Kremlin stuurt Tsjetsjeense berichtgeving

MOSKOU, 16 JAN. De Russische operatie tegen Tsjetsjeense gijzelnemers in Pervomajskoje was veel beter voorbereid dan die van vorig jaar juni in Boedjonnovsk, zo zei president Jeltsin gisteren tevreden. Wat betreft de informatievoorziening had hij in elk geval gelijk. Het is lang geleden - de hoogtijdagen van de Sovjet-Unie - dat het Kremlin zó probeerde de berichtgeving naar zijn hand te zetten.

Vanaf de eerste dag van de crisis worden verslaggevers en televisieploegen ver weg gehouden van de gebeurtenissen in het zuiden van Rusland. Zó ver dat zij voor hun verslagen in hoge mate afhankelijk zijn van de autoriteiten. De mededelingen van de staatsveiligheidsdienst FSB en het ministerie van binnenlandse zaken, die de Russische operatie leiden, zijn doorgaans van dien aard dat zij begrip kweken voor het eigen optreden. Of zij kloppen kan nauwelijks worden gecontroleerd.

“De federale strijdmachten hebben alles gedaan om de crisis tot een vreedzaam einde te brengen. Maar toen de terroristen begonnen gijzelaars dood te schieten konden zij niet langer werkeloos toekijken. Gisteren (zondag) hadden de bandieten ook al de federale troepen onder vuur genomen”, zo las de nieuwslezeres van het belangrijkste Russische televisiekanaal, ORT, gisteravond. Dat was een bijna letterlijk citaat uit een verklaring van generaal Michail Barsoekov, hoofd van de FSB.

De beschieting van federale troepen door Tsjetsjenen op zondag is echter nooit door onafhankelijke bronnen bevestigd. De beschieting toonde volgens een woordvoerder van het ministerie van binnenlandse zaken aan dat de Tsjetsjenen “hun zelfbeheersing verliezen en dat nu de meest onvoorspelbare acties van hen moeten worden verwacht”. Die boodschap is daarna vele malen herhaald.

Hetzelfde ministerie meldde zondag tevens dat 300 andere Tsjetsjeense strijders zich elders in de deelrepubliek gereed maakten om de gijzelnemers te hulp te schieten. De FSB onthulde dat zich onder de Tsjetsjenen goed getrainde huurlingen uit Iran en Pakistan bevonden. Beide berichten zijn niet bevestigd. De 300 man Tsjetsjeense hulptroepen zijn vooralsnog niet aan het front komen opdagen.

Dat er zondag en gistermorgen gijzelaars zijn doodgeschoten - de aanleiding voor de Russische aanval - is inmiddels expliciet ontkend door de leider van het Tsjetsjeense commando. Salman Radoejev kwam gisteren met zijn ontkenning via een radioboodschap die door verslaggevers is opgevangen. Een woordvoerder van de Tsjetsjeense president Dzjochar Doedajev sprak tegenover het onafhankelijke persbureau Interfax eveneens van “een grove leugen, bedoeld om de aanval van de federale troepen te rechtvaardigen”.

Deze ontkenningen hebben de journaals niet gehaald. Daar is geen eenduidige verklaring voor, behalve misschien de schokkende informatie van de dagen voor de eigenlijke aanval. Vrijdag meldde het ministerie van binnenlandse zaken dat de Tsjetsjenen de bussen met gijzelaars van explosieven hadden voorzien om ze elk moment te kunnen laten ontploffen. Ook zou een wrede radioboodschap zijn afgeluisterd waarin de Tsjetsjeense president Doedajev de gijzelnemers oproept 'vooral vrouwen en kinderen te doden'.

De Russische nieuwslezers hadden het met stijgende verontwaardiging gemeld. Hoe de informatie over de explosieven werd vergaard is niet duidelijk. De agressieve radioboodschap van Doedajev over vrouwen en kinderen eerst is behalve door Russische militairen door niemand gehoord.

Nu het vechten eenmaal is begonnen nemen de Russische strijdkrachten net als een half jaar geleden behalve Tsjetsjeense guerrillastrijders ook onschuldige gijzelaars onder vuur. Maar bij de beschieting van het ziekenhuis in Boedjonnovsk stonden de televisieploegen zo dichtbij dat de wanhoop op de gezichten van de gijzelaars te zien was. In Pervomajskoje worden de camera's op meer dan twee kilometer afstand gehouden. De kijker - de Russische kijker althans - ziet vooralsnog weinig meer dan helikopters, artillerie en soldaten in de achterhoede. Moskou lijkt te hebben geleerd dat beelden van mensen die schieten een heel andere werkelijkheid opleveren dan beelden van mensen die worden beschoten.

Hoeveel slachtoffers de crisis uiteindelijk zal kosten zal waarschijnlijk nooit duidelijk worden, net als in Boedjonnovsk in juni vorig jaar en in Moskou bij het politieke geweld van oktober 1993. Het aantal doden van het eerste deel van de gijzeling, vorige week dinsdag in Kizljar, werd aanvankelijk op tien bepaald. Later maakten de Dagestaanse autoriteiten, die het gegijzelde ziekenhuis moesten opruimen, er 23 van. FSB-hoofd Barsoekov, die zondag vanuit Moskou naar Pervomajskoje reisde, noemde bij aankomst ineens het getal van 35. Zo leken de Tsjetsjeense guerrillastrijders achteraf bezien steeds bloeddorstiger te worden.

Bij het aantal gijzelaars ging het rekenen andersom. Nadat zij aanvankelijk twee à drieduizend mensen in het ziekenhuis van Kizljar vasthielden, vertrokken de Tsjetsjenen met ongeveer 160 gijzelaars in bussen, zo deelden de autoriteiten mee. In Pervomajskoje namen de gijzelnemers nog eens 37 politiemannen gevangen, alsmede tientallen burgers van het dorp zelf. Op donderdag werd gesproken over een totaal van meer dan 200 gijzelaars. Maar daarna nam het aantal op onverklaarbare wijze af.

Donderdagnacht wisten vier politiemannen te ontsnappen, één werd er bij een ontsnappingspoging gedood. Vrijdag lieten de Tsjetsjenen acht vrouwen en kinderen gaan. Verdere berichten over vrijlatingen zijn er niet geweest. Toch meldde een onderminister van de regering van de deelrepubliek Dagestan zaterdag dat de Tsjetsjenen op dat moment nog 116 gijzelaars hadden. FSB-hoofd Barsoekov had het een dag later slechts over 70 gijzelaars. De tv-journaals spreken nu maar van '70 tot 116'. Waar de rest is gebleven, niemand weet het en niemand heeft het erover.

Het kan verwarring zijn. Maar de cijfers zijn van belang als straks de balans wordt opgemaakt. “Wat Jeltsin wil is dat hij bekend kan maken dat alle rebellen zijn gedood zonder grote verliezen onder de gijzelaars”, zei vorige week Aleksandr Konovalov, een politiek waarnemer van het Amerika en Canada Instituut in Moskou. Er zijn in juni presidentsverkiezingen en de afloop van de huidige crisis kan daarbij een grote rol spelen.

Als de Tsjetsjenen worden gedood en er bijvoorbeeld zestig gijzelaars levend uit de puinhopen van Pervomajskoje tevoorschijn komen, zijn er dan grote verliezen geleden of niet? Dat hangt af van hoeveel gijzelaars er waren. Waren het er tweehonderd, dan heeft ruim tweederde van de gijzelaars het niet overleefd en zijn er dus grote verliezen geleden. Waren het er 70, dan heeft de overgrote meerderheid het wel overleefd en kan de operatie een 'succes' worden genoemd.

    • Hans Nijenhuis