100 JAAR (18); Das Kabinett des Dr. Caligari

Vooral onder invloed van Siegfried Kracauers vaak geciteerde boek Von Caligari bis Hitler is de film, waarmee de Duitse expressionistische cinema begon, meestal politiek geïnterpreteerd. Das Kabinett des Dr. Caligari (1919) markeert immers ook het begin van de Weimarrepubliek, de bloeiperiode van de zwijgende filmkunst, die nergens zo'n artistiek succes kende als in het Berlijn van Lang, Murnau, Lubitsch, Pabst en alle anderen die na 1933 emigreren moesten, zo ze al niet eerder vertrokken waren.

De spot met autoriteiten, de op te hoge krukken gezeten Pruisische koddebeiers, de onbetrouwbaarheid van charismatische leidersfiguren kunnen achteraf inderdaad prachtig uitgelegd worden als profetisch voor de latere ontketening van de Duitse ziel. Maar de film, geregisseerd door de nauwelijks als een 'auteur' te beschouwen Robert Wiene (misschien is Caligari naast The Wizard of Oz het enige grote Gesamtkunstwerk uit de filmgeschiedenis), was toch vooral de triomf van expressionisme en surrealisme op het de cinema tot dan toe dominerende realisme. Natuurlijk waren er eerder films gemaakt in kunstmatige, theatrale decors, maar nooit eerder beheersten die de handeling zo sterk als de schots en scheve zetstukken in Das Kabinett des Dr. Caligari. Het spel met schaduw en licht, als verontrustende weerspiegeling van de duistere kanten der menselijke psyche, kondigde de eeuw van de zielknijpers aan. Dr. Caligari was tegelijkertijd de eerste psychiater die 'het gedaan had', zoals vroeger de butler. Er zouden velen volgen, van Michael Caine in Dressed to Kill tot Jeanne Tripplehorn in Basic Instinct.

De verbinding van 'grand guignol' met modernisme, mystiek en 'mystery' in Caligari, Nosferatu (F.W.Murnau, 1922) en het werk van Lang zou een soort van permanent tussen Europa en Amerika heen en weer slingerend perpetuum mobile aanzwengelen: via de 'film noir' en de 'nouvelle vague' terug naar de 'nouvelle violence' van Tarantino en de zijnen.

De moordlustige slaapwandelaar Conrad Veidt, die Lil Dagover op commando van de diabolische zenuwarts Werner Krauss ontvoert, is eerder een mechanische, 20ste-eeuwse Terminator of RoboCop dan een romantisch en au fond 19de-eeuws monster als dat van Frankenstein. Zelfs geloofwaardigheid binnen de grenzen van de film wordt de toeschouwer niet gegund. In de laatste scène wordt immers duidelijk dat we ons hebben laten meeslepen door de fantasie van een geesteszieke, zoals elke fantastische film 'slechts' de nachtmerrie van de maker is, maar daar plegen we pas achter te komen nadat het licht aan is gegaan. Das Kabinett des Dr.Caligari is een nachtmerrie met open ogen, inderdaad een waarschuwing voor wat de 20ste eeuw nog in petto zou hebben.

    • Hans Beerekamp