Kaping Turks schip compliceert crisis; Massale Russische aanval gegijzeld dorp

ANKARA/MOSKOU, 17 JAN. Russische troepen zijn vanmiddag begonnen met hun slotaanval op het dorp waar Tsjetsjeense separatisten zich met rond zeventig gijzelaars hebben verschanst. De gijzelingscrisis heeft zich inmiddels uitgebreid naar Turkije, waar gewapende mannen dreigen een veerboot met tweehonderd mensen in de Bosporus op te blazen als de aanval op de Tsjetsjenen in het dorp Pervomajskoje niet wordt stopgezet.

De Russen hebben vanmorgen laten weten grover geweld tegen de Tsjetsjenen te gaan gebruiken, omdat er volgens hen bijna geen gijzelaars meer in leven zijn. Om twaalf uur onze tijd begon een hevige Russische artilleriebeschieting op Pervomajskoje.

Een groep gewapende mannen - Turken, vermoedelijk van Tsjetsjeense afkomst - kaapte gisteren in de Turkse Zwarte Zee-haven Trabzon een veerboot, vlak voordat het schip naar de Russische stad Sotsji zou vertrekken. Ze hebben gedreigd het schip in de Bosporus te zullen opblazen als de Russen de Tsjetsjeense commando's in Pervomajskoje geen vrije aftocht naar Tsjetsjenië geven. Het schip vaart nu richting Istanbul.

In Pervomajskoje, aan de grens tussen Tsjetsjenië en de Russische deelrepubliek Dagestan, trachten Russische troepen nog steeds een eind te maken aan de nu al meer dan een week durende gijzelingsactie van een groep van 250 Tsjetsjenen. Aan het begin van de middag lieten de Russen weten de operatie “vandaag te willen afronden” en ervan uit te gaan dat de Tsjetsjenen in het dorp vrijwel alle nog resterende gijzelaars - rond zeventig - hebben “vermoord”. Kort daarop begon de grote aanval op het dorp.

De scheepskapers - volgens sommige bronnen zijn het er tien, volgens andere rond twintig - bezetten in Trabzon schietend met automatische wapens de Avrasya vlak voordat het schip zou uitvaren voor een reis naar het Russische Sotsji. Bij de bezetting werd een Turkse politieman gewond. Op de in Panama geregistreerde Avrasya bevinden zich volgens het Russische consulaat in Trabzon 161 mensen: 95 Russen, 37 Turken, negen Oekraïeners, elf Georgiërs, twee Kirgiezen, een Jordaniër en zes passagiers wier nationaliteit niet kon worden vastgesteld. Vermoedelijk zijn er echter ook niet geregistreerde passagiers aan boord.

Bij de bezetting vielen volgens een Russin, die erin slaagde te ontsnappen, een dode en enkele gewonden. Later meldde de kapitein echter dat iedereen het goed maakt. De kapers dreven de Russen onder de passagiers samen en sloegen volgens de ontsnapte vrouw op hen in. Aanvankelijk konden ze de Turkse kapitein niet vinden omdat hij zich had verstopt. Toen ze hem hadden gevonden, dwongen ze hem zee te kiezen. De kapers spraken volgens de vrouw Turks en Russisch. Ze had hen horen zeggen dat ze de niet-Russen onder de passagiers niets zouden aandoen.

De leider van de actie identificeerde zich in een gesprek met een Turkse televisiezender als 'Mohammed'. Volgens de gouverneur van Trabzon heet de man Mohammed Tokcan en is hij Turks staatsburger. Vele tienduizenden inwoners van Turkije zijn van Tsjetsjeense afkomst.

In zijn gesprek met de televisiezender eiste 'Mohammed' dat de Tsjetsjenen die in Pervomajskoje met hun gijzelaars worden belegerd en beschoten door Russische troepen ongehinderd naar Tsjetsjenië mogen gaan. Als dat niet gebeurt, blaast hij de Avrasya op in de Bosporus. “Daarna explodeert de hele noordelijke Kaukasus.”

Pag.5: 'Gekaapt schip zal Istanbul niet halen'

“We eisen de volledige onafhankelijkheid van Tsjetsjenië. Zo niet, dan komt er oorlog”, aldus 'Mohammed' aan boord van het gekaapte schip. Hij zei met zijn actie president Jeltsin van Rusland te willen treffen, en niet Turkije. De Turkse passagiers en bemanningsleden zal volgens hem niets overkomen. Naar eigen zeggen behoort 'Mohammed' tot “de groep van Sjamil Basajev”, de Tsjetsjeense commandant die vorig jaar een ziekenhuis in de Zuidrussische stad Boedjonnovsk bezette en duizenden mensen gijzelde. Basajev heeft zich over de gijzelingsactie tot dusverre niet uitgelaten. Hij gaf toe geen Tsjetsjeen te zijn. “Maar onze harten zijn met de Tsjetsjenen.”

Sinds gisteravond vaart de Avrasya op in de richting van Istanbul, 1.200 kilometer westelijker. De reis duurt naar schatting twee dagen. De Turkse minister van scheepvaart zei vandaag dat de scheepvaart op de drukke Bosporus “niet serieus” wordt ontregeld als de Avrasya inderdaad wordt opgeblazen, maar dat het schip Istanbul niet zal halen omdat het niet genoeg brandstof aan boord heeft. Twee schepen van de Turkse kustwacht volgen de Avrasya. De Turkse autoriteiten staan naar eigen zeggen in contact met de kapers. Ze hebben laten weten op het ogenblik geen actie tegen het schip te overwegen.

Onze correspondent in Moskou voegt hieraan toe: Generaal Aleksandr Michailov, woordvoerder van de Russische staatsveiligheidsdienst FSB, die de operatie tegen de Tsjetsjeense gijzelnemers in Pervomajskoje leidt, kondigde vanochtend “de afronding” van de actie aan. “Volgens onze informatie zijn de meeste gijzelaars geëlimineerd.” Volgens hem hebben de Tsjetsjenen vannacht een mislukte ontsnappingspoging ondernomen en zijn ze vanmorgen begonnen de resterende gijzelaars te executeren.

Vanmorgen zagen verslaggevers, die op ruim twee kilometer afstand van de gebeurtenissen worden gehouden, dat ongeveer driehonderd Russische soldaten zich terugtrokken uit Pervomajskoje. Ze werden overgebracht naar het enkele kilometers verderop gelegen dorp Sovjetskoje. Tegelijkertijd werden raketwerpers in stelling gebracht.

De strijd bij Pervomajskoje, het dorpje op de grens van de Russische deelrepubliek Dagestan en Tsjetsjenië waar Tsjetsjeense guerrillastrijders sinds vorige week dinsdag ongeveer honderd mensen gegijzeld houden, was vandaag rond het middaguur nog niet gestreden. Over het verloop van de Russische aanval, die maandagmorgen begon nadat de Tsjetsjenen hadden geweigerd zich over te geven, zijn geen berichten uit onafhankelijke bronnen.

Volgens de Russische autoriteiten zijn er tot nu toe 28 gijzelaars bevrijd, zestig Tsjetsjenen gedood. Enkele bevrijde gijzelaars waren gisteravond op de televisie te zien. Aan Russische kant zouden achttien doden zijn gevallen en zouden meer dan zestig soldaten gewond zijn geraakt. De Tsjetsjenen daarentegen zeggen dat zij al meer dan honderd Russische aanvallers hebben gedood. Een woordvoerder van de Tsjetsjeense president Doerdajev gaf gisteren eigen verliescijfers. De Tsjetsjenen zouden in Pervomajskaja vijftien man aan doden en veertien man aan gewonden hebben verloren.

De FSB-woordvoerder heeft gisteren wel erkend dat de Tsjetsjenen zich hardnekkig en met succes verdedigen. “Als we hun verdedigingslinies zien moeten we constateren dat zij niet alleen een militaire academie hebben doorlopen, maar ook nog met vlag en wimpel zijn geslaagd”, zei Michailov. In Moskou zei de woordvoerder van president Jeltsin dat de aanval relatief traag verliep uit zorg over het lot van de gijzelaars, niet vanwege ineffectief optreden van de strijdkrachten.

Inmiddels wordt in pervomajskoje een journalist vermist. Een verslaggever van de Izvestija is al vier dagen zoek. Hij bevind zich in het dorp toen de Russen maandagochtend met hun artilleriebeschietingen begonnen.

Over het lot van de dertig werkenemers van een elektriciteitscentrale in de buurt van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny, die gisteren door gemaskerde mannen werden meegevoerd, bestaat nog altijd geen duidelijkheid. Aanvankelijk was onduidelijk of het om een ontvoering door Tsjetsjenen of om een uit de hand gelopen arbeidsconflict over de uitbetaling van achterstallige salarissen ging. Vandaag werd vanuit Tsjetsjeense èn Russische bron gemeld dat de dertig Russen wel degelijk zijn gegijzeld door Tsjetsjeense separatisten.