Begrip voor allochtone buurman groeit niet echt

Oost, West en de rest, woensdag, Ned.3, 20.24u.

Hoe veel weten we van onze allochtone buurman? Te oordelen naar de programmaserie Oost, West en de rest niet zo heel erg veel. Doel van de serie is om meer begrip te wekken voor de cultuur van Nederlanders die afkomstig zijn uit een ander land. Zes van hen (uit Ghana, Rusland, de Nederlandse Antillen, Turkije, Ambon en Marokko) maken onder het toeziend oog van de camera een reisje terug naar hun geboorteland en geven informatie over hoe het daar toegaat. “Zo wordt duidelijk”, aldus de programmamakers, “hoe sterk afwijkende gebruiken in hun eigen context vaak heel logisch en functioneel kunnen zijn en hoe vanuit een ander perspectief onze Europese gebruiken heel 'exotisch' kunnen overkomen”.

Het is moeilijk te zien hoe zo'n goedkoop-relativistisch uitgangspunt tot spannende televisie kan leiden en de eerste aflevering, over Ghana, is dan ook van een slaapverwekkende saaiheid. Op zich is Ghana een zeer interessant land. Lange tijd was het de lieveling van de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds omdat het zo snel staatsinterventie in de economie afschafte en de markt opengooide. De huidige president, Jerry Rawlings, begon als marxist maar zette dat gedachtengoed al snel overboord toen hij er achter kwam dat er in de Westerse wereld meer hulp te halen viel. Maar over politiek en economie gaat het nauwelijks in Hier ben ik een prinses. De hoofdpersoon, de in Nederland woonachtige Mary Lazet-Dadzie, krijgt meer dan vijftig minuten van de programmamakers de gelegenheid om platitudes en onbenullligheden te debiteren. Misschien dat het beter ging met Ghana als de prijzen voor Ghanese produkten op de wereldmarkt wat hoger waren, mijmert ze met een sombere blik op een krottenwijk. Maar ja, eigenlijk moeten Ghanezen zelf ook maar wat harder werken en wat efficiënter zijn, voegt ze daar onmiddellijk aan toe.

Stuitend is ook het gebrek aan kritische zin van de programmamakers. Hun 'ik ben okay, jij bent okay'-attitude verhindert iedere kritische vraag aan de hoofdpersoon. Haar opmerking dat “Ghana op vrouwen draait” wordt geslikt als zoete koek. Dat de Ghanese vrouw in het algemeen wat minder te vertellen heeft dan de Nederlandse en de Ghanese maatschappij daarom misschien wat minder okay is dan de Nederlandse, lijkt aan de programmamakers niet besteed. Het is jammer dat er geen aflevering bij de serie over Egypte zit, waar nog op grote schaal sprake is van vrouwenbesnijdenis. Zouden de programmamakers de argumenten van Egyptische voorstanders van vrouwenbesnijdenis ook zomaar voor waar hebben aangenomen?

Wat eigenlijk nog het meest blijft hangen van de aflevering over Ghana is de buitengemeen onsympathieke indruk die de hoofdpersoon maakt. Mevrouw vindt het eigenlijk maar moeilijk om terug te gaan naar Ghana omdat iedereen haar daar als een succes beschouwt en dus continu over geld zeurt. Mevrouw zelf, naar eigen zeggen een groot voorstandster van betere interculturele communicatie, is in Nederland overigens pas te porren voor een praatje over Ghana als er meer tegenover staat dan een fles wijn en een vriendelijk woord van dank. Geld en macht lijken haar twee grootste obsessies. De gedachte dat haar familie misschien wordt ingeschakeld bij het bestuur van haar geboortestreek in Ghana windt haar erg op. Te oordelen naar haar taalgebruik is het woord 'geld' een van de meest frequent gebruikte in het Nederlands. Ongetwijfeld was het de bedoeling van de programmamakers om ons begrip voor de 'allochtone buurman' te vergroten. Maar als mijn (inderdaad allochtone) buurman zo was als de hoofdpersoon van deze uitzending zou ik hem toch - zonder een greintje interculturele spijt - toch gewoon in zijn sop laten gaar koken.