Teugelloos (3)

De reactie van de emeritus hoogleraar godgeleerdheid Kuitert op de roekeloze aanval van Philipse op de academische theologie (NRC Handelsblad, 10 januari), verdient een naar mijn mening essentiële aanvulling.

Ten onrechte laat Kuitert in zijn betoog de kabouterkunde volledig buiten beschouwing. Immers, ook deze ondergewaardeerde tak van wetenschap gaat uit van de premisse dat de werkelijkheid meer is dan wij natuurwetenschappelijk kunnen meten en wegen. Al kunnen wij de kabouter - die zich immers niet laat vangen in onze blik of hand - niet natuurwetenschappelijk onderzoeken, moeten wij dan aannemen dat allen die in kabouters geloven lijden aan “mentale inertie” (Philipse) of zadelt dat gegeven ons op met de vraag hoe ze daarbij komen?

De directe ervaring van tallozen komt wel degelijk voor toetsing in aanmerking: komen mensen tegen wat ze kabouter noemen? Dat is volgens Philipse een circulaire redenering. Maar hoe erg is dat? Met Plato en Kuitert zeg ik dan: er bestaat geen wetenschap zonder circulariteit. Uiteraard zit het niet zo simpel met dat toetsen. Het kost tijd, zo niet eeuwigheid. Door de eeuwen heen is er reeds een vracht aan kabouterkunde geleverd, en al was er maar tien procent daarvan zinvol, dan nog is het leuke van de kabouterkunde dat je zin en onzin uit elkaar leert houden.