Officier haalt bakzeil bij Van den Nieuwenhuyzen

AMSTERDAM, 16 JAN. Zeker zo opmerkelijk als de vrijspraak die de officier van justitie eiste was het zelfverzekerde wegwuiven van wetboek en beursregels door de verdachte. In luttele minuten verdampte de strafzaak tegen J. van den Nieuwenhuyzen, ex-topman van het industriële concern Begemann, wegens beurshandel met voorkennis in aandelen Begemann bij de overnameplannen van de werf RDM in mei 1991. “Om maar met de deur in huis te vallen: ik zal vorderen dat verdachte Van den Nieuwenhuyzen wordt vrijgesproken”, zei officier van justitie mr. W. van Nierop.

Drie jaar onderzoek van de officier, van de Economische Controledienst en van de rechter-commissaris, met ondervraging van meer dan twintig getuigen: het bleek slechts drijfzand. Geen basis voor veroordeling, moest Van Nierop nu erkennen. Beurshandel met voorkennis is inmiddels zeven jaar strafbaar in Nederland, maar de resultaten van het openbaar ministerie zijn belabberd. Eén zaak is geschikt, deze zaak lijkt verloren, een derde zaak loopt nog.

De Amsterdamse rechtbank doet maandag 29 januari in het RDM-proces uitspraak. Als de rechters de officier volgen, dan is het nog slechts een kwestie van tijd voordat de rollen worden omgedraaid en Van den Nieuwenhuyzen zijn eisen op tafel legt. Een vergoeding van zijn juridische kosten, om te beginnen. En daarna een claim wegens de schade die hijzelf en Begemann hebben geleden.

Van den Nieuwenhuyzen was vijf jaar geleden, toen de RDM-plannen uitlekten, een ondernemer die werd gevierd in de media en bewonderd door zijn financiers. Hij was de lieveling van zijn aandeelhouders en de deus ex machina voor vakbondsbestuurders. Hij kocht slecht lopende bedrijven en maakte er weer wat moois van.

Toen de RDM-plannen uitlekten, was Begemann op de Amsterdamse effectenbeurs zo'n 800 miljoen gulden waard en Van den Nieuwenhuyzen, die samen met zijn broer Jeroen ongeveer de helft van de aandelen bezat, de bekendste nieuwe rijke van Nederland. Nu is Begemann op de beurs zo'n 100 miljoen waard.

Voordat hij rijk werd, was Van den Nieuwenhuyzen al over de grens in België gaan wonen. Een paar weken geleden is hij naar de Antillen vertrokken, zo bleek gistermiddag toen vice-president mr. M. Mastboom hem terloops naar zijn adres vroeg. Het huis in Brasschaat staat te koop. Waarom weg? “Dat vertel ik wel een andere keer”, zei hij gistermiddag in de wandelgangen. Over de hoogte van zijn claim bewaarde hij het stilzwijgen. In zijn slotwoord voor de rechtbank zei hij wel dat er door de RDM-zaak honderden banen verloren zijn gegaan en dat de slepende strafzaak honderden miljoenen schade heeft aangericht.

Voordat de claims concreet worden, moet de rechtbank uitspraak doen, en, misschien nog belangrijker: eerst moet het Haagse gerechtshof vonnis wijzen in zijn andere voorkennis-zaak, de zogeheten HCS-affaire. Die zaak draait om dumping op de effectenbeurs van aandelen in het inmiddels failliete automatiseringsbedrijf HCS, in juli 1991. Van den Nieuwenhuyzen had de avond daarvoor met de bankiers van HCS aan tafel gezeten om een reddingsplan voor het wankelende bedrijf te smeden. De volgende ochtend besloot hij, samen met twee andere grote HCS-geldschieters, de beurskoers van het fonds te laten dalen. Ordinaire manipulatie of misbruik van voorinformatie?

Tijdens de behandeling gisteren van de RDM-zaak bleek de gespleten opvatting van Van den Nieuwenhuyzen over beursregels en wettelijke voorschriften. De modelcode van de Amsterdamse effectenbeurs, die bestuurders van bedrijven bindt aan strikte regels voor handel in de aandelen van hun eigen bedrijf, gold niet voor zijn handel op de Londense beurs, zo verklaarde Van den Nieuwenhuyzen. In de loop van 1991 begon Begemann eigen aandelen op de beurs te kopen. Toen het bedrijf meer dan 10 procent van zijn eigen aandelen dreigde te krijgen, schoof hij de hele belegging van het bedrijf door naar Van den Nieuwenhuyzen privé, die met geld van Begemann aandelen bleef kopen. Dat was nodig voor een overname in België. “Niet meer dan een technicality”, zei hij gisteren. Dat bedrijven jaarlijks niet meer dan 10 procent van hun eigen aandelen mogen inkopen is overigens een wettelijke regel.

Die technicalities zijn er natuurlijk niet voor niets, opperde rechter Mastboom. Dat was niet wat Van den Nieuwenhuyzen wilde horen. Voor de Amsterdamse effectenbeurs, die zijn handel en wandel steeds met argusogen volgde, was alles doorzichtig. Hij onthulde zelf dat de beurs ook onderzoek heeft gedaan naar mogelijke overtreding van de modelcode bij zijn grote aankopen van aandelen Begemann in 1991 en 1992 en naar toekenning van aandelenopties aan het bestuur van Begemann. In 1994 meldde de beurs dat deze onderzoeken geen verdere gevolgen zouden hebben.

    • Jaco Alberts
    • Menno Tamminga