Ashkenazy poëtisch in mazurka's Chopin

Concert: Vladimir Ashkenazy met werken van Mozart en Chopin. Gehoord: 16/1 Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.

Tot een toegift liet Vladimir Ashkenazy zich niet verleiden na zijn eenmalige optreden in Nederland, dat tevens zijn eerste pianorecital was dat hij hier sinds een jaar of zes gaf. Bestaat er voor Ashkenazy misschien geen toegift na Chopins Ballade opus 52 met haar verraderlijke dubbel-noot-passages, de razende opeenvolging van octolen, sextolen, decimolen en meer van het soort ritmische figuren dat in hoog tempo haast even onuitsprekelijk is als in dit stuk onspeelbaar? Onwaarschijnlijk. Het is immers geen Opus 111 van Beethoven, om een werk met een ultiem karakter te noemen, waarna het voor publiek en interpreet slechts past te zwijgen.

Was de 59-jarige Ashkenazy misschien zelf niet geheel tevreden over zijn prestaties? Mogelijk, want er viel wel het een en ander af te dingen op het spel van deze kleine man met zijn grote staat van dienst. Ooit was de Rus finalist bij verschillende toonaangevende concoursen, waarna hij in de jaren zestig rigoureus de banden doorknipte met het Sovjet-regime. Terwijl zijn pianistieke carrière een hoge vlucht nam, begon Ashkenazy enkele jaren geleden, haast tussen neus en lippen door, een tweede loopbaan als dirigent.

Ashkenazy's komst naar Nederland werd door zijn platenmaatschappij te baat genomen om hem een platina schijf te overhandigen voor zijn vertolkingen van het Tweede en Vierde pianoconcert van Rachmaninov met het Concertgebouworkest, waarvan intussen 25.000 exemplaren zijn verkocht. Het programma van zijn recital in Vredenburg bevatte evenwel muziek van Mozart en van Chopin. Van de eerste heeft hij bijna drie decennia lang geen solo-stukken meer in het openbaar uitgevoerd, van de tweede legde hij het volledige piano-oeuvre al op langspeelplaat vast.

Het was een recital kortom met aan de ene zijde van het spectrum een noviteit en aan de andere kant een anthologie. Ashkenazy's briljante vertolkingen van Chopin zijn veel geroemd, maar in een bloemlezing met nocturnes, mazurka's, een barcarolle en de al genoemde Ballade lijkt het alsof de 'mazurka', in dit geval opusnummers 56/3 en 59/1, Ashkenazy het meest na aan het hart liggen. Ashkenazy maakt van deze mazurka's poëtische bespiegelingen in driekwartsmaat, mijmeringen die de luisteraar in de greep houden doordat een voorgeschreven accentuering van een octaafsprong wordt genegeerd, wat de vloeiende lijn ten goede komt, of doordat een toonladdertje even wat langer in het luchtledige blijft hangen dan gebruikelijk.

De Mozart-vertolkingen van Ashkenazy zijn, althans in de concertzaal, ambivalenter. De Fantasie KV 475 begon hij niet met een kapitaal forte, maar hooguit met een voorzichtig mezzo. Voorslagen werden slordig of zelfs niet uitgevoerd en hij had moeite zijn pedaalgebruik af te stemmen op de grote zaal van Vredenburg, hetgeen negatieve gevolgen had voor de duidelijkheid van de articulatie. De Sonate KV 457 (waarbij Ashkenazy in het laatste deel even zijn toevlucht nam tot enkele lastige maten die wel in Mozarts autograaf, en niet in de eerste druk voorkomen) leed onder dezelfde gebreken. Maar tegelijkertijd slaagde Ashkenazy er wel in een serene rust te brengen in deze stukken.

En als je aansluitend de sprankelende Sonate KV 311 beluisterde, waarin Ashkenazy vanaf de eerste sleutels tot aan de laatste dubbele maatstreep lichtvoetig over de toetsen danste, dan werd daarmee toch duidelijk dat hier een eminent musicus aan het werk was wiens Mozart mag worden gehoord.

    • Emile Wennekes