In Bagdad is het vandaag toch feest

De Iraakse regering organiseert vandaag een feest, zij het bescheiden, ter gelegenheid van de vijfde verjaardag van het begin van de 'moeder van alle veldslagen'. President Saddam Hussein houdt een “alomvattende, intellectuele toespraak” om de “kwaadaardige militaire agressie van 30 staten tegen Irak” te herdenken. Jongeren houden een mars. Van de minaretten van de moskeeën klinkt het 'God is groot'. Op het programma staan verder seminars, tentoonstellingen, concerten en poëziefestivals, aldus de officiële media.

Vijf jaar geleden lanceerde de meer dan 750.000 manschappen tellende anti-Iraakse coalitie onder het commando van de Amerikaanse generaal Norman Schwarzkopf haar grootscheepse luchtoffensief om Saddam Hussein te dwingen zijn troepen uit Koeweit terug te trekken. Bij in totaal 109.000 luchtacties gedurende 42 dagen werd 88.000 ton bommen afgeworpen boven Koeweit en Irak. Op 28 februari werd een staakt-het-vuren van kracht, nadat het Iraakse leger in een massaal bliksemoffensief te land van nog geen vier dagen Koeweit was uitgeslagen. Een vertegenwoordiger van de Verenigde Naties, de huidige Finse president Martti Ahtisaari, zei korte tijd later na een inspectiebezoek dat de geallieerde campagne Irak had teruggezet in een pre-industrieel tijdperk. Het Iraakse leger was een zware slag toegebracht, bruggen, vliegvelden, ministeries, fabrieken, elektriciteitscentrales, waterzuiveringsinstallaties verwoest - geen zaak om vandaag feestelijk te herdenken.

“Daar zit de agressor Saddam Hussein, nog altijd aan de macht (..) Ik vraag me af wie won”, zo zegt de Britse oud-premier Margaret Thatcher in een vierdelige documentaire die de Britse BBC de afgelopen twee weken heeft uitgezonden ter gelegenheid van de vijfde verjaardag van de Golfoorlog. Dat is de andere kant van de medaille. Thatcher zelf werd al tijdens de Golfcrisis ten val gebracht, de Amerikaanse president George Bush bij verkiezingen naar huis gestuurd. De Russische president Gorbatsjov is vervangen, diens Franse ambtgenoot Mitterrand overleden en de Saoedische koning Fahd heeft de dagelijkse leiding over zijn land wegens ziekte aan zijn kroonprins moeten toevertrouwen. Zo bezien is er in Bagdad toch wel enige reden om een feestje te houden.

Pagina 4: Irak vervallen in diepe armoede

In een vraaggesprek met Sir David Frost dat gisteren door de Amerikaanse televisiezender PBS werd uitgezonden, zei oud-president Bush er indertijd van te zijn uitgegaan dat Saddam zo'n vernederende nederlaag niet kon overleven. “Ik maakte een inschattingsfout”, erkende hij. Saddam zelf vreesde ook dat zijn val ophanden was, zo vertelde Wafiq al-Samarrai, het inmiddels overgelopen hoofd van de Iraakse militaire inlichtingendienst, aan de BBC. Maar toen Bush een staakt-het-vuren afkondigde vóór de elitetroepen van de Republikeinse Garde waren verslagen, uit angst dat het Amerikaanse imago zou lijden onder wat een slachtpartij werd, “steeg zijn moreel van nul naar honderd. Hij was een grote, grote held: 'We hebben gewonnen!'.”

Toch bleef Bush er tegenover PBS bij dat hij de oorlog op het juiste moment had beëindigd en dat het een vergissing zou zijn geweest om het Amerikaanse leger naar Bagdad te sturen, achter Saddam aan. “Daar zouden we dan zitten, in het centrum van Bagdad (..), Amerika, dat een Arabisch land bezet, op zoek naar een brute dictator die de beste veiligheid in de wereld had, betrokken in een stadsguerrillaoorlog.”

Maar de oud-president gaf toe dat hij, achteraf bezien, wel wat meer had kunnen doen, met name ten aanzien van de bewegingsvrijheid voor Iraakse legerhelikopters. Saddam zette deze en de elitedivisies van de Republikeinse Garde, die tot woede van veel geallieerde militairen grotendeels ongemoeid waren gebleven in de oorlog, in tegen de opstandige shi'ieten in het zuiden en Koerden in het noorden. “Ik denk dat hij ons verraste”, zei Bush.

De geallieerden legden de Iraakse luchtmacht uiteindelijk - te laat voor de Koerden en shi'ieten - een vliegverbod in het noorden en het zuiden op. En nog altijd beschermen ze, vanuit Turkije, de de facto onafhankelijke Koerdische staat die indertijd in Noord-Irak werd uitgesneden. Maar het is de vraag of dat zogeheten Vrij Koerdistan nog veel toekomst heeft. De Koerdische facties die er de dienst uitmaken leven in een permanente staat van oorlog, waarin naast Bagdad alle regionale spelers zich mengen. Saddam hoeft in feite alleen te wachten tot het ministaatje vanzelf weer in elkaar stort.

Vijfeneenhalf jaar na de Iraakse bezetting van Koeweit, vijf jaar na het begin van de oorlog, zijn nog steeds de sancties van kracht die het eerste antwoord van de internationale gemeenschap vormden op de Iraakse bezetting van Koeweit. De Iraakse economie is erdoor geruïneerd, het grootste deel van de Iraakse bevolking is in diepe armoede vervallen - maar Saddam is er wel in geslaagd zijn bruggen te herstellen, zijn ministeries te repareren en nieuwe paleizen te bouwen.

Van de meeste landen in de regio mag hij daar blijven zitten, veilig onder controle van de VN; alleen koning Hussein is van een bondgenoot in een verklaarde tegenstander van de Iraakse leider veranderd. In het gebied wordt gespeculeerd dat zelfs de Amerikanen Saddam nu niet kwijt willen, bij gebrek aan opvolging die het land bijeen kan houden. Het opbreken van Irak in een shi'itisch, sunnitisch en Koerdisch deel zou op een nieuwe oorlog kunnen uitlopen, vreest men immers. En oorlog is er voorlopig voldoende geweest.

    • Carolien Roelants