Haven in Gaza verhoogt Palestijnse moreel

GAZA, 17 JAN. Morgen tegen het middaguur arriveert premier Kok met zijn gevolg op een verlaten stuk strand, even ten zuiden van Gaza-Stad. Daar zal hij, samen met Palestijnse hoogwaardigheidsbekleders onder wie Yasser Arafat zelf, waarschijnlijk wat zand in een laadschop scheppen. De laadschop kiept het zand in zee. Kortom: de bouw van de haven van Gaza kan binnenkort beginnen.

Er zijn maar weinig mensen die de illusie hebben dat dit 59 miljoen dollar kostende project, waarvan Nederland de hoofdsponsor is, de Palestijnen uit hun economische malaise kan halen. De vraag is zelfs of het überhaupt rendeert, straks. Maar wat de haven van Gaza wèl kan doen voor de Palestijnen, is hun totale afhankelijkheid van Israel een beetje doorbreken. In die zin heeft de haven ook een politieke waarde, net als de Palestijnse vlag, de postzegels en het vliegveld dat in aanbouw is: zij is een symbool van hun fel begeerde nationale zelfstandigheid.

De Palestijnen zijn voor hun im- en export aangewezen op de haven van Ashdod, in Israel. Dat is een ramp. Veel zakenlui krijgen van Israel, om veiligheidsredenen, geen toestemming om er naar toe te rijden. Die paar gelukkigen die wèl een pasje bemachtigen, mogen de grens ook geregeld niet over - zoals vorige week, toen Israel Gaza na de moord op de Hamas-activist Yehiya Ayyash dagen lang hermetisch gesloten hield.

In Ashdod moeten de zakenlui weken, soms maanden wachten tot hun spullen door de Israelische veiligheidsdienst zijn gecontroleerd en ingeklaard. Zij betalen al die tijd vele honderden dollars per container per dag aan extra opslag. Het ene Palestijnse bedrijf na het andere gaat daardoor over de kop. In 1994 waren er bij voorbeeld acht autodealers in Gaza. Er is er nog één over. Andere merken worden nu via Israelische dealers aan de Gazanen verkocht. Sami Tarazi, die namens de Palestijnen verantwoordelijk is voor het ontwerp van de nieuwe haven, zegt: “Wij zijn totaal overgeleverd aan de grillen van Israel.”

De bouw van de haven moet in maart beginnen. Als alles goed gaat, wordt zij al tegen de herfst deels in gebruik genomen. Het eerste schip dat er aanlegt, zal ongetwijfeld met fanfares worden binnengehaald. Veel Palestijnen halen nu al trots herinneringen op aan de periode vóór 1967, toen Gaza nog bij Egypte hoorde. Toen gebruikte president Nasser dit zanderige strookje aan zee om stilletjes Westerse spullen in te voeren die hij (wegens zijn nationalistische politiek) niet openlijk via Alexandrië kon laten komen. In die dagen floreerde Gaza, dankzij de scheepvaart.

Zo'n vaart zal het dit keer niet lopen, nog niet althans, want voorlopig ontbreekt dat enorme achterland. Doordat een zogenaamde 'vrije corridor' tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever (dwars door Israel) er nog niet is, is normaal verkeer tussen de autonome gebieden absoluut onmogelijk. Personen en goederen, alles strandt nu op Israelische checkpoints. Aangezien de Israeliërs aan de grens met Gaza zelfs het meubilair en de computers voor de buitenlandse donor-kantoren niet doorlaten, kunnen de Gazanen het transport van hun haven naar de Westelijke Jordaanoever en Jordanië en vice versa voorlopig wel vergeten.

De huidige haven is dan ook primair ontworpen om in de bescheiden behoeftes van Gaza zelf (1 miljoen mensen, nauwelijks industrie) te voorzien. Voor de invoer van graan en bouwmaterialen bijvoorbeeld, en de uitvoer van bloemen, citrus en de tegels die hier worden gemaakt. Zelfs hierin krijgen de Palestijnen trouwens niet helemaal de vrije hand. Er zullen Israelische soldaten op de pier worden geposteerd om te zien of er geen 'verdachte' spullen of verstekelingen binnenkomen. En omdat Israel de wateren van Gaza beheerst, zal het best kunnen dat elk schip op zee ook nog eens aan veiligheidscontroles wordt onderworpen. Die kwestie moet nog worden opgelost.

Tegen de tijd dat de Palestijnen hun 'corridor' tussen Gaza en de Westelijke Jordaanoever krijgen (men studeert nu op een snelweg-op-palen, want Israel wil zo min mogelijk overlast, laat staan risico's), kan de haven eventueel worden uitgebreid. Het ontwerp houdt rekening met die mogelijkheid.

De haven is goed voor het Palestijnse moreel en dus goed voor het vredesproces. Veel Palestijnen associëren de vrede met Israel zo langzamerhand met 'afzien en failliet gaan'. Als ze weer wat armslag krijgen, is de kans groter dat ze de vredesbesprekingen blijven steunen. Wat PLO-leider Arafat betreft, had premier Kok dus geen betere datum kunnen kiezen voor zijn bezoek aan Gaza: 18 januari is twee dagen voor de verkiezingen.

Omdat de economische vooruitzichten voor Gaza niet rooskleurig zijn, kon de haven niet met particuliere investeringen worden geïnvesteerd. “Om die reden”, vertelt Arie Mol van het Haagse consultantsbureau Grabowsky & Poort, dat de supervisie heeft over het project, “is die haven een gift. De Palestijnen hoeven er geen cent van terug te betalen.”

Nederland, dat al in 1992 het initiatief nam voor het project, betaalt 40 miljoen gulden (25 miljoen dollar) van de bouwkosten. Frankrijk draagt 20 miljoen bij en Duitsland 14 miljoen. Daarbij heeft de Nederlandse overheid 2 miljoen dollar uitgegeven aan het ontwerp en 300.000 dollar aan een milieu-effectrapportage. Zij wil ook technische en managementtrainingen gaan verzorgen en een studie naar de kostenstructuur voor de toekomstige havenautoriteiten. Zestig à zeventig procent van de bouw kan door Palestijnen zelf gedaan worden. Dat is goed nieuws. Zevenendertig procent van de Gazanen heeft geen werk. Ongeveer hetzelfde percentage houdt hun extendend family met niet-structurele, parttime klusjes in leven.

Het ontwerp van de haven is simpel. Er komt een middelgrote pier, die 800 meter schuin de zee insteekt. In de luwte van die pier, beschermd tegen de golven, zijn steigers gepland om goederen in en uit te laden. Maar de bouw wordt nog ingewikkeld genoeg. Zo moeten er tonnen steen worden aangevoerd voor het fundament. Als de aanvoer van die stenen (uit de Westelijke Jordaanoever of Spanje, maar in elk geval via Israel) halverwege stagneert omdat de grens van Gaza weer gesloten wordt, kan het reeds gestorte deel door de stroming compleet wegspoelen.

Consultant Mol vertelt dat hij een paar maanden geleden een platform nodig had voor bodemonderzoek. Er lag een Nederlands platform in Libanon. “Je denkt: dat slepen we in een dag langs Israel naar Gaza.” Maar nee, niemand mag vanuit Libanese wateren de Israelische in. Het ding moest dus eerst naar Cyprus. Toen kreeg de kapitein van de sleepboot geen toestemming om naar Israel te varen. Er ging ruim een maand overheen voor een andere kapitein zijn papieren rond had. Nu wacht de man in Israel al tijden op een speciale vergunning om naar Gaza te varen.

Hoe de organisatie van de haven eruit gaat zien is vaag. Maar dàt probleem hebben de Palestijnen aan zichzelf te wijten. Het havenschap valt onder het ministerie van transport. Maar andere ministeries (zoals huisvesting en institutionele werken) moeten meewerken - en dat doen ze nu niet bepaald. Welk bedrijf de stuwadoring mag gaan exploiteren is nog onduidelijk. Ook over het beheer van de grond achter de haven woeden achtergrondgevechten. Toch zal daar op korte termijn een goed gemanaged industrieterrein moeten komen met transporteurs, brandstofleveranciers, enzovoort.

De vrees bestaat dat Arafat iedereen te vriend wil houden en dus een veelkoppig, kostbaar bestuur benoemt. In al hun warrigheid zijn de Palestijnen nog niet toegekomen aan studies over infrastructurele faciliteiten zoals wegen, electriciteit en telefoon. Mahmoud Okasha, econoom aan de Al-Azhar Universiteit, zucht: “Hoe de haven zichzelf kan bedruipen, daar denkt bij ons helemaal niemand over na.”

Het havenbestuur van Ashdod denkt daar duidelijk wèl over na. Uit angst om haar monopolie te verliezen, nodigt zij plotseling zakenlui uit Gaza uit. Die krijgen, behalve een copieuze lunch, ineens allerlei faciliteiten aangeboden die tot voor kort tot de onmogelijkheden behoorden. Zoals: pasjes om Israel in te komen, een eigen 'Gaza-pier' en snelle verlading voor spotprijzen. “Het kan zijn”, zegt Arie Mol van Grabowsky & Poort, “dat Ashdod straks voor Palestijnen aantrekkelijker en goedkoper wordt, juist doordat er een haven in Gaza is.” Met andere woorden: ook al leggen er straks minder schepen in Gaza aan dan gehoopt, dan nog zijn al die Nederlandse miljoenen geen weggegooid geld geweest.

    • Caroline de Gruyter