Rabo onmisbare suikeroom bij expansie van Robeco Groep

Robeco Groep kampt met tegenvallende resultaten. Het rendement van de beleggingen viel de laatste jaren tegen. De vernieuwde bestuurstop heeft de bakens verzet om de groeiende concurrentie te weerstaan. Expansie is mogelijk op de Duitse groeimarkt, maar is kostbaar. Komt Robeco uiteindelijk bij Rabo uit?

Verbazing maakte plaats voor applaus toen de Rabobank en de vermogensbeheerder Robeco in mei 1990 hun strategische alliantie bekend maakten. Een perfecte samenwerking: de Rabobank en haar klanten hadden een traditie van sparen, maar niet van beleggen en konden een deskundige partner wel gebruiken. De Robeco Groep zocht nieuwe particuliere klanten en verkoopkanalen op een moment dat de markt overspoeld werd met beleggingsfondsen van andere vermogensbeheerders, vooral (middel)grote banken.

Maar nu, bijna zes jaar later, lijkt Robeco steeds afhankelijker te zijn geworden van de Rabo-klanten. Het verse geld voor de fondsen van Robeco kwam de laatste vijf jaar voornamelijk van de klanten van de Rabobank. Mr. H. Bol, directeur van de Rabo-Robeco joint venture voor beleggingsonderzoek Iris, becijferde eind vorig jaar in Robeco's magazine SAFE dat Rabo-klanten de afgelopen vijf jaar 13 miljard gulden in Robeco-fondsen hebben gestoken. De Rabo-clientèle loopt voornamelijk warm voor de fondsen die op de vertrouwde spaarrekening lijken. Het verschil met de typische Robeco-klanten bleek vorig jaar bij de lancering van twee identieke fiscaal aantrekkelijke spaarfondsen. De Rabo haalde in een paar maanden tijd 1,2 miljard gulden binnen, Robeco slechts een tiende van dat bedrag.

Tegelijkertijd ligt de Robeco Groep onder vuur door tegenvallende resultaten bij zijn twee grootste fondsen die in aandelen beleggen: het vlaggeschip Robeco en het fonds Rolinco. Daar komt nog bij dat de markt voor beleggingsfondsen in Nederland verdeeld is en werkelijke groei alleen nog maar in het buitenland kan worden bereikt, de onderontwikkelde Duitse markt voor aandelenfondsen voorop.

Buitenlandse expansie is duur en de financiële slagkracht van de Robeco Groep is gering. De vermogensbeheerder is in 1929 opgericht als een soort coöperatie zonder veel kapitaal en zonder winstoogmerk. “Wij hebben geen grote oorlogskas voor overnames”, erkent een woordvoerder van Robeco. In kringen van de Rabo wordt verwacht dat dit tekort aan kapitaal plus de gegroeide afhankelijkheid van Rabo-klanten de Robeco Groep uiteindelijk in handen van de bank zal drijven. De coöperatieve bankgigant in Utrecht heeft immers kapitaal in overvloed. Zegt een Rabo-directeur: “Uiteindelijk kunnen zij niet zonder ons.”

Vorig jaar liet het beheerd vermogen van de Robeco Groep een gezonde groei zien, maar de beleggingsresultaten van de toonaangevende aandelenfondsen Robeco en Rolinco waren teleurstellend. Het beheerde vermogen van de Groep steeg in 1995 met 6 miljard gulden tot 74,4 miljard gulden. Van de groei kwam 3,5 miljard gulden voor rekening van vrijwel risicoloos beleggende geldmarktfondsen, terwijl andere professionele beleggers, zoals pensioenfondsen, 1,6 miljard gulden extra toevertrouwden.

Beleggers verkochten per saldo de aandelen van het vlaggeschip Robeco (9 miljard gulden belegd vermogen) - een proces dat al tien jaar gaande is - terwijl Rolinco (5 miljard gulden beleggingen) iets kon groeien. Het Robeco fonds is nu even groot als tien jaar geleden, al verkeerden vele aandelenmarkten de afgelopen jaren in een authentieke hausse stemming met dito kansen om nieuwe beleggers aan te trekken.

Het fonds, dat over de hele wereld in aandelen belegt, blijft achter bij de index van de ontwikkeling van de internationale beurzen van Morgan Stanley. Inclusief de herbelegging van dividenden maakte Robeco de laatste vijf jaar 9,5 procent rendement, terwijl de Morgan Stanley index met 11,2 procent steeg, een verschil van zo'n vijftien procent, zo blijkt uit cijfermateriaal van Iris, de Rabo-Robeco joint venture voor beleggingsonderzoek. Wie de laatste drie jaar bekijkt, ziet het verschil groeien. Robeco boekte gemiddeld 8,9 procent rendement, de index steeg 11,8 procent, een achterstand voor Robeco van 22 procent. Het afgelopen jaar miste Robeco vooral de boot in Amerika, waar Wall Street als een raket omhoog schoot.

Beleggers doen het om het geld en rendement moet hen over de streep trekken om naar Robeco te stappen en moet bestaande Robeco-beleggers tevreden houden. Beleggers zijn veel kritischer geworden, zo zeggen vermogensbeheerders en financiële analisten in koor. De Vereniging van Effectenbezitters (VEB), die de belangen behartigt van particuliere en professionele beleggers, merkte de dalende rendementen van Robeco de laatste jaren direct aan de reacties van zijn leden. Uit een onderzoekje naar de wensen van de leden bleek dat negen van de tien leden graag wilden dat de VEB meer aandacht zou besteden aan het kritisch volgen van beleggingsfondsen en meer inzicht geven in de rendementen van de fondsen.

De noodzaak van verandering lijkt inmiddels ook doorgedrongen tot de bestuurstop. Robeco was vorig jaar opmerkelijk actief op de transfermarkt voor financiële topmanagers. Drs. E. van Laer, afkomstig van Deutsche Bank De Bary en daarvoor werkzaam bij de zakenbank Pierson, Heldring & Pierson, is de nieuwe eerste man in de aandelenbeleggingen. Drs. C. Brandsma verruilde zijn functie als adjunct-directeur beleggingen van PGGM (ruim 50 miljard belegd vermogen) voor die van directeur van de dochter van Robeco, die gespecialiseerd is in beleggingen voor pensioenfondsen en andere professionele beleggers. Die beheert ruim 9 miljard gulden.

Brandsma en Van Laer maken inmiddels deel uit van het machtige vierhoofdige beleggingscomité dat sinds medio vorig jaar de hoofdlijnen uitzet. Dit kwartet moet de beleggingsstijl van de Robeco Groep doorzichtiger en eenduidiger maken, iets waar vooral grote professionele beleggers behoefte aan hebben. Naast de nieuwkomers in het comité zitten twee oude rotten: dr. J. van Duijn, jarenlang het boegbeeld van de sterk analytisch beleggingsstrategie van de Groep, en obligatiebelegger drs. B. Vliegenthart.

Zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven heeft Robeco vorig jaar tevens de onmacht van het beleggen per groepsconsensus erkend. De beleggingsmethodiek van Rolinco, het een na grootste aandelenfonds, is grondig gewijzigd. Bij andere fondsen werden de teugels aangehaald, bij Rolinco niet. Rolinco moet back to basics: beleggingen met een hoger rendemenstperspectief en dus een hogere risicograad. Het fonds gaat grotere belangen nemen in minder bedrijven en de keuze van beleggingen overlaten aan de stock picking kwaliteiten van twee managers. Daarmee lijkt ook de kritiek deels gehonoreerd dat Robeco de afgelopen jaren op de soms wispelturige financiële markten Fingerspitzengefühl en gut feeling miste.

Rolinco volgt daarmee het beleid van Fidelity, de grootste Amerikaanse beheerder van beleggingsfondsen (een stuk of 350). Fidelity's vlaggeschip is het Magellan Fund (75 miljard gulden belegd vermogen), dat dankzij een zeer persoonlijk getint beleggingsbeleid van de legendarische fund manager Peter Lynch en nu van Jeffrey Vinik regelmatig betere resultaten boekt dan het marktgemiddelde.

Ondanks de tegenvallende resultaten bij zijn vlaggeschip heeft de Robeco Groep in Nederland een naamsbekendheid en marktaandeel waar concurrenten alleen maar van kunnen dromen. “Een van mijn klanten, een Nederlands pensioenfonds, wilde iets gaan doen in aandelen in de emerging markets, de beurzen van opkomende economië in het Verre Oosten en Latijns-Amerika”, zo vertelt een directeur effectenzaken van een van de Amsterdamse banken. “Zij wilden in zee gaan met Flemings of Barings, allebei eerste klas Britse vermogensbeheerders met veel kennis van die opkomende markten. Dat was overigens nog voor de overname van Barings door ING vorig jaar. Barings was toen in Nederland nog niet zo bekend. De definitieve keuze was aan het bestuur van het pensioenfonds. Die zagen die twee namen en zeiden toen: emerging markets okay, maar neem Robeco. Zo'n beslissing is louter gebaseerd op hun naam Robeco: dat is deskundig en vertrouwd. Een bestuurder van een pensioenfonds, die eens in de paar maanden geraadpleegd wordt en voor wie grote bedragen beleggen geen dagelijks werk is, kan zich er geen buil aanvallen.”

Robeco's leidende positie in Nederland is mede gebaseerd op traditie: de groep is de oudste. De vermogensbeheerder vestigde zijn naam in een tijdperk dat de handelsbanken, buiten hun vertrouwde klantenkring van rijke particulieren, geen beleggingsfondsen aanboden op de particuliere massamarkt. In de loop van de jaren zeventig begonnen de banken marktaandeel van Robeco af te snoepen door de oprichting van hun eigen beleggingsfondsen. De grote sprong voorwaarts namen zij pas na 1985, toen de al maar stijgende beurskoersen beleggen in aandelen steeds populairder maakten. Beleggingsfondsen waren de nieuwe rage. Inmiddels zijn er meer beleggingsfondsen genoteerd aan de Amsterdamse effectenbeurs dan 'gewone' bedrijven, al is het aandeel van de beleggingsfondsen in het totaal van de beursgenoteerde aandelen vorig jaar licht afgenomen. Het marktaandeel staat sinds de tussensprint van de grote banken onder druk, maar is de laatste jaren stabiel op ongeveer 45 procent, zo zegt een woordvoerder. “Daarmee blijft zij veruit de grootste aanbieder van beleggingsinstellingen in Nederland”, schreef ABN Amro vorig jaar in haar overzicht van de Nederlandse beursgenoteerde beleggingsfondsen. In 1989 was het marktaandeel van Robeco 57 procent. Nummer twee op de markt was ABN Amro zelf (21 procent), nummer drie is dochter MeesPierson (7 procent).

Als reactie op de dadendrang van de banken heeft ook Robeco zijn palet fondsen in hoog tempo uitgebreid. In 1988 haalde Robeco de consultants van McKinsey in huis om de organisatie en de werkwijze door te lichten. Niet langer zag de vermogensbeheerders zich uitsluitend als een belegger. Marketing kreeg meer accent, omdat de banken (afgezien van de nieuwe partner Rabo) de Robeco-fondsen niet meer wilden verkopen en tevens nieuwe fondsen moesten worden gelanceerd. Robeco nam tevens het McKinsey-advies voor een kleinere directie over. Er kwam een beleidscomité waarin onder meer voor topbelegger drs. A. van Oostveen geen plaats was. De reshuffle forceerde het vertrek van enkele doorgewinterde beleggers die voor zichzelf begonnen onder de naam Veer Palthe Voûte (VPV). Van Oostveen was twee jaar geleden nog maar nauwelijks met pensioen bij Robeco, of hij werd commissaris bij een van de beleggingsfondsen van VPV. Het duurde twee jaar voordat Robeco in 1995 voor hem een opvolger aantrok.

De instroom van nieuwe topmanagers vorig jaar, de uniformering van de beleggingsstijl en de verscherping van het Rolinco profiel onderstrepen de steeds zwaardere concurrentieslag die Robeco moet leveren met Nederlandse banken en buitenlandse vermogensbeheerders. Grote Britse en Amerikaanse fund managers, zoals GT Management, Mercury Asset Management, Fidelity en Flemings hebben de afgelopen jaren eigen kantoren in Nederland geopend. Anderen, zoals de Amerikaanse vermogensbeheerder Wells Fargo Nikko, zijn zeer succesvol met beleggingsstrategiën waarbij de beursindex zoveel mogelijk wordt geïmiteerd. Wells Fargo Nikko beheert 13 miljard gulden Nederlands pensioengeld.

In de slag om de financiële vermogens heeft Robeco de afgelopen jaren op twee paarden gewed: de Rabobank en de miljarden van enkele grote professionele beleggers, waarvan het ambtenarenpensioenfonds ABP de belangrijkste is. Het ABP investerde begin 1992 een bedrag van 2,5 miljard gulden in Robeco's vastgoedfonds Rodamco. ABP kocht de aandelen tegen de intrinsieke waarde van 62,50 gulden per stuk. Inmiddels is de koers gedaald tot 44,20 gulden per eind 1995. Het ABP is overigens ook de grootste aandeelhouder van de Robeco en Rolinco beleggingsfondsen, zo blijkt uit rapportages op basis van de wet melding zeggenschap van grote belangen in beursfondsen. Naast het ABP heeft Rodamco ook innige relaties met het Bedrijfspensioenfonds voor de metaalnijverheid.

De Robeco Groep ontkent dat er per saldo buiten de Rabo-bron en de professionele beleggers geen nieuw geld is aangetrokken. Het beheerde vermogen van de Groep is in vijf jaar met 35 miljard gegroeid. Ongeveer 15 miljard gulden groei is veroorzaakt door de waardestijging van het bestaande vermogen door de oplopende koersen van aandelen en obligaties, 13 miljard kwam van Rabo-klanten en 3 miljard was nieuwe inleg van professionele beleggers in Robeco-fondsen, met name in Rodamco. In totaal beheert Robeco nu 23 miljard gulden vermogen van professionele beleggers. Volgens een woordvoerder hebben particuliere (niet-Rabo) klanten ook 3 miljard toevertrouwd.

Voor de verdere groei van beheerd vermogen moet de Robeco Groep de grens over. In het verleden heeft de vermogensbeheerder daarmee niet veel succes geboekt: 15 procent van het vermogen is van buitenlandse origine. Expansie in Frankrijk in de jaren tachtig bracht niet wat Robeco ervan had verwacht. De meest aantrekkelijke groeimarkt voor de komende jaren is Duitsland, zo heeft de European Federation of Investment Funds and Companies, onlangs becijferd. De verwachting is dat de Duitse markt voor beleggingsfondsen de komende vijf jaar ruimschoots verdubbeld tot 227 miljard ecu, en daarmee na Luxemburg en Frankrijk de grootste nationale markt wordt.

Penetratie van buitenlandse markten is echter een kostbare aangelegenheid. Van de grond af aan een bedrijf opbouwen vergt hoge marketingkosten, zoals Fidelity moet ervaren bij zijn pogingen om een voet aan de grond te krijgen op de Duitse markt. Bestaande vermogensbeheerders overnemen wordt steeds prijziger. De concurrentie onder kapitaalkrachtige kopers drijft de prijzen op. ING betaalde mede 1,7 miljard gulden voor de Britse Barings vanwege de 50 miljard gulden vermogen die de elitebank voor beleggers beheert.

    • Menno Tamminga