Unilever-Cao: meer salaris in plaats van mooie voornemens

Het CAO-seizoen 1996 gaat van start. De komende maanden zullen vakbonden en werkgevers in de meest uiteenlopende sectoren en bedrijven over collectieve arbeidsvoorwaarden onderhandelen voor het personeel. Bonden eisen loonsverhogingen van om en nabij de drie procent en een 36-urige werkweek, werkgevers willen langere bedrijfstijd, flexibele roosters en een geleidelijke opheffing van de VUT.

Unilever Nederland was twee jaar geleden de vakbondskampioen van het CAO-seizoen 1994. Als één van de eerste werkgevers stemde het bedrijf in met het verzoek van de bonden om 150 arbeidsplaatsen te creëren aan de onderkant voor de arbeidsmarkt. In november 1993 hadden werkgevers en werknemers in de Stichting van de Arbeid een geruchtmakend akkoord gesloten om loonsverhogingen in te ruilen voor werkgelegenheid. De toezegging van Unilever dat de parkeerwachters en koffiejuffrouwen zouden terugkomen bewees dat het niet bij mooie woorden zou blijven.

De werkelijkheid bleek anders. Ondanks de inspanningen vanuit het hoofdkantoor van Unilever Nederland kwamen de laagwaardige banen vrijwel nergens van de grond. De leidinggevenden op de kantoren en in de fabrieken zagen niets in de CAO-afspraak. Achteraf wel begrijpelijk, zo constateerde men op het hoofdkantoor. “Aan de ene kant vertelde ik de managers dat ze de kosten strak in de hand moesten houden en tegelijkertijd droeg ik hen op extra arbeidskrachten aan te nemen. Daar zag niemand de logica van in”, zei H. Ketelaar, directeur personeelszaken van Unilever Nederland tijdens een vergadering van FNV-kaderleden begin oktober 1995.

Ook onderhandelaar H. van der Windt van de Industriebond FNV heeft zich erbij neergelegd dat ijzer niet met handen te breken is. “We hadden dat jaar de mooiste afspraken. Er is serieus aan gewerkt, ook door Unilever. Het lukte echter niet, die conclusie moet je op een gegeven moment trekken”, aldus Van der Windt.

De teleurstelling is inmiddels overwonnen, maar de vakbondsman heeft wel geleerd dat afspraken maken en vastleggen in een CAO niet voldoende is. Het gaat om de feitelijke uitvoering: dat geldt voor werkgelegenheidsprojecten, maar ook voor afspraken over bevordering van deeltijdwerk, voor scholing, herplaatsing van werknemers en flexibele inroostering.

Van der Windt: “We hebben bergen afspraken, op papier hebben we de grenzen misschien zelfs wel bereikt. In de praktijk blijkt echter dat werknemers veel te weinig gebruik maken van al die regelingen. Daar is nog een wereld te winnen.” Vakbonden moeten werknemers beter voorlichten over de mogelijkheden die de CAO hun biedt, maar hier ligt evengoed een taak voor het management, vindt Van der Windt.

Dit jaar zet de Industriebond FNV bij Unilever Nederland (9350 werknemers) vooral in op concrete, materiële verbeteringen voor het personeel. In 1996 moeten de werknemers er collectief drie procent salaris bijkrijgen. Voor bijna zeventig procent van de werknemers bij Unilever geldt een CAO. Het grootste deel valt onder de Unilever-regeling, een deel heeft andere CAO's (bijvoorbeeld die van de suikerverwerkende industrie of van de Unilever Vleesgroep).

Naast een loonsverhoging wil de bond dat ook bij Unilever de werkweek wordt verkort van 38 naar 36 uur. “Dat is een moeilijker verhaal”, zegt Van der Windt. Zoals bij veel produktiebedrijven werkt een groot deel van het personeel in de Unilever-fabrieken in ploegendiensten, en draait dus al kortere werkweken. Van het totale personeelsbestand kent 31 procent al afwijkende roosters. De huidige 38-urige werkweek geldt nog voor produktiemedewerkers in dagdiensten en het personeel op de kantoren. De laatste categorie omvat echter weer veel midden- en hoger kader (in Unilever-termen: assistent-managers en managers), dat buiten de Unilever-CAO valt.

Hoewel het uiteindelijke effect moeilijk te meten zal zijn, gelooft de FNV-onderhandelaar dat arbeidsduurverkorting kan bijdragen aan behoud van werkgelegenheid bij de Nederlandse Unileverbedrijven. Unilever is al jaren bezig met het samenvoegen en reorganiseren van de Europese activiteiten. Ook in Nederland zijn als gevolg van deze ontwikkeling enkele honderden banen verdwenen. Vervolgens, zo constateert Van der Windt, laat Unilever steeds meer werkzaamheden over aan uitzendkrachten. “Dat roept bij de werknemers irritatie op.”

De Industriebond wil in de komende CAO afspreken dat voortaan maximaal vijf procent van het personeelsbestand bestaat uit uitzendkrachten en ander tijdelijk personeel.