Centrum van Amsterdam mag geen museum zijn

AMSTERDAM, 16 JAN. Er wonen weer genoeg mensen in de binnenstad van Amsterdam, maar de gemeente moet uitkijken dat het er niet te veel worden. De woonfunctie mag niet ten koste gaan van de economische. “Amsterdam moet geen openluchtmuseum worden met allemaal Anton Pieckhuisjes.”

De waarschuwing komt van de gemeentelijke dienst ruimtelijke ordening en is gericht aan wethouder Stadig. De dienst is bezig met het opstellen van een zogeheten 'trendrapport' en een woordvoerder van de wethouder liet weten dat hij wacht tot dat af is, alvorens hij een reactie geeft.

De constatering van de dienst markeert het einde van een periode van zo'n dertig jaar bezorgdheid over het inwonerstal van het historisch centrum. In de jaren zestig en zeventig heette het grootste gevaar nog de zogeheten 'cityvorming' te zijn: steeds meer woonhuizen werden omgebouwd tot kantoorruimte, zodat de binnenstad 's avonds donker en leeg leek.

Achtereenvolgende colleges van burgemeester en wethouders hebben de woonfunctie van de binnenstad gestimuleerd via bouwsubsidies. Volgens de dienst ruimtelijke ordening is het nu tijd daarmee op te houden. Het aantal inwoners is in ruim twintig jaar van 60.000 naar 80.000 gestegen. Het aantal arbeidsplaatsen daalde in de afgelopen dertig jaar met de helft, van 160.000 naar 75.000.

De gemeente Amsterdam kan volgens de dienst ruimtelijke ordening rustig ophouden met het subsidiëren van woningbouw in de binnenstad. “De markt reguleert die prijzen uitstekend”, aldus een woordvoerder van de dienst. In de binnenstad worden inmiddels al hogere oppervlakteprijzen betaald voor woningen dan voor kantoren. Uniek, vergeleken met andere binnensteden in Europa, aldus de dienst.

De dienst vindt dat op dit moment sprake is van een ideale mix van de functies wonen, werken, toerisme en recreatie. Die 'functiemenging' is ook uitgangspunt van het gemeentelijk beleid. In het Structuurplan 1991 ging de gemeente er nog van uit dat een aantal van 80.000 werkzame personen minimaal nodig is om bepaalde voorzieningen in stand te kunnen houden. Nu zijn er 75.000 arbeidsplaatsen in de binnenstad: 20 procent in de kantorensector, 20 procent in het toerisme. In de horeca werken 10.000 mensen.