus ƒ 29,50

De keramiekexpositie in het Princessehof in Leeuwarden opent met een parade van vijf Chinese dynastieën. Strak in het gelid staan op hun voetstukken respectievelijk een grote, bruine vaas uit de Han-periode (206 v C - 220 n C), een sculptuur uit de Tang-periode (618-906), een hoge, beige vaas uit de Song-periode (960-1279), een blauwwitte kom uit de Ming-tijd (1368-1644) en als laatste een polychrome vaas uit de Qing-tijd (1644-1911)

Een zesde sokkel, wat afgezonderd en meer in de schijnwerpers, draagt een witte dekseldoos, met als enige decoratie witte lijnen. De doos, die veel soberder is dan de vijf achtergrondobjecten, dateert uit de Yuan dynastie, de tachtig jaar (1279-1368) waarin de Mongolen over China heersten. Het Yuan-tijdperk staat op exposities altijd in de schaduw van de Song en Ming dynastieën. Daaraan wil het Princessehof iets verhelpen.

De Mongolen, afkomstig uit de steppen ten noorden van de Gobi-woestijn, begonnen omstreeks 1210 onder hun leider Djenghis Khan delen van Centraal-Azië en het Midden-Oosten te plunderen en te bezetten. In de halve eeuw daarna veroverden zij op brute wijze steeds meer terrein. Nadat een nazaat van Djenghis, Koebilai, in 1279 de laatste Song-prins had verdreven en China annexeerde, strekte het Mongoolse Rijk zich uit van de Middellandse Zee tot de Stille Oceaan.

Onder het bewind van Koebilai Khan ontstond er in dat immense rijk een zekere rust, de Pax Mongolica. Landroutes werden beveiligd en zeehavens opengesteld waardoor een levendige uitwisseling van kennis, ideeën en goederen op gang kwam. Zo leerden de Chinese pottenbakkers van hun bezetters een huishoudelijk artikel kennen dat vanaf de Yuan dynastie furore maakte. Het was een wijd kopje op een stevige hoge voet. Uit deze 'stemcups', in Leeuwarden in prachtig celadon te zien, ging men voortaan alcohol drinken.

Het belangrijkste resultaat van de contacten tussen Iran en China was de 'export' van kobaltblauw, de kleurstof die de Iraanse keramisten toepasten voor het glazuren van de tegels voor hun moskeemuren. De Chinese collega's namen het stralende blauw over en decoreerden er vanaf het tweede kwart van de veertiende eeuw schalen, kommen en kannen mee. Bij een schenkkan uit circa 1400 is de Iraanse invloed nog duidelijk aan te wijzen. Niet alleen zijn de drukke, in etages uitgevoerde blauwe motieven on-Chinees, ook de vorm van de kan is een regelrechte nabootsing van Arabisch metaalwerk.

Het aandeel van Iran in de winterexpositie beperkt zich vooral tot tegels: ster- of kruisvormige exemplaren die de muren bedekten en friestegels die de bovenkant van die muren afsloten. De tegels zijn propvol beschilderd met bladeren, ranken, jacht- en strijdscènes en koranteksten. De Iraanse tegelbakkers bedekten de in groen en blauw uitgevoerde motieven bovendien met een bruinig metaalluster. Weliswaar is deze 'bouwkeramiek' bedoeld voor grote, verticale oppervlakken en geeft een enkele horizontaal neergelegde tegel een vertekend beeld, maar de islamitische keramiek is voor westerse ogen te overdadig en minder vertrouwd dan het Chinese porselein en steengoed.

De tentoonstelling wordt aangevuld met foto's die Miriam van der Gugten in 1993 tijdens een reis door de Volksrepubliek Mongolië maakte. De landschapsfoto's geven een indruk van de ,lege' steppen die door het klimaat ongeschikt zijn voor landbouw. Als in de tijd van Djenghis Khan leven de Mongolen van veeteelt, vooral schapen. Dat dwingt ze voortdurend andere weidegronden te zoeken. In het Princessehof is ook een 'ger' opgebouwd, de ronde behuizing van vilt en tentdoek over een houten of bamboe geraamte. In deze ger, die binnen een uur kan worden opgesteld en afgebroken, staan een tafel en uiterst lage krukjes en er liggen felgekleurde tapijten. Een manshoge kachel verwarmt en dient om op te koken, een draagbare radio onderhoudt de verbinding met de bewoonde wereld. Maar toch, je moet véél van kamperen houden om het daar uit te houden.

    • Hetty Terwee