Boetes geëist tegen betogers extreem-rechts

ZUTPHEN, 16 JAN. “Er is geen geweld gepleegd. Dat maakt het voor mij nogal moeilijk.” Officier van justitie J.C. Buttinger kon vanmorgen tot zijn spijt in de rechtbank van Zutphen niet meer dan een boete van 120 gulden eisen wegens een poging tot verstoring van de openbare orde. Uitzondering was C. Kusters die wegens mishandeling van een cameraman 50 uur dienstverlening en drie weken voorwaardelijk gevangenisstraf kreeg opgelegd door de politierechter.

Tot meer dan een poging tot verstoring van de openbare orde was het op 25 november vorig jaar ook niet gekomen. Op die dag had een groepering die zichzelf de Nationale Revolutionaire Actie noemde, zich voorgenomen een congres van GroenLinks in de Zutphense Hanzehof te verstoren. Eens te meer bleek vanochtend dat de politie de gangen van extreem-rechts nauwgezet volgt. Het groepje neo-nazi's werd vanaf Utrecht door twee agenten geobserveerd.

Een andere groep had op hetzelfde moment een bezoek gebracht aan het huis van fractieleider P. Rosenmöller van GroenLinks. Maar die was niet thuis. Op een parkeerterrein bij Apeldoorn was er een rendez vous, waarna een groep met acht auto's naar Zutphen toog. Daar marcheerde men naar de Hanzehof onder het roepen van leuzen als “antifa moordenaars”. Daar cirkelde de groep rond het gebouw en trachtte men luid schreeuwend en op de ramen bonkend zich een toegang tot het gebouw te verschaffen. C. Kusters, in eigen kring wegens zijn gewelddadig gedrag als ongeleid projectiel beschouwd, maakte zich uit de groep los en schopte in op een cameraman van de lokale omroep. Op dat moment greep de politie in en hield alle betogers aan.

Racistische kreten werden tijdens de gehele betoging niet gehoord, noch kwam het tot vernielingen. En noch op het congres van GroenLinks, noch in de workshops was het iemand opgevallen dat er een extreeem-rechtse demonstratie plaatshad. Daardoor stond het openbaar ministerie vanochtend vrijwel met lege handen en kwamen de verdachten er met een lichte straf van af. Wel speelde zich rond de zaak het zo langzamerhand bekende gesteggel af. Een groepje van tien antifascisten had zich met video-apparatuur bij de trappen van de rechtbank opgesteld om alle aanwezigen te filmen voor het eigen archief. De neo-nazi's, getooid in bomberjacks met rudetekens, hokten defensief samen in de koffieruimte. Een van de gedaagden had een Duitse adelaar met hakenkruis op zijn hoofd laten tatoeëren. Ze ontvouwden een spandoek met de tekst 'Eén tegen de politiestaat', ditmaal onder de naam 'autonome nationaal-socialisten'. Ten tijde van de demonstratie tegen GroenLinks heetten ze nog 'nationaal revolutionairen' maar ook namen als 'fundamentalistische arbeiderspartij' of 'nationaal ecoteam' hebben in de afgelopen maanden opgang gedaan.

Dit is geheel in overeenstemming met de nieuwe strategie van de radicale achterban van CP'86, om betogingen onder steeds wisselende namen te organiseren. De partijleden doen dit mogelijk om dossiervorming tegen hun partij te voorkomen. Voor CP'86 dreigt namelijk een partijverbod nu het door het Amsterdamse Hof tot criminele organisatie is bestempeld.

Onder de demonstranten van 25 november waren niettemin voldoende 'kameraden' uit CP'86, onder wie het Haagse raadslid S. Mordaunt en het Rotterdamse raadslid M. Freling. Tot de gedaagden behoorden voorts de bejaarde nationaal-socialist J. Glimmerveen, de oude leider van de verboden Nederlandse Volksunie. Het merendeel van de zeventien gedaagden kondigde na de zitting aan in hoger beroep te gaan. Kusters legde zich bij zijn straf neer.