Premier spreekt Arafat aan op mensenrechten

AMSTERDAM, 16 JAN. Premier Kok zal er donderdag tijdens zijn bezoek aan Gaza bij Yasser Arafat op aandringen dat het leven van de Palestijnse mensenrechten-activist Bassem Eid niet door het Palestijnse Gezag of zijn uitvoerende organen wordt bedreigd. Dat heeft de premier volgens zeer goed ingelichte kringen toegezegd. Zijn interventie is bedoeld om deze Palestijn een minimum aan bescherming te geven.

Bassem Eid werkt al sinds jaren zowel voor B'Tselem (het Israelische Informatiecentrum voor de Mensenrechten in de Bezette Gebieden, dat onder andere door de Europese Commissie en de NOVIB wordt gesubsidieerd) als voor de Franse organisatie Reporters Sans Frontières, die over de (on)vrijheid van de media in diverse landen bericht. Hij woont met zijn vrouw en acht kinderen in het Palestijnse vluchtelingenkamp Shuafat, dat binnen de door Israel getrokken stadsgrens van Jeruzalem valt.

Niettemin werd hij op 2 januari door een kolonel van de Palestijnse politie meegenomen naar de twaalf dagen tevoren door Israel ontruimde stad Ramallah, op vijf minuten rijden van Shuafat. Daar werd hij in een kantoor van Eenheid 17 (een van Arafats negen veiligheidsdiensten) een etmaal lang gevangen gehouden. Hij werd niet gemarteld, zelfs niet ondervraagd. De kolonel die hem had meegenomen en met wie hij thee dronk en samen at, zei geen idee te hebben waarom hij hem moest vasthouden.

Bassem Eid begrijpt het wel degelijk. “Het was een laatste waarschuwing”, vertelt hij in een vraaggesprek. “Precies hetzelfde is in Gaza gebeurd met de Palestijnse mensenrechten-activisten Raja Sourani en Iyad Sarraj, alsmede met journalisten. Het Palestijnse Gezag heeft vijf maanden geleden een nieuwe perswet uitgevaardigd, aangepast aan de Jordaanse perswet. Artikel 37 van de Palestijnse perswet verbiedt de publikatie van artikelen of nieuws over de politie, over de diverse veiligheidsdiensten en over de bijeenkomsten van het Palestijnse Gezag. Artikel 47 van de wet bepaalt dat ieder die dit soort nieuws tòch brengt, een gevangenisstraf krijgt van ten minste drie maanden, en dat de krant die het publiceert voor ten minste vier dagen gesloten wordt. Dat betekent heel simpel dat het strafbaar is over folteringen te berichten.”

Pagina 6: 'Als wij nu zwijgen zijn we verloren'

Nadat de Israelische en Westerse media over zijn detentie hadden bericht en het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken discreet vragen had gesteld, werd Bassem Eid 'met excuses' op vrije voeten gesteld. Maar hij kreeg wel 'het dringende advies' van de kolonel om te kiezen tussen zijn werk als mensenrechten-activist en de veiligheid van hemzelf en zijn gezin.

Hij beloofde echter de kolonel door te gaan: zowel met zijn rapporten over ontvoering, mishandeling, afpersing en foltering van Palestijnse burgers door de verschillende Palestijnse veiligheidsdiensten, als met zijn kritiek op de gang van zaken, met name de persbreidel. “Ik kan pas zwijgen als het Palestijnse Gezag zich aan de mensenrechten houdt. Want schendingen van mensenrechten zijn heel moeilijk uit te roeien als ze eenmaal wortel hebben geschoten. Als wij Palestijnen nú zwijgen, zijn we verloren. Ik wil niet in Palestina een Arabisch regime zoals dat in Irak, Syrië of Libië. Ik wil een democratisch regime. De Irakezen kunnen niet zo maar van systeem veranderen. Wij in Palestina daarentegen hebben nog de mogelijkheid in een democratie te leven.”

Na zijn behouden terugkeer naar huis werd hij door honderden Palestijnen opgebeld. “Ze feliciteerden me”, zegt hij grijnzend, “maar ze vroegen me ook om me wat rustiger op te stellen en vooral op te passen voor het Palestijnse Gezag.”

Maar vrijdag vertelde Bassem Eid, onder andere ook in een uitzending van KRO-Brandpunt, dat de Europese Unie, die een groot deel financiert van de nu meer dan 30.000 manschappen binnen Arafats veiligheidsdiensten (naast de officiële politie), daarmee ook moreel mede-verantwoordelijk is voor de door deze instanties gepleegde schendingen van de mensenrechten. “Er lijkt geen controle op deze uitgaven te zijn”, zei hij. “De Europese Unie helpt op die manier mee aan de opbouw van een politiestaat.” En alsof dat nog niet genoeg was bepleitte hij - zoals hij al eerder had gedaan - om het Palestijnse gezag bij verdere schendingen aan economische sancties te onderwerpen.

Zijn contacten met zowel zijn Palestijnse medeburgers als veel Israelische en Westerse journalisten, zijn eigen rapporten en zijn bijtende kritiek maken hem bepaald niet geliefd bij het Palestijnse Gezag. Voor Arafat en de zijnen is hij een even pijnlijke horzel als nog maar kort geleden voor vele Israeliërs binnen en buiten de overheid. Vandaar dat kolonel Jebril Rahjoub, hoofd van de Palestijnse Preventieve Veiligheidsdienst in Jericho en in een door Bassem Eid opgesteld rapport van augustus verantwoordelijk gesteld voor zeker 25 schendingen van de mensenrechten, hem ervan beschuldigde “een goedkope agent van de Israelische politie” te zijn.

Bassem weet maar al te goed dat dit een verkapt doodvonnis is. “Vóór mijn arrestatie was ik bezorgd, nu ben ik bang. Bang voor de volgende stap van het Palestijnse Gezag. Ik weet dat het, na alle rumoer in de media over mij, moeilijk voor hen is om me opnieuw te arresteren. Dus vrees ik dat ze een moordenaar op me zullen afsturen. Als dat lukt, zal Arafat als eerste heftig protesteren en onmiddellijk een commissie van onderzoek benoemen.”

Wat Bassem Eid vooral zo beangstigt is het Palestijnse zwijgen dat op diverse willekeurige arrestaties, inclusief de zijne, volgde. “De mensen durven zich nauwelijks meer te uiten. Zij weten dat in Gaza de officieren bij de mensen intrekken, maar geen huur betalen. Zij weten dat de veiligheidsdiensten de mensen daar als een hoop stront behandelen en hen van tijd tot tijd zelfs afpersen. Zij weten precies wat er aan de hand is, maar ze houden hun mond. Met als gevolg dat in Oost-Jeruzalem 50.000 van de daar levende 170.000 Palestijnen in het geheim de Israelische nationaliteit hebben aangevraagd en gekregen. Veiligheidshalve. Ze konden dat doen omdat Israel heel Jeruzalem als zijn hoofdstad beschouwt, waardoor de Jeruzalemse Palestijnen een andere status hebben. Maar niemand die erover heeft bericht. Alleen vaardigde de (door Arafat benoemde) mufti, Akrami Sabri, een fatwa uit (een religieus decreet) dat zo'n aanvraag bij het Israelische ministerie van binnenlandse zaken zondig en in strijd met de islam is.”

Bassem Eid verwacht het ergste, en denkt dat als hem 'het ergste' niet overkomt, hij toch over niet al te lange tijd in een Westers land politiek asiel zal moeten aanvragen. “Natuurlijk doe ik dat nooit in Israel. Het zou elke logica tarten asiel te vragen in een land dat je volk heeft aangevallen.”

Toen hij werd vrijgelaten, besloot hij bij de komende verkiezingen voor het Palestijnse parlement zijn stem niet uit te brengen. “Hoewel bijna alle kandidaten mij kennen, hoorde ik van geen van hen een woord van protest. Op drie of vier na zijn zij allen erop uit hun eigen belang te dienen en niet het algemeen belang. Ik geloof niet zo in hen. En daarin sta ik niet alleen. Van de 70.000 kiesgerechtigden in Jeruzalem hebben tot dusver slechts 30.000 zich als kiezer ingeschreven. De mensen hebben hun vertrouwen verloren omdat ze weten wat er in Gaza en in Jericho is gebeurd.”

Het staat vast dat Bassem Eid zich de woede van Arafat op de hals haalde toen hij - kort voor de Palestijnse verkiezingen van 20 januari, die het democratisch gehalte van het Palestijnse Gezag moeten aantonen en Arafats leiderschap moeten legitimeren - namens Reporters Sans Frontières publiekelijk zei dat “het Arafats politiek is de (Palestijnse) pers het zwijgen op te leggen”.

Bassem Eid sprak, nadat de Palestijnse journalist Maher Alami een instructie van de Palestijnse overheid om een lovend artikel over Arafat op de voorpagina van de krant Al Quds te zetten, niet had opgevolgd en voor dat 'vergrijp' werd gearresteerd. Alami besloot het artikel, waarin Arafat werd vergeleken met de roemruchte kalief Omar Ibn Khattib, op een binnenpagina te plaatsen omdat de voorpagina bijna geheel gevuld was met advertenties waarin Arafat werd gefeliciteerd met de bevrijding van diverse Palestijnse steden. Daarop werd Alami gearresteerd, zes dagen vastgehouden, streng door de 'President van Palestina' berispt en vervolgens vrijgelaten. Drie dagen later overkwam Bassem Eid vrijwel hetzelfde.

B'Tselem, dat zich uitsluitend uitspreekt over de door Israel begane schendingen van de mensenrechten in de bezette gebieden, en in mei 1994 het principe-besluit nam de rapportage over de autonome Palestijnse gebieden aan de Palestijnse mensenrechten-organisaties over te laten, heeft zijn medewerker Bassem Eid het dringende advies gegeven wat voorzichtiger te zijn met zijn kritiek en in elk geval niet langer Palestijnse prominenten bij name aan te vallen. Dat vertelde zondag Yitzhak Be'er, de huidige directeur van B'Tselem. Hij wist nog niet of Bassem die raad zou opvolgen.

Bassem Eid zelf zegt nadrukkelijk “er geen enkel probleem mee te hebben dat Arafat onze president wordt. Ik wil alleen niet dat hij een dictator wordt. Hij moet zich gedragen in overeenstemming met de talloze beloften die hij aan internationale instanties, waaronder de VN en Amnesty International, heeft gegeven. Maar ik heb inmiddels meer hoop dan geloof dat dit zal gebeuren.”

    • Michael Stein