'Mijn grootste zorg is waar ik vanavond eet'

Viswanathan Anand is naar Wijk aan Zee gekomen voor de rust. Maar ook tijdens het gemoedelijke schaaktoernooi onder de rook van de Hoogovens wordt hij achtervolgd door zijn verloren match tegen Kasparov.

WIJK AAN ZEE, 16 JAN. Meteen na afloop van zijn verloren wk-match tegen Gari Kasparov verzuchtte Viswanathan Anand dat hij even genoeg had van het pr- en mediacircus waaraan hij anderhalve maand lang overgeleverd was geweest. De Indiër werd zelfs vervuld met weemoed en nostalgie en liet zich ontvallen dat hij verlangde naar een toernooi als Wijk aan Zee. Hij was toe aan een gemoedelijk sfeertje met bordenjongens en chocomel. Drie maanden later maakt hij onder de rook van Hoogovens zijn rentree in het toernooischaak en schiet hij in de lach als hij herinnerd wordt aan zijn mijmering. “Ja, dat was een vergissing. Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Toen ik de perskamer binnenkwam stonden alle bordenjongens klaar met chocomel.”

Anand maakt een ontspannen indruk en waarom ook niet? “We moeten het ook niet overdrijven. Ik heb negen maanden geen toernooi gespeeld. Het is niet zo dat ik twintig jaar weg was.” Lastiger dan de overgang van een solo-gevecht tegen Kasparov naar een toernooi met veertien deelnemers, was de overgang van zijn warme woonplaats Madras naar het winterse Wijk aan Zee. Terwijl de plaatselijke bevolking spreekt van een zachte zonnige dag, loopt Anand in zijn dikste trui en houdt hij tijdens het gesprek in De Moriaan zijn leren jack liever aan. In het spelershotel vroeg hij om de kleinste kamer omdat hij ervan uitging dat die het snelste warm te stoken was.

Verder voelt hij zich zo behaaglijk als hij zich had voorgesteld. “Het mooie van Wijk aan Zee vind ik dat ik hier rustig kan schaken. Misschien zijn de FIDE of de PCA in een ander deel van de wereld wel met van alles bezig, maar dat interesseert ons hier geen snars. Wij zitten hier gewoon te schaken en onze grootste zorg is in welk restaurant we 's avonds zullen gaan eten.”

Anand mag dan naar Wijk aan Zee zijn gekomen om weer eens tegen iemand anders te schaken, vrijwel automatisch komt het gesprek toch steeds weer uit bij zijn Newyorkse belevenissen en bij Kasparov. Herhaaldelijk benadrukt Anand dat hij niet wil klagen of zeuren, maar ook als hij er niet direct naar gevraagd wordt laat hij nog steeds zijn ongenoegen blijken over de slordigheid waarmee de PCA haar wk-match organiseerde. Nee, zelfs het feit dat ze on top of the world speelden, op de bovenste verdieping van het World Trade Center, kan de pijn niet verzachten. “Dat klinkt leuk maar je hebt er niets aan. In die cabine kon je niks zien. Ook geen publiek. Alleen aan het begin en aan het slot van de match heb ik over New York uit kunnen kijken. Ik had net zo goed in de Marianen Trog kunnen spelen, on the bottom of the world, voor mij had het geen verschil gemaakt. Soms zat ik me af te vragen wat ik daar in hemelsnaam aan het doen was. Dan keek ik naar Kasparov en dan wist ik het bij wijze van spreken weer.”

“Gelukkig waren er na afloop genoeg leuke en verrassende ervaringen die als pleister op de wonde konden dienen. Ik bleef nog enkele weken bij mijn zus die in Amerika woont en ging ook met haar mee naar haar universiteit. Ik verwachtte dat ik daar zoals altijd geheel anoniem kon rondlopen, maar in plaats daarvan werd ik heel vaak herkend en aangesproken. Het was toch grappig om te zien dat de match zoveel publiciteit had gekregen.”

Eenmaal terug in India hoefde hij al helemaal niet over aandacht te klagen. Zijn verkiezing tot sportman van het jaar was slechts één van de vele tekenen van erkenning die hem te beurt vielen. Anand reageert verbaasd wanneer hij wordt gevraagd naar de sombere verhalen over de omgeslagen Indiase volksgunst die tijdens de tweede helft van de match de ronde deden. “Natuurlijk kunnen mensen die heel erg met je meeleven teleurgesteld reageren wanneer het mis gaat. Maar ik moet zeggen dat ik ontroerd was door de vele reacties die ik in India kreeg. Veel mensen hadden voor me gebeden. In een tijdschrift in Tamil Nadu stond een oproep om mij een kaart te sturen en me geluk te wensen. Daarop kreeg ik een paar duizend kaarten. Omdat het onmogelijk was die allemaal persoonlijk te beantwoorden heb ik een advertentie geplaatst om mijn dank uit te spreken.” Dan na een minimale denkpauze voegt hij eraan toe: “Maar tegelijkertijd heb ik ook ontdekt dat je het voor jezelf moet doen, hoe egoïstisch dat ook mag klinken. Je hebt het recht om te winnen of te verliezen.”

De match in New York, die meer dan een maand in beslag nam, heeft Anand gesterkt in zijn overtuiging dat de drie jaar durende wk-cyclus op de helling moet. Het revolutionaire plan van de nieuwe FIDE-president, Kirsan Iljoemzjinov, om in een grootscheeps knock-out spektakel jaarlijks de wereldkampioen aan te wijzen spreekt hem erg aan. Zelfs als Kasparov niet meedoet zou Anand te porren zijn voor de nieuwe opzet. Met een duidelijk tenzij: “Het zou ervan afhangen of Kasparov een rivaliserend kampioenschap zou houden. Daar moet je pragmatisch in zijn. Je kunt wel zeggen dat het gezicht op de gulden je niet aanstaat, maar het is wel een wettig betaalmiddel.”

Dat herinnert aan Kasparovs bewering dat zijn uitdager altijd al erg pragmatisch was en dat de PCA niets van de Indiër zou hoeven te verwachten als hij wereldkampioen was geworden. Anand reageert gestoken: “Dat was totale onzin. Natuurlijk heeft hij gelijk dat hij meer heeft gedaan voor de PCA. Terwijl ik al die matches speelde, had hij twee jaar vakantie. Zo kan ik het ook. Het klinkt een beetje als de grootste aandeelhouder van een bedrijf die de mensen aan de lopende band verwijt dat ze niet genoeg voor de Lions doen. Ik vraag me af waar hij denkt dat ik de tijd vandaan had moeten halen om rond te reizen en het schaken te promoten. Ik promoot het schaken door te spelen. Dat is voorlopig het enige wat ik kan doen.”

In Wijk aan Zee hoopt Anand de spontaniteit in zijn spel terug te vinden die hij in zijn match tegen Kasparov te lang onderdrukte: “Je maakt je voortdurend zorgen over wat hij voorbereid heeft en wat jezelf hebt voorbereid. Dat is onzin. Op een gegeven moment moet je gewoon spelen.”

Het povere resultaat dat Kasparov meteen na de match behaalde in Horgen maakte duidelijk hoe moeilijk het kan zijn om over te schakelen van matchschaak naar toernooischaak. “In feite bevestigde hij met zijn resultaat dat mijn strategie verkeerd in elkaar zat. Net als in een toernooi had ik veel flexibeler moeten zijn en veel minder voorzichtig. Je kon het al in de laatste paar partijen zien. Als ik iets ongewoons speelde, raakte hij helemaal de kluts kwijt. Hier speel ik tegen louter sterke tegenstanders die allemaal een verschillende aanpak vereisen. Natuurlijk is een match veel moeilijker, maar dit is ook geen kleinigheid.”

    • Dirk Jan ten Geuzendam