De smaak van Amerika

BELLEVUE. De Amerikaanse chemicus dr. Albert C. Barnes (1872-1951) was een humeurig man. Hij was rijk geworden met de verkoop van een medicijn tegen infecties. Hij kreeg ruzie met zijn zakenpartner en ging kunst verzamelen. Impressionisten, post-impressionisten, ze waren in 1912 in Parijs nog voor een betaalbaar bedrag te koop en Barnes was een harde onderhandelaar.

Genieten van kunst, vond Barnes, moest geleerd worden. Hij gaf de arbeiders in zijn chemische fabriek elke dag twee uur les in kunstbeschouwing en hij gebruikte daarbij de schilderijen die hij in bezit had. In 1925 stelde hij zijn verzameling voor het publiek open. De critici vonden die schilderijen van Matisse, Renoir, Van Gogh, Cézanne, Seurat maar niets. Dan moeten jullie het zelf maar weten, zei Barnes, en niemand kreeg zijn verzameling nog te zien - op een paar studenten en kunstenaars na.

Zeventig jaar later kunnen de geïnteresseerden de schilderijen van dr. Barnes alsnog bekijken. Op hun pc, want ze staan op CD-ROM. Je kunt door de gangen van de Barnes-foundation lopen, schilderijen aanklikken en ze op je scherm uitvergroten, verkoopactes en andere archivalia bekijken en ook een aantal causerieën beluisteren, waarin Barnes op norse toon uitlegt wat kunst is en hoe je ernaar moet kijken.

Multi media dus, en volgens de critici is A Passion for art de beste kunst-CD-ROM die er tot dusverre is gemaakt.

Hij is hier gemaakt, in Bellevue, dat vlak bij Seattle ligt. In dit park, op de derde verdieping van dit luxe kantoorgebouw, zetelt Corbis, een onderneming die het eigendom is van Microsoft-directeur Bill Gates. Het bedrijf - er werken iets meer dan honderd man - heeft zich een overzichtelijk doel gesteld: de creatie van het grootste digitale beeldarchief ter wereld. In een van de ruimtes in het cirkelvormige kantoor zijn een man of zes bezig met het inscannen van dia's en foto's. Dat gaat 24 uur per dag door, de scanners werken in ploegendienst. In een andere ruimte worden de ingescande opnames op computerschermen gecorrigeerd, krasjes en stofjes worden weggehaald, kleuren juist ingesteld. Verderop zijn een paar documentalisten en kunsthistorici bezig met het intikken van beschrijvingen en trefwoorden.

De bedoeling van dit alles is dat Corbis straks elke denkbare afbeelding kan leveren, aan iedere uitgever, tijdschriftenmaker, kalenderdrukker, encyclopedie-samensteller of krantevormgever waar ook maar ter wereld. Een bruin paard met een rokende fabriekspijp op de achtergrond? De postbode van Van Gogh? Napalm-bombardement in Vietnam? Bonte specht in prachtkleed? Corbis kan het leveren. In digitale codes die zo de drukpers in kunnen. Als de elektronische snelweg er ligt, kunnen de plaatjes binnen een paar minuten via het net arriveren.

In de tussentijd wordt er zo nu en dan uit het bestand een speciale CD-ROM getrokken, zoals die over dr. Barnes. Onlangs verschenen CD-ROM's over Cézanne, over de vulkanen van de wereld en over het Manhattan-project.

Anderhalf miljoen plaatjes zitten al in de Corbis-computer en het werk gaat door. Vorig jaar kocht Gates voor Corbis het Bettmann Archive, een bestand van zestien miljoen foto's. Die moeten ook allemaal in de computer. Intussen kijkt Corbis oplettend om zich heen. Wat hebben we nog niet? Waar zitten de lacunes? “Op het gebied van de multiculturele samenleving, buitenlandse culturen - daar kunnen we nog heel wat materiaal gebruiken”, zegt Charles Mauzy, directeur van de Media Development-afdeling. Ze zijn overal aan het zoeken, ze benaderen fotografen die met die onderwerpen gewerkt hebben en als het zo uitkomt wordt een fotograaf naar Afrika, naar Zuid-Amerika of naar Harlem gestuurd om wat sprekende illustraties te verzamelen.

Er is iets in deze reproduktie- en verzameldrift dat onrustig maakt. De copyrights, hoe zit het met de copyrights? Dat zit goed. Corbis stelt modelcontracten op, die fotografen, kunstenaars en ander rechthebbenden beter beschermen dan menig ander fotobureau of auteursrechtenorganisatie dat doet.

Is het een vorm van cultureel imperialisme - eerst kopen de Amerikanen onze kunst op, en dan krijgen we haar gedigitaliseerd terug? Daar zit een kern van waarheid in, maar het is een wat kinderachtig verwijt. We hadden die kunst ook níet kunnen verkopen, en we hóeven die CD-ROM's niet in onze computer te stoppen.

Dreigt er dan een beeldmonopolie? Nee, zegt Corbis. Iedere fotograaf of kunstenaar mag zijn werk ook via andere bemiddelaars aan de man brengen, de contracten zijn niet-exclusief. Maar dat is maar een deel van het verhaal. Gates zette dit bedrijf zeven jaar geleden op, en veel heeft hij er nog niet mee verdiend. Dat hoefde niet, want Gates is de rijkste man ter wereld. Geef hem nog zeven jaar en niemand zal nog om Corbis heen kunnen. Niet omdat het verboden is om ergens anders te winkelen, maar omdat dat geen zin meer heeft.

Er is nog iets. Barnes en Gates, op het eerste gezicht hebben ze wel iets van elkaar weg. Barnes was rijk en Gates is nog rijker. Beiden maakten hun fortuin in de high-techsector van hun tijd. Barnes kocht kunst als een bezetene, en Gates koopt ook heel wat - laatst nog de Codex van Da Vinci. Maar er is een belangrijk verschil. Barnes trok zich van niemand iets aan, volgde zijn eigen smaak en geldt nu als een visionair verzamelaar. Gates is ook een visionair type. Maar zijn asset is niet zijn eigen smaak, maar zijn kennis van de smaak van anderen.

Het is de verzameldrift van de jeugdige filatelist, die met de voorgedrukte plaatjes in zijn album als leidraad op postzegeljacht gaat. Als zijn album vol is, mag de wereld erin bladeren.

    • Warna Oosterbaan