Zakenjet Gmelich Meijling bezorgt Kamer een kater

DEN HAAG, 16 JAN. Een zakenjet, wilde de VVD-staatssecretaris Gmelich Meijling. En snel graag. En niet zomaar een zakenjet, het moest de Amerikaanse Gulfstream IV worden, het snelste en comfortabelste toestel in zijn klasse. De defensietop, bewindslieden en hoge officieren moeten gezwind overleg kunnen voeren in Washington, of ter plekke kunnen zijn bij de 'brandhaarden in de wereld' waar Nederlandse jongens hun vredestaken verrichten, zo luidde het hoofdargument.

November vorig jaar werd de Tweede Kamer overvallen met de wens van de bewindsman. Het directoraat-generaal economie en financiën (DGENF) van Defensie, dat de uitvoering van de lopende begroting in het oog houdt, had ontdekt dat het ministerie in 1995 zo'n zeventig tot negentig miljoen dreigde over te houden. En volgens de geldende begrotingsregels zou dat geld dus terugvloeien naar de staatskas.

Een van de methoden om die 'onderuitputting', zoals dat in het Haags bargoens heet, tegen te gaan was de razendsnelle aankoop van dat vliegtuig. Kamerlid Hillen bracht in november vorig jaar namens de grootste oppositiepartij CDA de aankoop in verband met “het komende Sinterklaasfeest”. De Tweede Kamer gaf op 6 december haar consent, ook al wist zij niet wat Gmelich Meijling precies ging aanschaffen, om voor maximaal 45 miljoen gulden de tweedehands Gulfstream te kopen. “Het was eigenlijk een blanco cheque”, zegt D66-defensiespecialist Hoekema.

Het vliegtuig, dat sinds 22 december op de Eindhovense luchtmachtbasis Welschap staat en uiteindelijk 42,9 miljoen kostte, bezorgt de Kamer een stevige kater. Want achteraf rijzen er vragen of de verschillende argumenten die Gmelich Meijling hanteerde om de Kamer tegen alle geldende procedures in voor de aanschaf van militair materieel tot instemming te bewegen, wel steek houden. In een brief aan de Kamer schrijft de staatssecretaris op 9 januari bijna schuldbewust: “Ten aanzien van de gevolgde procedure bij dit project wil ik benadrukken dat het hier, mede gelet op het specifieke karakter van de aanschaf van een gebruikt vliegtuig, een uitzondering betreft.”

Dat laatste is hem informeel ook wel ingewreven door Kamerleden van de coalitie. PvdA-woordvoerder Van Gelder vindt dat defensie zich echt aan de procedure-afspraken moet houden, “anders krijg je losse flodders”.

De aanschaf van “twee of drie kleinere vliegtuigen” was vastgelegd in de Defensienota in 1991 en de zogeheten Prioriteitennota van januari 1993. Het ging om vliegtuigen voor commandovoering, inspecties, coördinatie en liaison. Eén van de beoogde toestellen moest bovendien een “transatlantisch bereik hebben”. Eigenlijk zouden ze dit jaar worden aangeschaft maar in een brief aan de Kamer, op 2 november vorig jaar, schrijft Gmelich Meijling dat door de vredesoperaties de oudere F-27's van de Luchtmacht intensiever worden gebruikt en daardoor sneller “technisch en operationeel verouderd zijn”.

Pagina 7: Coalitie zwichtte onder druk van vliegtuigbouwer Fokker

“Om op korte termijn aan de meest dringende problemen tegemoet te komen, wordt in eerste instantie één straalvliegtuig met transatlantisch bereik aangeschaft,” zo schrijft de staatssecretaris verder. De vraag van CDA-woordvoerder Hillen, tijdens een algemeen overleg op 28 november, of de haast van de staatssecretaris misschien is ingegeven door de wens om dreigende “onderuitputting” tegen te gaan, beantwoordt deze op dat moment nog ontkennend. Het geld wordt gevonden “door herschikking in de eigen begroting”, zegt Gmelich Meijling. Tijdens een plenair debat op 6 december, aangevraagd door Hillen, meldt de staatssecretaris dat “onderuitputting” wel degelijk de hoofdreden is om snel te kopen. “En achteraf,” zo zei Hillen vanochtend, “blijkt ook dat argument geen hout te snijden want Gmelich Meijling mag voldoende geld uit zijn begroting 1995 meenemen om dit jaar tot aanschaf over te gaan.”

Kwestieus is vooral de keuze van het type vliegtuig. In het overleg met de Kamer in november meldt Gmelich Meijling dat er keuze is uit een Amerikaanse Gulfstream IV, een Franse Falcon 900, of een Canadese Challenger 601. De Falcon valt later af omdat het toestel boven het gestelde maximum van 45 miljoen dollar zou uitkomen. In het plenair debat met de Kamer in december figureren alleen nog de Gulfstream en de Challenger. Over dit laatste toestel had Gmelich Meijling in november gezegd dat deze in aanschaf “alles bijeen genomen” net zo duur zou zijn als de Gulfstream. Dit laatste blijkt in december onjuist want het toestel is zo'n tien miljoen gulden goedkoper dan de Amerikaanse jet. Bovendien, zo voert Hillen dan aan, heeft het betreffende toestel slechts 100 uur gevlogen, geldt nog als nieuw en dus zou Nederland compensatieorders in de wacht kunnen slepen.

Gmelich Meijling hield in het Kamerdebat echter vast aan de Gulfstream met als voornaamste argument dat dit toestel “meer ruimte” biedt. In de praktijk blijkt dit echter te gaan om drie stoelen. Bij tegenzittende weersomstandigheden boven de Atlantische Oceaan kan de Gulstream tien personen vervoeren (en niet dertien, zoals de staatssecretaris meldt in zijn brief van 6 januari) en de Challenger ongeveer zeven.

Hillen zet vraagtekens bij de noodzaak om over een eigen “transatlantisch” vliegtuig te beschikken. Feit is dat Defensie met de zakenjet zo'n 800 vlieguren op jaarbasis wil maken. Met een Gulfstream, die zo'n 900 km per uur vliegt, komt dat neer op een slordige 650.000 kilometers die het ministerie van plan is af te leggen. Dat betekent 33 keer op en neer naar Washington. De woordvoerder van de staatssecretaris wijst erop dat het toestel ook gebruikt kan worden door minister Voorhoeve in zijn hoedanigheid van minister van Antilliaanse Zaken. Voorts is moet Gmelich Meijling op diverse plekken op de wereld Nederlandse wapen slijten.

Als het aan de Luchtmacht had gelegen was de Canadese Challenger ook een prima keuze geweest, weet D66-woordvoerder Hoekema. De luchtmachtstaf was, volgens hem, eigenlijk al sinds het vorige voorjaar aan het “steggelen” over het type zakenjet dat zou worden aangeschaft. “De keuze voor dit vliegtuig is duidelijk de persoonlijke wens van de staatssecretaris,” aldus Hoekema. En de instemming die hij, maar ook zijn coalitievrienden van de PvdA, uiteindelijk gaven, hangt samen met de betrokkenheid van de Nederlandse vliegtuigbouwer Fokker. Dit bedrijf is in de markt voor de levering twee Fokker-50's, de resterende kleine vliegtuigen die de Luchtmacht op het oog heeft. Hillen: “Ik had aanvankelijk de toezegging van Pvda-woordvoerder Van Gelder dat hij voor mijn motie zou stemmen die de staatssecretaris vraagt de koop uit te stellen. Maar onder druk van een lobby van Fokker, die de staatssecretaris niet tegen zich wilde innemen, is hij gezwicht.” Van Gelder ontkent deze lezing. Hij zou overtuigd zijn door het financiële argument dat het geld in 1995 moest worden besteed. Hoekema van D66 bevestigt echter dat de belangen van Fokker voor hem doorslaggevend waren. “De staatssecretaris kreeg zijn zin met zijn zakenjet op voorwaarde dat hij dit jaar die Fokker-50's zou kopen.”

Deze maand onderhandelt Gmelich Meijling met Fokker-topman Van Schaik over de twee kleinere vliegtuigen. De staatssecretaris heeft de Tweede Kamer toegezegd de aanschaf van twee F-50's nadrukkelijk te overwegen. Voor die toestellen is nog een budget van 51 miljoen gulden over, hetgeen waarschijnlijk onvoldoende is.

    • Frank Vermeulen
    • M.M.V Robert Giebels