Gijzeling duurt voort; Snelle aanval op Tsjetsjenen niet geslaagd

MOSKOU, 16 JAN. De Russische regering is er, na ruim een etmaal, nog steeds niet in geslaagd om de gijzelingsactie aan de Dagestaans-Tsjetsjeense grens met geweld te beëindigen.

De strijd tussen Russische strijdkrachten en Tsjetsjeense gijzelnemers in het zuiden van Rusland duurde vandaag rond het middaguur nog onverminderd voort. Onduidelijk bleef in welke mate de Russische elitetroepen hun doel al hebben bereikt.

De Russen hebben sinds het begin van hun aanval gistermorgen naar eigen zeggen 26 gijzelaars bevrijd. Zestig Tsjetsjenen zouden zijn gedood en vijftien verwond, zo maakte het ministerie van binnenlandse zaken vanmorgen bekend.

De poging om de naar schatting honderd gijzelaars, die al een week in Tsjetsjeense handen zijn, met geweld te bevrijden heeft in Moskou tot kritiek op president Jeltsin geleid.

In Tsjetsjenië zelf hebben Tsjetsjeense strijders vanmorgen dertig werknemers van een elektriciteitscentrale in de buurt van de hoofdstad Grozny - voor het merendeel Russen - in gijzeling genomen en met onbekende bestemming afgevoerd. Het is onduidelijk of deze nieuwe gijzeling verband houdt met de crisis in het naburige Dagestan die nu wordt uitgevochten. “Het is vooralsnog niet duidelijk wie de actie is begonnen”, zei een woordvoerder van de staatsveiligheidsdienst FSB tegen het persbureau Itar-Tass.

Het afgelopen etmaal is er bijna onophoudelijk gevochten in Pervomajskoje, het dorpje waar naar schatting 200 gewapende Tsjetsjenen sinds vorige week woensdag naar schatting honderd mensen gegijzeld houden. Het verloop van de strijd is door het ontbreken van onafhankelijke bronnen niet duidelijk. Aan Russische kant zijn volgens het ministerie van binnelandse zaken vier soldaten gesneuveld en veertien gewond.

Gisteravond liet het Russische ministerie van binnenlandse zaken weten dat de strijd bijna was gestreden, het dorp bijna geheel in Russische handen was en dat “de laatste verzetshaarden werden opgeruimd”. Een woorvoerder van de Tsjetsjeense president Doedajev, die in direct radiocontact met de guerrilla's zou staan, zei daarentegen dat op enkelen na alle Russische aanvallers uit het dorp waren verdreven.

Journalisten die zich op ongeveer twee à drie kilometer afstand van Pervormajskoje bevinden zagen vanmorgen bij het aanbreken van de dag dat de Russen met artillerie en helikopters het dorp opnieuw hevig onder vuur namen.

Van Tsjetsjeense kant wordt het Russische opperbevel, dat bij de staatsveiligheidsdienst FSB ligt, ervan beschuldigd de gijzelaars te doden inplaats van ze te bevrijden. “De kracht van de beschietingen is beangstigend. Ze proberen het hele dorp te vernietigen”, zei de woordvoerder van Doedajev, Movladi Oedoegov vanmorgen. De Tsjetsjenen hebben volgens hem vier gijzelaars laten gaan om “de waarheid” te vertellen over “het dodelijke Russische vuur”.

Pagina 5: Eén minuut stilte in Russisch parlement

Een woordvoerder van de FSB, generaal Aleksandr Michailov, bevestigde vanmorgen dat de Tsjetsjenen enkele gijzelaars hadden vrijgelaten maar hij wilde niet op de beschuldigingen reageren. Gisteren heeft Michailov onderstreept dat er “zeer gericht wordt geschoten. Niet één gebouw waarin zich volgens ons gijzelaars bevinden is geraakt.”

President Jeltsin heeft gisteren in Moskou opnieuw de actie om de gijzelaars met geweld te bevrijden verdedigd, hoewel de president meer over het straffen van de Tsjetsjenen sprak dan over het bevrijden van gijzelaars. “We moeten ze straffen en terrorisme in het algemeen wegvagen van het Tsjetsjeense land”, aldus Jeltsin tegen verslaggevers. “De operatie was van te voren grondig voorbereid. Ik kan niet zeggen dat er geen slachtoffers zullen vallen, maar het aantal slachtoffers zal minimaal zijn.”

Tegenstanders van Jeltsin in Moskou hebben de aanval hevig gekritiseerd. De grootste liberale fractie in het Russische parlement, Jabloko, heeft gisteren een motie van wantrouwen tegen de regering aangekondigd. “Dit is een schande voor Rusland, een schande voor de Russische president. Het toont hoever Rusland verwijderd is van echte democratie en mensenrechten.”

Vandaag kwam het op 17 december gekozen nieuwe parlement voor het eerst bijeen. Bij de opening van de zitting namen de 450 afgevaardigden een minuut stilte in acht voor de slachtoffers van de gijzelingscrisis, maar rond het middaguur waren er nog geen moties tegen de regering ingediend.

De communistische partij, met 157 zetels veruit de grootste fractie in het nieuwe parlement, heeft bij monde van partijleider Gennadi Zjoeganov eveneens felle kritiek geuit op “de president, de regering en het onbeholpen beleid dat zij voeren”. Zondag nog kritiseerde Zjoeganov juist het uitblijven van harde maatregelen tegen de gijzelnemers.

“Het is weer de voortzetting van de oude politiek, waarbij de autoriteiten niet in staat zijn om de elementaire veiligheid van de burgers te garanderen”, zei Zjoeganov gisteren toen bleek dat de aanval niet direct succes opleverde. “Het gevaarlijkste van de gijzelingscrisis is dat de oorlog kan overslaan naar dagestan. Helaas is dit precies wat er nu gebeurt.”

De enige fractieleider die tot nu toe het gewapende ingrijpen expliciet heeft gesteund is Vladimir Zjirnovski. De populist zei gisteren dat “elke president de order zou hebben gegeven om de rebellen uit te roeien”. Hij legde de schuld voor de crisis overigens bij “het Westen en de Amerikaanse president Clinton. De oorlog in de Kaukausus wordt geleid door de FBI”.

Vorige week al had Zjirinovski, die op 17 december meer stemmen haalde dan de 'regeringspartij' van premier Tsjernomyrdin, Jeltsin opgeroepen napalm tegen de Tsjetsjenen in te zetten. “Als u dat niet doet wordt u straks niet herkozen en dan doe ik het op 1 juli”, waarschuwde Zjirinovski in een verwijzing naar de komende presidentsverkiezingen.

    • Hans Nijenhuis