Polygamie

Het nieuws dat de Franse president Mitterrand twee echtgenotes had gehad, die als gelijkwaardigen in de begrafenisstoet meeliepen, werd in de Europese landen met opvallende instemming ontvangen.

Geen zwartkijker die bezwaren maakte tegen deze bigamie. Tot in het barbaarse Engeland werd het als een toonbeeld van beschaving beschreven. Deze keer niet het treurige schouwspel van de minnares, door niemand uitgenodigd, die in haar eentje trillend als een riet uitdagend op de begrafenisplechtigheid verschijnt. Vrienden van de familie houden de wettige echtgenote in bedwang die haar de ogen uit wil krabben. Bewonderenswaardig daarentegen de tolerantie van de twee Franse dames. Hartverwarmend de rationele humaniteit van de president, die niet als zoveel anderen zijn eerste vrouw wreed aan de kant had gezet toen hij een nieuwe vond.

De islam, in het nauw gebracht door de westerse gelijkheidswaan waaraan geen wereldburger zich tot voor kort kon onttrekken, betoogde allang dat het absolute verbod van polygamie de Europese man dwong tot wreed en onmenselijk optreden tegen de vrouw. Men wees er op dat het verbod ook in het christelijke Europa een recent snufje was en dat Luther tolerant was ten opzichte van de polygamie en die in ieder geval als een minder groot kwaad dan de echtscheiding beschouwde. Vergeefs, aan dovemansoren gericht. Het woord polygamie is voldoende om de weldenkende westerling de rillingen over de rug te laten lopen. Tot hij het een keer in de praktijk krijgt gedemonstreerd. Dan is het een bewonderenswaardig voorbeeld van beschaving en menselijkheid.

Niet dat we alle exotische gebruiken willen accepteren. De baas van het tijdschrift Playboy had een steeds ververste harem van speelmaatjes die in zijn blad hadden gestaan en die hem verwenden in zijn paleis, waar hij nooit meer uitkwam. Dat vinden we toch een beetje te kil, infantiele wensdroom, niet in overeenstemming met de emotionele rijpheid die van de volwassene wordt verlangd. Je kan je ook afvragen hoeveel vrouwen in de stoet mogen meelopen voordat weldenkende protesten opkomen. Twee is blijkbaar bewonderenswaardig. Drie zou net op het randje zijn, denk ik. Vier is in ieder geval te veel en zou het spook van de islam oproepen.

Voor man en vrouw is het niet hetzelfde. God bescherme onze geliefde vorstin, maar ook zij is sterfelijk en als wij in haar begrafenisstoet naast haar wettige gemaal een iets jongere man zouden zien lopen, zijn hand beschermend gelegd op de schouder van een ons onbekende bastaard, dan zouden wij dat als uiterst pijnlijk ervaren. Daarentegen zou het mij in het geheel niet storen als een lange rij van minnaars zijn opwachting zou maken, van kwieke adelborsten tot in de staatsdienst vergrijsde diplomaten, vertegenwoordigers van ons allen, want wie heeft nooit met vreugde gedroomd dat hij de moeder des vaderlands tot haar tevredenheid gehoorzaamd heeft? Het ligt in dit geval precies omgekeerd als bij Mitterrand. Bij hem is twee net goed, bij haar zou het te veel zijn. Bij hem zou vier al van een smakeloze branie getuigen, bij haar zou het grootst mogelijke aantal slechts een bevestiging van haar positie als alom geliefde bijenkoningin zijn.

Het gevaar is niet denkbeeldig dat ik hier te veel het mannenstandpunt vertegenwoordig. Het is niet mijn bedoeling. Ik wil slechts verkennen of een wettelijke vastlegging van de mogelijkheid tot polygamie op maatschappelijke acceptatie zou kunnen rekenen. Dat er vooral in de betere kringen een schreeuwende behoefte aan is, lijkt mij evident. Ook evident is het in onze streken dat iedere wet die niet symmetrisch zou zijn en de vrouw niet dezelfde mogelijkheden als de man zou geven, kansloos zou zijn. Helaas, de werkelijkheid is niet symmetrisch. Polygynie is altijd een teken van rijkdom geweest en slechts mogelijk in een cultuur waarin het werk zijn ruwe kanten verloren had en voor een groot deel door vrouwen kon worden verricht. Polyandrie was een teken van armoede, die de Tibetaanse schaapherder dwong zijn vrouw met zijn jongere broer te delen. De omstandigheden die traditioneel tot de twee verschillende vormen van polygamie leidden, waren zelf ook heel verschillend.

Mijn liefde voor de wiskunde is weer opgelaaid en ik maak diagrammen. Pijltjes schieten over het papier. Wat is er mogelijk in de moderne tijd? Bij rijkdom en bij armoede, bij huwelijkstrouw en bij promiscuïteit, bij onbelemmerde immigratie en bij een Bolks vreemdelingenbeleid. Het aantal mogelijkheden is overweldigend. De ernst van de bevolkingsvraagstukken die in het geding zijn benauwend. Mijn liefde voor de wiskunde is altijd ongelukkig geweest. Laat de praktijk het maar oplossen.

Het besef wint veld dat niet alles voor iedereen beschikbaar kan zijn. Stilte en maagdelijke stranden voor iedereen, dat kan niet. Evenmin kunnen de spectaculairste hoogstandjes van de medische technologie aan iedereen beschikbaar worden gesteld. Nog geen reden om ze dan aan iedereen te onthouden. In Amerika is door de verandering van de arbeid en van de eisen die aan werknemers worden gesteld, een klasse ontstaan van mannen die zich een traditioneel 1 op 1-huwelijk niet meer kunnen permitteren. Amerika is ons voorland, dat weet iedere toekomstvorser. Nederlanders weten dat wat gisteren door conservatieve gemeenschapsdenkers als ondenkbaar en barbaars werd beschouwd, vandaag als noodzakelijk en liberaal wordt ervaren. Heel gewoon is het al dat aan een Nederlander die met een buitenlander een huwelijksleven wil leiden, een inkomenstoets wordt opgelegd. Even gewoon zal die inkomenstoets straks zijn voor de Nederlanders die onderling willen trouwen. Wie niet aan de toets voldoet, moet dan maar met anderen de handen ineenslaan om groepsgewijs een levenspartner te vinden. Is de stroom van artikelen over de gevaren van het huwelijk, incest, kindermishandeling, verwaarlozing, niet te verstaan als een voorbode van wettelijke maatregelen om dat huwelijk aan onverantwoordelijke asocialen te ontzeggen? Het kan haast niet anders. Nog nooit in de geschiedenis is er een zo grote groep geweest die zich de polygamie kan veroorloven en voor wie het een humane weldaad zou zijn. Naast hen beweegt zich een groep voor wie alleen in coöperatie een huwelijkspartner te vinden is. We maken geen onderscheid tussen man en vrouw, maar we weten hoe de zaken liggen. De pijltjes van mijn diagrammen komen toch nog goed terecht. Voor een wettelijke regeling lijkt de tijd rijp.