Leeftijd belemmert opleiding niet

TILBURG, 16 JAN. Leeftijd hoeft geen reden te zijn om oudere werknemers niet te laten deelnemen aan opleidingen. Tot die conclusie komt onderwijskundige en psycholoog drs. J. Thijssen, die morgen aan de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg promoveert.

Ervaring is belangrijker dan leeftijd als het gaat om deelname aan opleidingen en beroepsmatig flexibel optreden door ouder personeel. In zijn proefschrift noemt Thijssen een aantal factoren dat voor mensen in de tweede helft van hun carrière van belang is. Zo hangt het al dan niet deelnemen aan opleidingen nauw samen met de verwachtingen die de omgevimg (zakelijk en privé) daaromtrent koestert, en aan de (aard van) de ervaringen die de afgelopen vijf tot tien jaar zijn opgedaan. Ervaringsvariatie is daarbij van groot belang.

De conclusie dat leeftijd van minder belang is, logenstraft de heersende gedachte dat ongeveer halverwege de loopbaan sprake zou zijn van het begin van een “afgang”. Thijssen: “Uit mijn onderzoek blijkt het tegendeel. Het gezegde 'ouderdom komt met gebreken' mag misschien lichamelijk gelden, maar niet in verstandelijke zin”.

Bij Rabobank Nederland, waar Thijssen werkzaam is als hoofd van de afdeling Research en Development Personeel, bleek dat personeel van boven de veertig minder aan opleidingen deelnam dan jonger personeel. Met het stijgen van de leeftijd zijn mensen geneigd zich op hun ervaring te concentreren. “Ervaringsvariatie is beter,” stelt Thijssen. Personeelsmanagers zouden daarvan doordrongen moeten zijn en daarover meer en beter met oudere personeelsleden moeten communiceren.

Algemene uitstroomregelingen voor ouder personeel (zoals op een bepaalde leeftijd verplicht met de vut of met pensioen) hebben volgens Thijssen hun langste tijd gehad. Een collectieve uitstroomregeling gaat eerder op voor jonge dan voor oudere personeelsleden. Verschillen in flexibiliteit en instelling onder ouderen zijn immers groter dan tussen jongeren. (ANP)