Weinig belangstelling voor het jaar van de armoede

DEN HAAG, 16 JAN. De Verenigde Naties hebben 1996 uitgeroepen tot het Internationale Jaar van de Uitbanning van de Armoede. Nederland besteedt echter weinig aandacht aan dat internationale aspect. Daarentegen staat de stille armoede in eigen land 'bovenaan de agenda' sinds het kabinet twee maanden geleden de nota armoedebestrijding het licht deed zien.

“Het internationale jaar van de armoede is niet een item waar wij bijzondere belangstelling voor koesteren”, zegt een woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken. Die geringe Nederlandse belangstelling voor armoede in andere landen stuit op kritiek van de VN. Op het ministerie van buitenlandse zaken had allang een of ander 'armoede-comité' opgericht moeten zijn, vindt L. Hankard van het VN-centrum voor de Benelux. “Maar als ze dat nog niet hebben gedaan, vrees ik dat we weinig ondersteuning van de Nederlanders mogen verwachten.”

De woordvoerder van buitenlandse zaken geeft een tip: “Misschien weten ze bij Ontwikkelingssamenwerking meer. Per slot van rekening ligt het onderwerp meer op hun weg.” Maar het plaatsvervangend hoofd van de afdeling voorlichting, F. Bijvoet, moet even nadenken over de vraag wat zijn afdeling aan het jaar van de armoedebestrijding zal doen. “Eigenlijk niets, dat thema is veel te breed. Trouwens, alles wat we aan tijdschriften en lesmateriaal geven, heeft met armoedebestrijding te maken.”

De volkerenorganisatie denkt daar, bij monde van Boutros Ghali, anders over. De hoogste VN-functionaris benadrukte vorige maand bij de opening van heet internationale 'armoedejaar' dat 1,3 miljard mensen moeten overleven met één dollar per dag.

De secretaris-generaal liet in zijn toespraak doorschemeren dat het met de initiatieven van VN-landen om het armoedejaar vorm te geven, niet geweldig loopt: “In maart 1995 heb ik brieven gestuurd aan alle staatshoofden. Vorige week (begin december 1995, red.) heb ik ze weer geschreven om ze tot het nemen van noodzakelijke stappen te bewegen.”

Wat doet de VN-organisatie voor kinderen Unicef met het thema? “Armoede? Ik denk niet dat we er veel aandacht aan besteden”, zegt B. van Ruitenbeek van Unicef Nederland. “De VN-jaren komen maar beperkt van de grond.” Ruitenbeek geeft schoorvoetend toe dat de medewerkers op het Nederlandse Unicef-kantoor vaak niet weten welk thema de VN elk jaar geeft. “Als we dat willen weten, bellen we Clingendael.”

Op dit instituut voor internationale betrekkingen komt Unicef dan terecht bij VN-specialist D. Leurdijk. Hij is de themajaren van de VN inmiddels met de nodige scepsis gaan bezien. “Het zijn steeds van die thema's als discriminatie of vrede. Je denkt daarbij: 'Wie kan daar nou tegen zijn?' In de praktijk komt er dan ook niets van terecht.”

Leurdijk herinnert aan 1986, het VN-jaar van de vrede. Nederland stemde toen werktuigelijk in met de resolutie waarin het thema werd bepaald. Een onthouding of tegenstem was overigens opgevallen, want de resolutie werd - zoals zo vaak - unaniem aanvaard. Vervolgens liet Nederland het afweten toen het op (financiële) daden aankwam.

De toenmalige minister H. van den Broek van buitenlandse zaken vond dat door de stortvloed aan door de VN uitgeroepen jaren, de betekenis van de thema's werd uitgehold. “Daarbij komt dat het thema vrede te veelomvattend en te weinig concreet is”, zei Van den Broek in oktober 1985. Critici van de thema-jaren vroegen zich dan ook af hoe het toch verder moest als op 31 december 1986 de vrede niet was bereikt.

Ook het thema armoede roept dit over zich af, meent Leurdijk van Clingendael. Daar hebben de VN overigens rekening mee gehouden: als het jaar van de armoede is afgelopen, begint het Internationale Decennium van de Bestrijding van Armoede. Mocht de armoede op de laatste dag van 2006 nog steeds bestaan, dan ligt het in de lijn van de volkerenorganisatie om de 21ste eeuw tot eeuw van de armoede uit te roepen. De 'concrete stappen' die de volkerenorganisatie wil nemen om armoede uit te bannen, overlappen immers de bestaansreden van de Verenigde Naties. Zo zal de honger worden geëlimineerd, bedreigende ziektes en analfabetisme uitgebannen, naar volledige werkgelegenheid gestreefd en bij dat alles het milieu worden ontzien.

    • Robert Giebels