A. ZUNDLER 1918-1996; Omstreden redder

De voormalige SS'er Alfons Zündler, die in 1942 werd aangesteld als wachtcommandant in de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam, is zondag op 77-jarige leeftijd in zijn woonplaats München overleden. In Het Parool verscheen gisteren een overlijdensadvertentie die is ondertekend door twaalf mensen die door Zündler zijn gered, onder wie de zussen C. Kaplan-Gobitz en H. Beek-Gobitz.

In de Hollandsche Schouwburg, aan de Plantage Middenlaan, werden vanaf 1942 joden samengedreven om vervolgens op transport te worden gesteld naar gevangenkampen en vernietigingskampen.

Uit dank voor de houding van Zündler vroeg Beek-Gobitz samen met een aantal andere geredde joden in het voorjaar van 1993 bij de Yad Vashem-commissie in Jeruzalem een onderscheiding voor hem aan, bestaande uit een medaille en een oorkonde. De Yad Vashem-onderscheiding 'Rechtvaardige onder de volkeren' wordt verleend aan niet-joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog joden uit de handen van de nazi's wisten te houden.

In september 1993 besloot de commissie Zündler de onderscheiding toe te kennen. Kort daarop ontbrandde een heftig debat tussen voor- en tegenstanders van het toekennen van de Yad Vashem-onderscheiding. In het Nieuw Israelitisch Weekblad verscheen een stroom ingezonden brieven, ondermeer een van de zusjes Gobitz: “Velen zien ons als inferieure joden die voor een SS'er een medaille aanvragen. Vrienden laten niets meer van zich horen; in sjoel of op straat loopt men je vlug voorbij of gaat met een boog om je heen. Zelfs in familiekring worden denigrerende opmerkingen gemaakt, om over de ergere dingen maar te zwijgen.”

Tot de meest spraakmakende tegenstanders ontpopten zich R. Polak, de oud-verzetsstijder J. van de Kar en de cineast W. Lindwer. Volgens Van de Kar had Zündler in ruil voor drank en seks joden voor deportatie trachten te behoeden. Yad Vashem verzocht vervolgens het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) nader onderzoek in te stellen naar de gedragingen van Zündler in de Hollandsche Schouwburg. Begin januari vorig jaar werd bekend dat de Yad Vashem-commissie in meerderheid had besloten af te zien van de toekenning. Zij baseerde zich op de bevindingen van RIOD-onderzoeker J. Houwinck ten Cate, wiens rapport later die maand naar buiten kwam. Alleen de uit Nederland afkomstige historicus J. Michman bleef op het standpunt staan dat Zündler wel degelijk voor de onderscheiding in aanmerking kwam. De commissie besloot Zündler wel schriftelijke te bedanken voor het feit dat hij diverse joden voor deportatie had behoed.

Voor zijn onderzoek baseerde Houwinkck ten Cate zich op in Nederland aanwezige schriftelijk materiaal. De verklaringen die ten gunste van Zündler bij Yad Vashem waren gedeponeerd vielen buiten het RIOD-onderzoek omdat van Israelische zijde slechts om aanvullend materiaal uit Nederland was gevraagd. Uit de schriftelijke gegevens leidde Houwinck ten Cate af dat Zündler in één geval een ondergeschikte toestemming had gegeven een jood voor straftransport te behoeden. Zelf heeft Zündler steeds gezegd 400 joden te hebben gered. Volgens het RIOD-rapport werd hij in mei 1943 verwijderd uit de Schouwburg en vervolgens veroordeeld wegens 'Rassenschande', lijfelijke omgang met joodse vrouwen.

Behalve Zündler werden nog drie bewakers uit hun functie ontheven die zich volgens joodse getuigen eveneens aan 'Rassenschande' schuldig hadden gemaakt. Zündler werd veroordeeld tot tien jaar tuchthuis en overgebracht naar een strafkamp van de SS. Hij werd in 1946 uit Engelse krijgsgevangenschap ontslagen.