De dood dringt door tot ver in het klaslokaal

DEN BOSCH, 17 JAN. Ruim zes van de tien middelbare scholieren (64 procent) maken mee dat een leerling en/of een leraar van school overlijdt. Veertig procent van de scholieren met die ervaring zegt dat de school daar in de lessen niet meer op terugkomt; 19 procent van hen zegt dat de school helemaal geen aandacht besteedt aan rouwverwerking.

Dit blijkt uit een vandaag verschenen onderzoek getiteld 'Verdriet op school' van het Katholiek Pedagogisch Centrum (KPC). Voor het onderzoek vulden bijna zeshonderd leerlingen uit de eerste vier klassen van de middelbare school een vragenlijst in, evenals 81 docenten uit het voortgezet onderwijs en 99 leerkrachten uit het basisonderwijs.

De dood dringt door tot ver in het klaslokaal, schrijven de onderzoekers. Van de middelbare scholen beschikt 38 procent over een draaiboek 'wat te doen bij een sterfgeval op school', tegenover zes procent van de basisscholen. Sommige scholen houden daarbij ook rekening met de doodsoorzaak. Zelfmoord roept meer vragen op en vergt een andere begeleiding dan een overlijden na een ongeluk of lange ziekte.

Driekwart van de ondervraagde leraren vindt het belangrijk leerlingen te helpen bij de rouwverwerking door condoleancebezoek voor te bereiden, naar de uitvaart te gaan en de ouders van de klasgenoten te informeren. Een kwart beschouwt de zaak als afgedaan als de klas is geïnformeerd en opgevangen en er contact is geweest met de ouders van het overleden kind.

Omdat kinderen vaak worden geconfronteerd met een sterfgeval moet elke school rouwbegeleiding serieus nemen en kinderen leren omgaan met verlies en dood, vindt het KPC. De ondervraagde leerlingen waren gemiddeld acht jaar oud toen ze voor het eerst een bekende verloren, vaak een opa of oma. Zo'n twee jaar later gaan ze voor het eerst naar een crematie of begrafenis. Uiteindelijk hebben ze in de vierde klas van de middelbare school gemiddeld vier sterfgevallen van een familielid, vriend, vriendin, bekende en/of huisdier achter de rug. Slechts een procent had dat nooit ervaren. Een kwart was nooit naar een uitvaart geweest.

In een eerste reactie zegt conrector en schoolpastor G.E. van der Mede van de Amsterdamse scholengemeenschap Buitenveldert dat een school plaats moet inruimen voor “spontane rituelen” die een sterfgeval bij leerlingen oproept. Drie maanden geleden werd een vijftienjarig meisje uit 3 Havo vlak voor school geschept door een sneltram. Ze overleed onderweg naar het ziekenhuis.

De volgende dag werden alle leerlingen zorgvuldig door de leraren ingelicht, werd het muzieklokaal beschikbaar gesteld als ruimte voor “rouwen, praten en zwijgen”, en namen scholieren ook zelf initiatieven, aldus de conrector. Ze organiseerden een collecte en legden een bloemenkrans op de plaats van het ongeluk. Twee weken lang werd die plek door scholieren zorgvuldig schoongehouden, als publieke rouwplaats. Voorafgaand aan de begrafenis woonden ruim 300 leerlingen een goeddeels door henzelf georganiseerde herdenkingsdienst op school bij, met gedichten, zang en als afsluiting een stil gebed waarbij iedereen, gelovig of niet gelovig, elkaar de hand reikte. “Buitengewoon indrukwekkend en echt”, zegt Van der Mede. “Dan kan je nog zo'n goed draaiboek hebben, maar zulke authentieke reacties kun je daar nooit in vastleggen.”