Neem er nog maar eentje van ons

De politierechter had zich een poosje geleden, tijdens de vorige zitting, danig zitten opwinden. Drie mannen stonden toen voor hem terecht: Kroken (27), Haagman (21) en Van der Duist (48). Zij zouden Sjakie, een zwakzinnige man, in een café zó dronken hebben gevoerd dat hij in een coma raakte.

Voor de rechter verscheen een getuige met een geheugen als een afvoergat. Hij kon zich alleen maar herinneren dat het met het drankgebruik nogal was meegevallen. “Ik begrijp dat u uw vriendjes de hand boven het hoofd wil houden”, zei de Utrechtse rechter, mr. W. den Hartog Jager, op een bepaald moment. “Bent u er nou bij geweest of niet? Hoeveel rondjes zijn er uitgedeeld?”

“Ik had geen notitieblokje bij me”, zei de getuige met roerloze oogleden.

“U weet toch wel of het er één of twintig waren?”

“Misschien een rondje of vijf.”

“Nou, die man moet er een stuk of veertig hebben gehad. Missen we er nog vijfendertig.”

Op die zitting was een belangrijke getuige afwezig: een werknemer van de psychiatrische inrichting waar de 61-jarige Sjakie verbleef. Het was niet een van Sjakies begeleiders, maar hij kende Sjakie van gezicht en wist dat hij een alcoholist was. Hij was die middag toevallig in het café geweest en had Sjakie naar buiten geholpen. Daar was Sjakie starnakelzat in elkaar gezakt en buiten westen geraakt.

De volgende morgen zou hij weliswaar in het ziekenhuis toch weer ontwaken en naar de inrichting terugkeren - maar dat wist toen nog niemand. De diagnose van de artsen luidde in eerste instantie: coma.

De rechter wilde de werknemer-getuige per se horen. Hij liet de griffier nog tijdens de zitting in de rechtszaal naar hem bellen. De getuige aarzelde. “Zeg maar dat hij moet komen”, blafte de rechter tegen de griffier.

En daar zit hij dan, Karel Verkollen. Van zijn getuigenis hangt het lot van Kroken, Haagman en Van der Duist af. Want wat is er die middag in dat café nou precies gebeurd? De beschuldiging heeft bijna iets demonisch: een alcoholische liquidatie van een weerloze zwakzinnige. Was het zó erg?

Toen Verkollen het café binnenkwam, zat Sjakie er met een groepje mannen aan de bar te drinken. Sjakie, normaal al moeilijk te verstaan, stootte alleen nog maar wat klanken uit. Verkollen hoorde iemand zeggen dat Sjakie een echte bietser was en dat ze hem dat wel eens even zouden afleren, die klerelijer.

“Neem er nog een eentje”, zeiden ze telkens als Sjakie dreigde op te stappen. “Met bier krijg je hem niet onder tafel”, zei Van der Duist die vrij algemeen als de aanstichter wordt aangemerkt. Hij zou eraan hebben toegevoegd: “Ik drink hem de kruk af.”

“Het ging in een jofele sfeer”, vertelt Verkollen. “Ze wilden hem een lesje leren, hij werd op een grappige manier dronken gevoerd.”

“Was er fysieke druk?” vraagt de rechter.

“Nee, het was iemand overreden.”

Sjakie zelf was in zijn verklaring bij de politie veel negatiever. “Ik wilde weg, maar ik mocht niet. Ze drukten me op mijn schouder naar beneden. Ik moest veel jenever drinken.”

“Hoeveel heeft u voor hem getapt, meneer Kroken?” vraagt de rechter aan de barkeeper, een werkstudent.

“Vijf borrels, een biertje, vijf dubbele wodka's.”

De rechter kijkt hem ongelovig aan. “Hij had een alcoholpromillage van 5,4. Het hoogste promillage dat ik als politierechter bij verkeersdeelnemers heb meegemaakt, is 3,5. Hoeveel moet je wel niet drinken om 5,4 te halen? Dat moeten wel twee flessen wodka zijn geweest.”

“Dat zijn úw woorden.”

Ook het gerechtelijk laboratorium heeft vastgesteld dat Sjakie veel meer gedronken moet hebben dan de verdachten beweren. Een van de advocaten merkt op dat Sjakie mogelijk al half bezopen was toen hij het café binnenging. Het was in het dorp bekend dat hij altijd met lege drankflessen rondliep om statiegeld te innen. De advocaat vindt het maar vreemd dat een psychiatrische inrichting haar patiënt zoveel vrijheid geeft om toe te geven aan datgene wat zijn opname juist heeft veroorzaakt: de drankverslaving.

Verkollen heeft die middag niet rechtstreeks durven ingrijpen. Hij zei éénmaal tegen de barkeeper: “Stoppen”. Maar hij weet niet meer of dat daarna ook meteen gebeurd is.

“Ik heb een halfvol glas bij hem weggepakt en ik ben gestopt”, verklaart Kroken.

Kroken wordt als barkeeper een bijzondere verantwoordelijkheid toegerekend. Hij weigert die te aanvaarden. Hij had het als niet-professionele barkeeper die middag te druk gehad, beweert hij. “In de keuken ligt een omeletje te prutten, ondertussen zet je pilsjes neer, moet je terug naar de omelet, en zo gaat dat door.”

Achteraf heeft hij spijt, spijt. De zondag daarna is hij op zijn werk ingestort, de café-eigenaar heeft hem inmiddels ontslagen. De gebeurtenis heeft hem aan het denken gezet. Hij wil zich revancheren en werkt nu als vrijwilliger in een instelling met Korsakov-patiënten - mensen als Sjakie dus.

Het is een mooi verhaal. Erg mooi zelfs, als hij het meent.

De rechter vraagt wat Van der Duist, vrachtwagenchauffeur van beroep, er nu van vindt. “We balen er allemaal van”, antwoordt hij. “Vooral voor die man. We zijn flink geschrokken.”

De officier van justitie, mevrouw mr. J. van Spanje, eist een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden tegen Kroken en Van der Duist en van twee maanden tegen Haagman. Ze acht bewezen dat de drie verdachten samen opzettelijk de gezondheid van Sjakie benadeeld hebben.

De advocaten vragen vrijspraak. “Waardoor is zijn gezondheid benadeeld?” vraagt een van hen zich af, “door het drinken of door het aanbieden? Door het drinken. Aanbieden is op zich geen strafbare handeling, de ander kan zelf beslissen of hij het neemt.”

“Ik ben het niet met u eens”, zegt de rechter, “en wat betreft de strafmaat ook niet met de officier. Dit is een typisch geval van het opzettelijk benadelen van iemands gezondheid: een geestelijk gestoorde met weinig weerstand zoveel drank aanbieden. Fysieke druk acht ik niet bewezen, wèl het stevig aandringen door Van der Duist en Haagman en het niet-ingrijpen door Kroken. Of Sjakie vooraf gedronken had, maakt mij weinig uit. Je mag er best rekening mee houden dat iemand dronken binnenkomt. In criminele motieven geloof ik niet, maar wel was iemand bijna dood geweest. Sjakie heeft het alleen overleefd omdat hij alcoholist was.”

De rechter veroordeelt hen tot een boete van duizend gulden of twintig dagen hechtenis. “Een gevangenisstraf vind ik te zwaar voor het karakter van het gebeurde. Ik neem mee dat het u aangegrepen heeft dat het uit de hand is gelopen.”

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.