Vrees voor onrust na dood koning van Lesotho

KAAPSTAD, 16 JAN. De dood van koning Moshoeshoe II van Lesotho heeft in het buurland Zuid-Afrika de vrees aangewakkerd voor nieuwe onrust in het Afrikaanse bergstaatje. Moshoeshoe (57) kwam gisteren met zijn chauffeur bij een ongeluk om het leven, toen de auto waarin zij reisden in de Maluti-bergen van de weg afraakte. Sinds Moshoeshoe vorig jaar voor de derde keer tot koning was gekroond, keerde de rust in Lesotho terug na jaren van politieke woelingen en militair bewind.

De grillige loopbaan van koning Moshoeshoe II weerspiegelt de turbulente geschiedenis van het geheel door Zuidafrikaans grondgebied omgeven land sinds de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1966. Als directe afstammeling van koning Moshoeshoe, die in de negentiende eeuw de Basotho-natie stichtte, was hij voorbestemd om het land te leiden. Moshoeshoe II studeerde in Oxford economie, rechten, filosofie en politicologie. In 1966 werd hij op 27-jarige leeftijd koning van het nieuwe staatje. Vier jaar later kwam hij in conflict met premier Jonathan Leabua, die hem beschuldigde van plannen om de regering ten val te brengen. Leabua riep in 1970 met steun van het leger de noodtoestand uit en schortte de grondwet op.

Koning Moshoeshoe leefde negen maanden in ballingschap in Nederland en mocht terugkeren op voorwaarde dat hij zich buiten de politiek zou houden. Pas in 1986 installeerde het bewind van generaal Lekhaniya hem weer als staatshoofd met zekere wetgevende en uitvoerende bevoegdheden. De koning kwam echter opnieuw in aanvaring met de militairen over zijn macht.

In 1990 werd hij weer verbannen, nu naar Londen. Het militaire bewind, gesteund door de apartheidsregering in Zuid-Afrika, riep zijn 27-jarige zoon Letsie III uit tot koning. Na een nieuwe militaire coup mocht Moshoeshoe in juli 1992 terugkeren.

Drie jaar geleden brachten de eerste verkiezingen in 23 jaar de Basotho Nationale Partij van Ntsu Mokhehle aan de macht. Koning Letsie III probeerde met steun van het leger de regering ten val te brengen. Maar het gewijzigde politieke klimaat in Zuidelijk Afrika maakte dat onmogelijk. De nieuwe Zuidafrikaanse regering beschermde de democratie in het buurland en gaf steun aan Mokhehle.

Op initiatief van president Mandela, gesteund door Zimbabwe, Botswana en het Gemenebest, werd Letsie opzijgeschoven om in januari 1995 opnieuw plaats te maken voor zijn vader, die nog steeds een grote populariteit genoot onder zijn 1,7 miljoen onderdanen. Mandela prees koning Moshoeshoe II gisteren voor zijn streven naar onafhankelijkheid voor Lesotho en zijn verzet tegen opeenvolgende apartheidsregeringen die de soevereiniteit van Lesotho probeerden te ondermijnen. De koning wordt waarschijnlijk opgevolgd door zijn zoon kroonprins David Mohato.

    • Peter ter Horst