Overzeese Chinezen zijn economische macht

Lords of the Rim. The invisible empire of the Overseas Chinese. Door Sterling Seagrave. Uitg. Bantam Press, 338 pagina's. Prijs F. 53,50. ISBN 0593 029070.

De Chinezen buiten China vormen een rijk zonder grenzen, nationale overheid of vlag. Ze zijn verbonden door bloedbanden en voelen zich verantwoordelijk voor elkaar, in elk geval binnen de subgroepen van de verschillende dialecten. “Voor hen is nationalisme ijdelheid en een vooroordeel, net als racisme”, zo schrijft Sterling Seagrave in Lords of the rim.

Er wonen naar schatting 55 miljoen Chinezen buiten China. Ze hebben een gezamelijk 'bruto nationaal produkt' van 450 miljard dollar, een kwart meer dan de 1,2 miljard Chinezen in China. Hun liquide middelen worden geraamd op meer dan twee biljoen dollar. Dat is per persoon zelfs meer dan de Japanners tot hun beschikking hebben.

De Chinezen beheersen elke Oostaziatische economie, behalve de Koreaanse en de Japanse, aldus Seagrave. Daarom noemt hij ze 'Lords of the Rim'. De imposante economische groei van Thailand bijvoorbeeld kan op het conto worden geschreven van dertig conglomeraten, waarvan er 28 Chinees zijn. De Thaise Chinezen zijn meestal Teochiu, oorspronkelijk afkomstig uit zeven dorpen in het zuidoosten van China.

Liem Sioe Liong, die op 20-jarige leeftijd aankwam uit Fuzhou, is in Indonesië de grote man. Hij is een persoonlijke vriend van president Soeharto, al vanaf 1946. Soeharto vroeg hem toen voor de verkoop en distributie van de enorme hoeveelheid goederen die de Indonesiërs in de tweede wereldoorlog op de Japanners hadden buitgemaakt. De Indonesiërs misten zelf het verkoopapparaat en de connecties om die goederen aan de man te brengen. Liem, die voorzag dat het leger een belangrijke rol zou gaan spelen, stemde in. Als bewijs van zijn goede wil bevoorraadde hij het Indonesische leger met voedsel, kleding, medicijnen en uit Singapore gesmokkelde wapens om tegen de Nederlanders te vechten. In die periode is de basis gelegd voor de huidige verdeling, waarin de Chinezen de economie reguleren en het leger de macht heeft. De Salim Group van Liem is de grootste particuliere onderneming van Indonesië met een omzet van naar schatting ruim negen miljard dollar.

Het militaire regime van Birma (officieel Myanmar) heeft het Indonesische voorbeeld ter harte genomen. Na een periode van isolatie gooit het regime de deuren open voor buitenlandse toeristen en investeerders. Het leger houdt de macht, maar de economie wordt geleased aan de Chinezen.

De overzeese Chinezen, zoals de Chinezen in het buitenland worden genoemd, spelen ook een grote rol in de economische boom in China zelf. Tachtig procent van de buitenlandse investeringen in China is afkomstig van Chinezen uit Hongkong, Taiwan, Macao en Singapore. De Taiwanezen investeren vooral in Fujian, waar dezelfde taal wordt gesproken als op hun eiland. Zakenlui uit Hongkong zijn vooral te vinden in Guangdong waar ze Kantonees kunnen spreken.

China is zich altijd zeer bewust geweest van de rijkdom van de buitenlandse landgenoten. Families van overzeese Chinezen leefden zelfs onder Mao als een geprivilegieerde klasse met toegang tot speciale winkels en tot bouwmaterialen. Ook mochten ze, in tegenstelling tot vele landgenoten, de graven van hun voorouders onderhouden. Toen Deng Xiaoping eind jaren zeventig een begin maakte met het Open Deur-beleid, werden de grootste economische vrijheden toegekend aan 'speciale economische zones'. Niet toevallig lagen die in gebieden waaruit de meeste overzeese Chinezen afkomstig zijn. Shenzhen was voor de Hongkongers (Cantonezen), Xiamen voor de Taiwanezen en Singaporezen (Hokkien) en Shantou voor de Teochiu. De bekendste Teochiu is Li Kashing uit Hongkong, naar verluidt de rijkste Chinees ter wereld.

Een andere belangrijke groep zijn de Hakka's, uit wier midden drie belangrijke Aziatische leiders voortkomen: Deng Xiaoping, Lee Teng-hui van Taiwan en Lee Kuan Yew, volgens Seagrave de 'invloedrijkste denker van de nieuwe Aziatische renaissance'. Lee heeft Singapore gevormd en heeft grote invloed op de regimes van onder meer China, Vietnam en Burma.

Ook Nederlandse investeerders in China profiteren van de netwerken van overzeese Chinezen. De aanwezigheid van Heineken in Fuzhou bijvoorbeeld is terug te voeren op oude wortels. Heineken regelt zijn Aziatische avonturen via APB (Asia Pacific Breweries), de joint venture met Fraser & Neave in Singapore. De topman van APB komt oorspronkelijk uit Fujian, net als de schatrijke Singaporese zakenman Sem Goi. Sem had van de burgemeester van Fuzhou, een goede bekende van hem, begrepen dat de Chinese staat de Rong Cheng-brouwerij in Fuzhou wilde verkopen. Sem was wel geïnteresseerd, maar had weinig verstand van bier. Hij polste bij APB of er interesse bestond. Het resultaat is dat Sem Goi nu zestig procent van Rong Cheng in handen heeft en dat APB voor veertig procent meedoet. In de Reeb-brouwerij in Sjanghai is Chatroen Pokphand (CP), het grootste bedrijf van Thailand en van oorsprong Chinees, partner van Heineken. CP participeert ook met SHV in een Makro-winkel in Guangzhou.