Advocaat oud-chef CID laakt methode van rijksrecherche

UTRECHT, 17 JAN. De rijksrecherche past “ongeoorloofde dwangmiddelen” toe om de Haarlemse Criminele Inlichtingendienst (CID) in een kwaad daglicht te stellen. Dit zegt de Utrechtse advocate P. Marie van de voormalige chef van de CID, K. Langendoen.

Zij reageert op het bericht dat de rijksrecherche - die de omvang onderzoekt van drugsimporten onder regie van de politie - haar cliënt verdenkt van meineed tijdens de parlementaire enquête omdat hij zijn rol bij de betaling van zwijggeld aan een informant zou hebben verzwegen. Die verdenking ontstond nadat de zuster van Langendoen in Ecuador belastende verklaringen over haar broer had afgelegd.

Het is voor het eerst dat Langendoen in het openbaar reageert. In een gisteren aan de leider van het rijksrecherche-onderzoek, advocaat-generaal P. Cremers, gezonden notariële akte distantieert de zuster van de oud-CID-chef, N. Langendoen, zich van haar eerdere verklaring.

Na haar verhoor in december is ze vanuit Ecuador naar Nederland gekomen omdat ze vreesde door het optreden van de rijksrecherche ten onrechte slachtoffer te worden van een strafrechtelijk onderzoek wegens drugshandel in Zuid-Amerika.

Advocate Marie baseert haar oordeel over de “uiterst dubieuze” opsporingsmethoden van de rijksrecherche op wat N. Langendoen in Ecuador is overkomen. De zuster van Langendoen beweert dat zij en haar aanstaande echtgenoot na een klopjacht door de Ecuadoriaanse politie en Interpol zijn opgespoord in de havenplaats Guayaquil.

De Nederlandse consul in Ecuador zou zich ook niet onbetuigd hebben gelaten door te zeggen: “Werk mee met het onderzoek, anders kan je hier worden vastgezet en kan ik niets meer voor je doen”, aldus Marie.

De sfeer van de verhoren, die vijf dagen in beslag namen, zou zeer intimiderend zijn geweest. “Daar ik ontzettend bang was voor een strafrechtelijk onderzoek door de Ecuadoriaanse politie voelde ik mij gedwongen om zoveel mogelijk in positieve zin antwoord te geven op de gestelde vragen”, aldus de akte die op 18 december vorig jaar is opgesteld.

Zij zegt “verwarde” verklaringen te hebben afgelegd en een aantal zaken volledig door elkaar te hebben gehaald. De verwarring zou deels zijn veroorzaakt door haar zwangerschap.

N. Langendoen biedt aan zich opnieuw te laten verhoren, maar volgens Marie alleen als dat “op fatsoenlijke wijze in Nederland gebeurt”. Haar broer heeft al twee maanden niet meer met rijksrechercheurs gesproken. Oud CID-chef Langendoen zit sinds 1 december vorig jaar in de Ziektewet.

Meineed vermoed door verklaring zus

De rijksrecherche meent sterke aanwijzingen voor meineed te hebben gevonden omdat de zuster van Langendoen in haar aanvankelijke verklaring er melding van maakte dat haar broer erbij aanwezig was toen de oud-collega van Langendoen, J. van Vondel, begin vorig jaar zwijggeld van enige tonnen betaalde aan een informant van de Haarlemse CID. Daarmee wilde Van Vondel voorkomen dat de man verklaringen zou afleggen over de Haarlemse opsporingsmethoden tegen de commissie-Van Traa en de rijksrecherche. Zowel Langendoen als Van Vondel heeft tegen Van Traa ondanks lang doorvragen volgehouden dat Van Vondel buiten medeweten van Langendoen handelde. Van Vondel werkte ten tijde van het betalen van zwijggeld niet meer bij de politie.

De twee vormden het zogenoemde 'koningskoppel' van de Haarlemse CID toen het IRT-team Noord-Holland/ Utrecht eind 1993 werd ontbonden wegens de toepassing van grensverleggende werkmethoden. Daarbij werden in overleg met justitie tienduizenden kilo's softdrugs op de markt gebracht in een poging de afnemers te ontmaskeren. Toen vorig jaar bleek dat de Haarlemse CID dezelfde methode nadien ook in Rotterdam toepaste, waarbij opnieuw tienduizenden kilo's softdrugs in het milieu verdwenen, stelde de rijksrecherche een diepgaand onderzoek in. De commissie-Van Traa, die vanuit de Tweede Kamer onderzoek doet naar de opsporingsmethoden van politie en justitie, wordt op de hoogte gehouden van de resultaten van het rijksrecherche-onderzoek.

Advocate Marie volgt dat onderzoek al ruim een half jaar “met gekromde tenen”. Haar cliënt zou al zesmaal met de dood zijn bedreigd, maar heeft “uit plichtsbesef” zijn “loyale medewerking” aan het onderzoek gegeven, aldus Marie. Hij is volgens zijn advocate vorig jaar vele tientallen keren verhoord.

De rijksrecherche schendt volgens haar echter belangrijke afspraken. Zo zou de dienst niet zijn nagekomen dat men zeer geheime informatie die Langendoen ter beschikking aan de onderzoekers heeft gesteld, zou verspreiden onder slechts vijf personen. Die afspraak is vorig jaar september vastgelegd in een convenant tussen Haarlem en de rijksrecherche. Maar volgens Marie blijkt uit diverse verhoren van andere getuigen, onder wie Van Vondel, dat de informatie “in tegenstelling tot de afspraak wel verspreid is onder een bredere groep mensen”. Dit heeft volgens haar als groot gevaar dat alsnog details over de methode van 'doorlevering van drugs' bekend worden die geheim moeten blijven. “Anders wordt alsnog de identiteit van informanten bekend”, aldus Marie. Ook heeft de rijksrecherche per brief van 7 december 1995 te kennen gegeven het convenant eenzijdig te willen opzeggen. “Sindsdien hebben we er niets meer van gehoord, dus weten we nog niet wat er gaande is”, aldus Marie.

De advocate heeft eveneens “ernstige vragen” over de status van het rijksrecherche-onderzoek. Formeel gaat het om een zogenoemd 'feitenonderzoek' en is Langendoen tot nu toe alleen als getuige en niet als verdachte gehoord. Toch heeft haar cliënt al sinds september 1995 “het griezelige gevoel” dat hij verdachte is, wat bevestigd werd door het bericht dat er sterke aanwijzingen voor meineed zijn. “Ik heb via mijn contacten vastgesteld dat justitie inderdaad een vervolging wegens meineed overweegt”, aldus Marie. “Maar formeel is mijn cliënt nog steeds niet als verdachte aangemerkt.”

Ze wijst erop dat ze al in september vorig jaar een afspraak heeft gemaakt met advocaat-generaal S. Zwerwer, die samen met Cremers het onderzoek leidt. Marie wilde van hem weten “in wiens zaak mijn cliënt wordt gehoord”. Zwerwer zegde de afspraak op het laatste moment af, aldus Marie, “omdat de tijd nog niet rijp zou zijn”. Sindsdien is Langendoen nog vele malen verhoord.

In een brief die Cremers 1 december vorig jaar aan Marie verstuurde, blijkt volgens de advocate dat de rijksrecherche bewust “schimmig” doet over de oogmerken van het onderzoek. In die brief zegt Cremers dat Langendoen geen verdachte is, omdat “verdenking van een strafbaar feit niet aan de orde is in dit feitenonderzoek”.