Corruptieschandaal in India

NEW DELHI, 17 JAN. De Indiase justitie heeft gisteren zeven vooraanstaande politici, onder wie de leider van de grootste oppositiepartij, Lal K. Advani, in staat van beschuldiging gesteld wegens een omvangrijk omkopingsschandaal. Als de Indiase president daarmee instemt, zullen in verband met de affaire ook drie ministers uit het kabinet van premier Narasimha Rao worden aangeklaagd.

Het nieuws van de aanklachten heeft voor grote opschudding in New Delhi gezorgd. Weliswaar wordt men daar met enige regelmaat met corruptiekwesties geconfronteerd maar het gaat zelden om mensen van zulk hoog politiek kaliber en op een zo grote schaal.

Behalve Advani heeft de CBI ook al een andere grote rivaal van premier Rao aangeklaagd: de eind 1993 afgetreden minister van sociale zaken en onderwijs Arjun Singh. Singh werd wegens zijn opstandige houding uit de Congrespartij gezet en richtte daarna een splinterpartij op. Vrijwel onophoudelijk oefent hij kritiek op Rao uit.

Advani, leider van de nationalistische Bharatiya Janata Party (BJP), besloot gisteravond onmiddellijk zijn zetel in het parlement op te geven in afwachting van het oordeel van de rechter. Hij verklaarde overigens volstrekt onschuldig te zijn en slechts het slachtoffer te zijn geworden van machinaties van de regerende Congrespartij. Naar verluidt wordt hij ervan verdacht een bedrag van een miljoen rupees (50.000 gulden) te hebben geïncasseerd in ruil voor zijn politieke steun. BJP-woordvoerders wezen er echter op dat het merkwaardig was om geld te geven aan een oppositieleider, die weinig formele macht tot zijn beschikking heeft. De BJP heeft de laatste maanden juist krachtig campagne gevoerd tegen corruptie in de politiek.

De aanklachten van gisteren, waarvan de details nog niet zijn vrijgegeven, berusten voor zover bekend vooral op gegevens uit een dagboek dat tijdens een inval in maart 1991 bij de van fraude verdachte zakenman S.K. Jain in New Delhi werd aangetroffen. Jain had een aantal bedrijven die waren gespecialiseerd in het illegaal wisselen van rupees voor buitenlandse valuta alsook enkele elektriciteitsbedrijven. In het dagboek kwamen de initialen van 115 mensen voor die geld of andere gunsten hadden ontvangen van Jain en zijn familie in ruil voor politieke protectie. De politici die achter de initialen verborgen gingen konden vrijwel alle zonder moeite worden geïdentificeerd.

Het is onduidelijk waarom de zaak niet eerder werd vervolgd. Indiase kranten suggereren vandaag dat de CBI in 1991 instructies van de toenmalige premier Chandra Shekar ontving om het dagboek te verzegelen en de zaak in de doofpot te stoppen. De zaak leefde in 1993 weer op, toen enkele journalisten een petitie indienden bij het Hooggerechtshof om de autoriteiten tot actie te bewegen.

Dat dat nu, hooguit enkele maanden voor de volgende verkiezingen, geheurt, is volgens de meeste waarnemers geen toeval. De CBI heeft waarschijnlijk het groene licht gekregen van premier Rao, wiens naam nooit is genoemd in verband met het schandaal. De in mei 1991 aangetreden Rao ziet er vermoedelijk een buitenkans in enkele tegenstanders in moeilijkheden te brengen.

    • Floris van Straaten