Mitterrand verbond kerk met de revolutie; Een president tussen kathedraal en commune

De rouwdienst voor de vorige week overleden Franse ex-president François Mitterrand werd bezocht door zeventig staatshoofden, van Helmut Kohl tot Fidel Castro. Toch was Mitterrand volgens Pim den Boer geen groot staatsman - en kòn hij dat ook niet zijn. Waarom heeft zijn dood dan toch zovelen geraakt?

Frankrijk en de rest van de wereld hebben François Mitterrand de laatste eer bewezen. Indrukwekkend en ontroerend, traditioneel en stijlvol. In de Notre Dame celebreert de aartsbisschop van Parijs de mis ten overstaan van de groten der aarde die zich hadden verzameld, maar liefst zeventig staatshoofden, van Helmut Kohl tot Fidel Castro. Gelijkertijd vond in zijn geboorteplaatsje Jarnac in Charente (Zuidwest-Frankrijk), voor familie en vrienden een besloten plechtigheid plaats. Officieel eerbetoon in de immense gothische kathedraal van de hoofdstad naast een particuliere plechtigheid in de intieme romaanse kerk in de provincie. Deze scheiding tussen publiek en privé was overigens voor de aanwezigen het duidelijkst, de televisiekijker kreeg beide voorgeschoteld.

Liturgie die de eeuwen trotseert, prachtige muziek, sobere woorden, alle aanwezigen waren aangedaan, buiten de Notre Dame een ontroerde menigte. Rond de baar verenigd zijn wettige echtgenote Daniëlle, compagnon de route in goede en slechte tijden en hun drie kinderen, maar ook Mazarine, zijn morganatische dochter en haar moeder Anne Pingeot. De teraardebestelling in het familiegraf op de plaatselijke begraafplaats in Jarnac en derhalve niet in een natuurpark in de Morvan.

Over deze laatste mogelijkheid tot een gezamenlijke hoge rustplaats voor het echtpaar was veel te doen geweest in de pers. Deze had uitzicht geboden op het kiesdistrict dat zijn hele politieke leven de electorale basis vormde en de school waar haar vader onderwijzer is geweest. Dat had ook wel stijl gehad, maar gekozen werd voor een terugkeer naar het begin, in de schoot van de familie. Van de provincie naar de provincie, het leven als een oponthoud in Parijs.

De avond tevoren had op de Place de la Bastille een geheel andere, maar eveneens indrukwekkende ceremonie plaatsgevonden. Deze werd door duizenden mensen bezocht die het condoléance-register tekenden en een rode roos legden bij de grote portretten van de overledene. Vijftien jaar geleden, op 10 mei 1981, was hier uitbundig de verkiezing van Mitterrand tot president gevierd. Stemmige klassieke muziek en tot slot het lied opgedragen aan Louise, de onbekende vrouw die zich ontfermde over de gewonde Communards van 1871, Le temps des cerises. Het is het beroemdste chanson van Jean-Baptiste Clément, socialist en volksdichter, na het neerslaan van de Commune gevlucht naar Londen, ter dood veroordeeld, na de amnestie van 1880 teruggekeerd en militant aanhanger van de marxistische partij van Jules Guesde.

De buitenstaander is getroffen door de combinatie van politieke symboliek van de twee grote tradities. De Notre Dame, de gewijde plaats van het Franse katholicisme en het plein van de Bastille, de gehate gevangenis waarvan de inname op Quatorze Juillet 1789 het begin van de Franse Revolutie inluidde. Twee plaatsen die in de negentiende eeuw overstelpend beladen werden met politieke symboliek van de twee tegenover elkaar staande ideologieën. Was in 1871 de aartsbisschop van Parijs, Darboy, niet door Communards gegijzeld en toen het fout ging en het geweld toenam, als represaille vermoord? De Kathedraal en de Commune - zijn dat ideologische tradities die met elkaar te verzoenen zijn? Is Mitterrand erin geslaagd beide tradities in elkaar te brengen of is het een dubbelspel dat niet is vol te houden als men nog iets van integriteit wil bewaren?

Men zou kunnen zeggen dat na het einde van de Koude Oorlog thans ook in Frankrijk de burgeroorlog tussen Les Deux France beëindigd is. Het zogenaamde einde van de geschiedenis, de oplossing der ideologische tegenstellingen die uit de vorige eeuw overgeleverd zijn. De Franse Revolutie is nu dan echt afgelopen.

In een bepaald opzicht was Mitterrand de aangewezen persoon om deze tradities bij zijn dood met elkaar te verbinden. Mitterrand werd geboren in de katholieke traditie en huwde met de revolutionaire. Hij werd geboren in 1916, in het jaar van de hel van Verdun, waar Frankrijk onder Pétain stand wist te houden tegen de Duitsers. Het was een provinciaal-burgerlijk milieu, een katholieke familie, waar geen cognac (dat was de top), maar azijn (dat was een trapje lager) werd gefabriceerd. Na het katholieke collège in Angoulême vertrekt hij naar Parijs, woont op kamers in het gebouw van een katholieke stichting, bidden voor het slapen gaan en studeren aan de Rechtse Ecole des Sciences politiques. Het zijn woelige tijden in het Quartier Latin. In dienst in het najaar van 1938 en het jaar daarop naar het front gestuurd, later gedetacheerd in Stenay aan de Maas, aan de uiterste westkant van de Maginotlinie, in mei 1940 gewond geraakt en ten slotte krijgsgevangen gemaakt. Na achttien maanden en twee mislukte pogingen slaagt hij erin het Stalag in Duitsland te ontsnappen.

Teruggekeerd treedt hij in dienst van de regering van maarschalk Pétain, de held van Verdun die moeilijk verweten kan worden pro-Duits te zijn, maar de Duitsers wel hun gang laat gaan. Mitterrand vervult een positie bij het ministerie dat zich met het lot van de Franse krijgsgevangenen bezighoudt. Hij is niet pro-Duits, hij is in zijn relaties meer op het staatshoofd, maarschalk Pétain gericht, die zeer begaan is met het lot der krijgsvngenen, dan op de overactief collaborerende minister-president Laval. Een ongewisse periode waarin dubbel spel gespeeld werd en ook in bepaalde situaties gespeeld moest worden. Hij ontvangt een onderscheiding van het Vichy-bewind. Dat was op dat moment handig als dekmantel voor illegaal werk, maar kan ook anders beoordeeld worden. Mitterrand bevond zich in Londen op het moment dat hij de onderscheiding ontving. Generaal De Gaulle belast hem met het coördineren van de verschillende organisaties die zich met de Franse krijgsgevangenen bezighouden. Bij het illegale werk ontmoet hij Danielle Gouze die hij kort na de oorlog zal huwen. Zij stamt uit een links laïque milieu, waar dus niet de Kathedraal, maar de Commune vereerd werd. Haar vader gold als een principieel man die uit overtuiging in het verzet actief was.

Na de oorlog speelt Mitterrand een toonaangevende rol en is vele malen minister in de Vierde Republiek, waar het parlement de baas is en ministeries komen en gaan. Hij voelt zich hier op jonge leeftijd (voor een minister) als een vis in het water: combines, allianties, affaires. Net als bij zijn actieve deelname aan het verzet is hij ook in de kwestie Algiers te laat. Hij laat zich als een politicus betaamt door de omstandigheden leiden. Hij wil Algerije Frans houden en verdedigt het militair optreden.

Met de komst van de moreel krachtiger De Gaulle die op het beslissende moment wel de goede keuze maakt en de politiek verafschuwt, lijkt de rol van Mitterrand uitgespeeld. In de Vijfde Republiek is de president de baas. Maar Mitterrand weet zich aan te passen en de situtie uit te buiten. Hij verwerft zich uiteindelijk de positie van de linkse tegenkandidaat voor het presidentschap. Andere tegenkandidaten worden uitgeschakeld, hij zet de socialistische partij naar zijn hand en verleidt de communisten tot een alliantie. Twee plus twee is vijf, luidt zijn politieke arithmetica. Als een vampier heeft hij het communisme in Frankrijk leeggezogen. Dat is geen verwijt maar het moet wel een onfrisse bezigheid zijn geweest. Zonder de communistische steun had hij in elk geval nimmer in 1981 kunnen winnen.

Daarna veertien jaar aan de macht. Dat is zeer lang in een moderne democratie. Het saldo lijkt weinig indrukwekkend. Als blijvende resultaten op binnenlands terrein kunnen worden genoemd de decentralisatie, overigens natuurlijk het middel bij uitstek om steun te verwerven op lagere echelons. In Frankrijk betekent de decentralisatie het doorbreken van een lange traditie, met uiteindelijk meer voor- dan nadelen. Een actieve bouwpolitiek van Grote Werken die Parijs meer aantrekkingskracht gegeven hebben voor het cultureel massa-toerisme. Tel de zegeningen. Op het terrein van de buitenlandse politiek valt evenwel weinig te melden om de eenvoudige reden dat De Gaulle reeds dat gedaan had wat nodig en mogelijk was om de rol van Frankrijk als grootmacht te bewaren: de opbouw van een atoommacht. Mitterrand is bij gebrek aan beter in het voetspoor van De Gaulle getreden. De val van de Muur heeft hij, net zo min als ieder ander zien aankomen. De Duitse eenwording is hem overkomen, zoals ieder ander. De Europese eenwording, de as Parijs-Bonn, heeft hij actief bevorderd, maar zeker niet meer dan Giscard d'Estaing of welke andere serieuze presidentskandidaat gedaan zou hebben. Zo liggen nu eenmaal de kaarten.

Dat klinkt als een mager saldo voor tweemaal zeven jaar presidentiële almacht. Maar Mitterrand is hierbij het slachtoffer geworden van de enorme verwachtingen die hij zelf gewekt heeft.

Wat is dan toch de reden dat zijn dood zovelen beroert? Zijn leven is een roman vol ambiguïteit. Hij heeft geaarzeld, ontberingen gekend en moed betoond. Vele oudere Fransen konden zich met hem identificeren, eerst Vichy, later de Résistance. Een jongere generatie kon er hun vader in zien en bij de jongste generatie wist hij met zijn woorden verwachtingen te wekken.

Een 'Florentijn' werd hij genoemd, men doelde op Machiavelli, maar zelf vergeleek hij zich met de maecenas Lorenzo il Magnifico. De 'Venetiaan', is dat een betere typering voor deze lettré die genoot van hoge cultuur en sluw spel? Toen alle materiële en ideële voorwaarden weggezonken waren, wist hij zijn macht met diplomatieke toverkunst toch nog in stand te houden.

Waaruit bestond de magische aantrekkingskracht die hij uitoefende op buitenlandse staatshoofden? Hij was een meester in het enige domein waarin Frankrijk een wereldmogendheid is gebleven, de cultuur. Daarbij was hij de grote verleider. Mitterrand interesseerde zich voor de ander, en niet alleen voor alle mooie vrouwen maar ook voor de burgemeester van het kleinste dorp, voor Margaret Thatcher of Ronald Reagan. Hij wist precies aan te voelen wat zijn partner wilde en tot hoe ver. Hij hield van het tête à tête en zorgde ervoor dat zijn persoonlijke relaties streng van elkaar gescheiden bleven - très cloisonné. HIj bezat de gave van niet alleen het fraaie maar ook het juiste woord.

Mitterrand was een politicus en geen politiek denker. Hij genoot tezeer van het politieke machtsspel om een groot staatsman te kunnen zijn.

Met de politieke symbolen bedreef hij alchemie. Natuurlijk, zoals De Gaulle door het presidentschap te aanvaarden het rechtse Frankrijk met de Republiek heeft verzoend, zo heeft Mitterrand op zijn beurt 'le peuple de gauche' met de instellingen van de Vijfde Republiek verzoend. Hij heeft geen tradities afgebroken maar ze, door ze te combineren en van binnenuit aan te dikken, eigenlijk opgeblazen, tot een fraai maar zinledig schouwspel gemaakt.

Mitterrand stond met zijn opportunisme in een lange links-politieke traditie van de Derde en Vierde Republiek. Maar de politieke symbolen werden door zijn voorgangers wel gescheiden gehouden. Heeft Mitterrand als alchemist van rechtse en linkse symbolen Frankrijk bevrijd van de ideologische historische ballast en klaar gestoomd voor een opgaan in pragmatisch Europa? Dan zal er toch nog wel heel wat meer water door de Charente en de Seine moeten vloeien.

    • Pim den Boer